Het was een vraag die Frans 'Sus' Verleyen in zijn eerste jaren bij Knack geregeld werd gesteld: wie of wat had hij voor ogen als hij zijn blad maakte? Dat was de Vlaamse onderwijzer. Een man of een vrouw met belangstelling voor wat er in de wereld gebeurt en met genoeg idealisme om dat met jonge Vlamingen te willen delen. Verleyen kwam uit een familie van leraars en onderwijzers, en het prille Knack was voor hem in die zin ook een beetje lesgeven.
...

Het was een vraag die Frans 'Sus' Verleyen in zijn eerste jaren bij Knack geregeld werd gesteld: wie of wat had hij voor ogen als hij zijn blad maakte? Dat was de Vlaamse onderwijzer. Een man of een vrouw met belangstelling voor wat er in de wereld gebeurt en met genoeg idealisme om dat met jonge Vlamingen te willen delen. Verleyen kwam uit een familie van leraars en onderwijzers, en het prille Knack was voor hem in die zin ook een beetje lesgeven. Dat bleek uit de grote reisverhalen die hij zeker in de jaren zeventig vaak schreef. Verleyen trok met Amerikaanse marines door de Vietnamese jungle, en was in Phnom Penh toen die stad door de Rode Khmer was omsingeld. Hij reisde naar het China van Mao Zedong en beschreef de Verenigde Staten zoals geen Vlaamse journalist dat voor hem had gedaan. In Teheran interviewde hij de sjah van Perzië, en in Tokio werd hij door keizer Hirohito ontvangen - ze hadden het tijdens dat onderhoud voornamelijk over de kweek van exotische vissen. Terug thuis onderhield hij zijn lezers dan wekenlang bloemrijk over zijn ervaringen. Er is vandaag nog weinig plaats voor dat soort slow journalism. Het nieuws reist sneller. De gang van de tijd en de technologische revolutie hebben de media veranderd. Het mag zelfs niet worden uitgesloten dat Verleyen die ontwikkeling op zijn manier mee hielp vormgeven. De spectaculaire groei van Knack onder zijn leiding had ermee te maken dat hij zijn blad in het nog sterk verzuilde medialandschap van de jaren zeventig perfect uit de grijparmen van belangengroepen en politieke bewegingen wist te houden. Knack was een onafhankelijk medium, en daar was in Vlaanderen toen duidelijk behoefte aan. Het was een stem die niet van bovenaf werd gestuurd. Die stem klonk vanzelfsprekend vooral in het commentaar van Frans Verleyen op de gang van zaken in het koninkrijk, een kwarteeuw lang in zijn Woord Vooraf op bladzijde drie. Hij maakte er in de Wetstraat niet veel vrienden mee. Voor Sus was niet de naam van een politicus van belang, maar wat die wilde bereiken. Zo stond Knack eind jaren zeventig achter het Egmontpact waarmee Wilfried Martens en Hugo Schiltz van België een federale staat wilden maken. Dat was een risico, want veel lezers vonden dat de Vlamingen in dat pact te veel toegaven. Voor Verleyen telde dat het land na jaren van communautair gekibbel en economische stilstand weer vooruit kon. Begin jaren tachtig stond Knack met Karel Van Miert en Louis Tobback op de barricaden tegen de volmachtenregering van dezelfde Wilfried Martens, die ook toestond dat nieuwe kernwapens in het land werden geïnstalleerd. Weer een klein decennium later ging veel aandacht naar het burgerproject van de jonge Guy Verhofstadt - volgens Verleyen 'een magere panda die hard moest vechten voor zijn bamboe'. Die panda stond midden in de Wetstraat, maar hij sprak erover als een buitenstaander. Dat hielp wellicht, want Sus had het tegen die tijd gehad met de vaderlandse politiek. Maar dat hij geleidelijk afstand nam van het Brusselse circuit veranderde paradoxaal genoeg weinig aan zijn invloed. Hij kon een regering echt doen wankelen. Terwijl hij zichzelf tegelijk perfect wist te relativeren. Journalistiek, zo hield hij jonge collega's altijd voor, is geen wetenschap en het is geen literatuur. Het is maar journalistiek. Verleyen was ook bijlange geen zwartkijker. Zijn toespraak bij de 25e verjaardag van Knack in 1996, leert dat hij oprecht geloofde dat de wereld er beter aan toe was dan tijdens zijn jeugd. De mens is vrijer. Hij kan kiezen. Sus protesteerde er bij de komst van vluchtelingen uit ex-Joegoslavië begin jaren negentig al fel tegen dat die mensen 'illegalen' werden genoemd: een mens kan niet 'illegaal' zijn; het is hooguit mogelijk dat hij niet over de juiste papieren beschikt. In de laatste jaren van zijn leven verdiepte Frans Verleyen zich in Franz Schubert, Felix Timmermans en Ludwig van Beethoven. Hij keek op televisie liever naar de finaleweek van de Koningin Elisabethwedstrijd dan naar een politiek praatprogramma. Hij reisde niet meer de wereld rond maar spoorde door het land, reed naar Compostella en zwierf door het Frankrijk van de romaanse kathedralen. Op zoek naar de mens in zichzelf. Ook toen hij al zwaar door zijn ziekte was getekend, gebeurde het dat hij onder vrienden op een stoel klom en een gedicht declameerde of een lied zong. De ballade van de dingen die niet overgaan van W of, dikwijls, het verzetslied Die Gedanken sind frei. Zeker dat laatste was hem op het lijf geschreven.