'Zero tolerance in de probleemwijken' en 'meer blauw op straat'. Met die even eenvoudige als forse beloftes won Bart Somers (Open VLD) in 2000 voor het eerst de gemeenteraadsverkiezingen in Mechelen. En de burgemeester voegde meteen de daad bij het woord. Het politiekorps werd gevoelig uitgebreid, er werd geëxperimenteerd met een very irritating police, de criminaliteitscijfers daalden.
...

'Zero tolerance in de probleemwijken' en 'meer blauw op straat'. Met die even eenvoudige als forse beloftes won Bart Somers (Open VLD) in 2000 voor het eerst de gemeenteraadsverkiezingen in Mechelen. En de burgemeester voegde meteen de daad bij het woord. Het politiekorps werd gevoelig uitgebreid, er werd geëxperimenteerd met een very irritating police, de criminaliteitscijfers daalden. Die gespierde aanpak - aanvankelijk de kern van Somers' beleid - viel niet bij elke Mechelaar onmiddellijk in de smaak. Stadsartiest Stef Lernous, stichter van het theatergezelschap Abattoir Fermé en geboren en getogen in Mechelen, heeft over het algemeen veel lof voor de manier waarop Somers zijn stad opnieuw deed blinken. Maar hij maakt er ook graag een kanttekening bij. 'Ik heb dat veiligheidsprobleem altijd zwaar overroepen gevonden' zegt hij. 'Als tiener heb ik hier nachtenlang op straat gelopen, op zoek naar spanning. Dat viel serieus tegen. (lacht)' Mechelen als 'het Chicago aan de Dijle'. Het was een frame dat Somers in de begindagen van zijn burgemeesterschap maar wat graag neerzette. Des te beter kon hij in de volgende jaren benadrukken hoe zijn forse aanpak het tij had doen keren. 'Somers is de beste stadsmarketeer van Europa', vertelt Pat Donnez, schrijver, radiomaker bij Klara en bewoner van een fraai pand in het oude stadscentrum. 'Door Mechelen te framen als een hellhole is hij erin geslaagd om iedereen te doen geloven dat 2001, het jaar waarin hij burgemeester werd, het begin was van een nieuwe tijdrekening voor de stad. Somers zal dit niet graag lezen, maar hij weet zelf ook wel dat de remonte in werkelijkheid al was begonnen vóór zijn burgemeesterschap. Zijn voorganger, de socialist Geert Bervoets, was ook geen onaardige burgemeester. Alleen had hij niet hetzelfde verkoperstalent.' Hoe dan ook kon de stad rond de eeuwwisseling volgens Pat Donnez wel een harde hand gebruiken. 'De aanpak van Somers was rechts, maar binnen de grenzen van het fatsoen. Hij was keihard voor kleine criminaliteit; hij begreep hoe traumatiserend een handtasdiefstal wel kan zijn voor een oude dame. Hij wilde het vertrouwen van de Mechelaar in zijn stad herstellen. De eerste zes jaar heeft hij gewerkt aan de fundamenten van het huis; na de beveiliging en renovatie kwam de inrichting. Nu kan hij er state-of-the-artmeubels in zetten.' Donnez vindt het achteraf bekeken een verdedigbare strategie. 'Zelfs het meest kwaadwillige oppositielid kan niet ontkennen dat deze stad gemetamorfoseerd is. Ook en misschien zelfs vooral in de mentaliteit. In de Stadsmonitor haalt Mechelen nu de hoogste score op het vlak van vertrouwen in het bestuur. Dat was twintig jaar geleden ondenkbaar en heeft ongetwijfeld ook iets te maken met het toegenomen veiligheidsgevoel. Wij Mechelaars kunnen ongelofelijk klagen. Nu doen we dat nog altijd, maar het is veel leuker geworden.' Nu was veiligheid natuurlijk niet de enige pijler van Somers' beleid. Belangrijke stadsvernieuwingsprojecten als de Lamot-site werkten als een magneet op tweeverdieners en de gegoede middenklasse. 'Plots kwamen er mensen uit vrije wil in Mechelen wonen', zegt Stef Lernous. 'Dat had uiteraard gevolgen. Ik heb eind jaren negentig een huisje gekocht voor peanuts; 12 jaar later verkocht ik het voor een veelvoud. Het is crazy wat in zo'n tien jaar tijd is gebeurd. Dus ja, het gaat goed met Mechelen. De stadskankers zijn grotendeels weggewerkt en gerenoveerd en - niet onbelangrijk - Mechelaars zijn weer trots op hun stad. Dat is toe te juichen.' 'Soms besluipt mij wel enige nostalgie naar dat grijze, het morsige van de stad. Laatst had ik enkele theatermakers uit Oberhausen op bezoek. We zaten koffie te drinken in LePain Quotidien en keken naar de braderie. Plots passeerden mensen in belle-epoquekledij, met in hun spoor een wolk zeepbellen. Het was alsof we in een sprookje zaten, en of er dadelijk nog een eenhoorn achterna zou komen hollen. Dát Mechelen inspireert mij minder.' Van relatief arm en goedkoop naar relatief rijk en duur. Het is een evolutie waar ook Pat Donnez met gemengde gevoelens naar kijkt. 'In 2000 had Mechelen 14 procent sociale woningen, oftewel het dubbele van de gemiddelde Vlaamse centrumstad. Ik vind het zeker niet verkeerd dat de stad heeft ingezet op het aantrekken van tweeverdieners. Maar is er nog plaats voor de minder gegoeden, of mensen zoals ik, de creatievelingen die deze stad mee attractief hebben gemaakt met hun ideeën? Nu kunnen alleen nog de chirurgen en advocaten nog een serieus huis kopen in de binnenstad. De anderen moeten hoge huurprijzen betalen of uitwijken naar Keerbergen, Rijmenam of Bonheiden - gek genoeg de plekken waar die chirurgen en advocaten vroeger woonden.' Hoe maak je een stad of wijk aantrekkelijk voor kapitaalkrachtige tweeverdieners, en hou je ze tegelijk leef- en betaalbaar voor de minder kapitaalkrachtige bewoners? Die kwestie is natuurlijk niet exclusief Mechels. Maar in Mechelen wordt het probleem stilaan wel prangend. 'Mijn moeder is net weduwe geworden', vertelt Stef Lernous. 'Ze heeft het geluk dat ze al 45 jaar in hetzelfde appartement mag wonen, voor een bespottelijk lage huur. De goedkoopste appartementen op de Mechelse huurmarkt kosten 600 euro. Dat kan zij niet betalen. Ook ik zou hier geen huis meer kunnen kopen, zoals ik als jonge twintiger deed.' Pat Donnez ziet vooral in het thema armoede een opportuniteit voor de oppositie. 'Het is schandelijk dat we in zo'n rijke regio, in het hart van de Vlaamse ruit, met een armoedepercentage rond de 15 procent zitten en daar geen verbetering in zit - integendeel.' Sinds 2001 heeft niet alleen de stad Mechelen een opmerkelijke metamorfose ondergaan. Al even opzienbarend was de gedaanteverwisseling van haar burgemeester. Nu klinkt het gek, maar toen Bart Somers in 2001 aan zijn opdracht begon, werd hij geregeld voor een rechtse populist versleten. Dat had, behalve met zijn harde aanpak van criminaliteit, ook te maken met zijn standpunten over integratie. 'Er is geen buurtfeest of er wordt couscous opgediend', vertelde Somers nog, begin 2003. 'Terwijl mosselen met friet even goed smaken.' Youssef El Yagoubi heeft die ommezwaai ook gezien. El Yagoubi is de oprichter van de zaalvoetbalclub Salaam en een populaire Mechelaar. Hij zag Bart Somers de afgelopen een meer verbindende politicus worden. 'Hij heeft daar ook geregeld met mij over gepraat. Als burgemeester is hij tot de ontdekking gekomen dat je nog méér mensen kunt overtuigen met een positief, hoopvol verhaal. In feite is hij meer en meer onze richting uit gekomen. (lacht)' Met die richting doelt El Yagoubi op zijn zaalvoetbalclub, opgericht kort na Zwarte Zondag, in 1991. 'Hoe kon de partij van iemand als Filip Dewinter zoveel stemmen halen in Mechelen? En waarom kwamen zoveel kinderen van migranten niet aan de bak in de Mechelse voetbalploegen? Om te bewijzen dat het anders kon, heb ik een club opgericht die zo divers mogelijk was. Salaam was een pilootproject in een stad die toen - ten onrechte - het "Chicago aan de Dijle" werd genoemd.' Ondertussen zag El Yagoubi dat zijn Salaam veel navolging kreeg. Ook in de politiek. 'Natuurlijk ben ik blij dat ook Somers nu zo duidelijk dat verbindende verhaal vertelt. Dat heeft ervoor gezorgd dat onze stad wellicht minder lijdt onder de opnieuw groeiende polarisering.' Toch mist El Yagoubi nog wat pit bij zijn burgervader. 'Hij zou zijn discours forser in de praktijk moeten brengen. Waarom zijn de belangrijkste diensten van de stad nog altijd niet echt divers?' Hij nodigt Somers uit een voorbeeld te nemen aan Salaam. 'Wij discrimineren positief. Als we te weinig vrouwen, moslims of holebi's in ons team of bestuur hebben, gaan we die actief zoeken. Dat doet Somers nog onvoldoende. Ik heb de indruk dat hij nog te veel politicus is, iemand die iedereen tevreden wil stellen en daarom nog te veel luistert naar de N-VA en Vlaams Belang.' Youssef El Yagoubi en Pat Donnez, overigens goede vrienden, zijn het hier met elkaar eens: ondanks de verbindende taal van de burgemeester is Mechelen in veel opzichten nog altijd een gesegregeerde stad. 'Grote evenementen, zoals Maanrock, zijn bijvoorbeeld allesbehalve superdivers', zegt Donnez. Hij betwijfelt wel of superdiversiteit iets is wat je overal koste wat kost moet nastreven. 'Maar het moet wel een duidelijk streven zijn binnen alle overheidsdiensten. Als ik mijn identiteitskaart ga afhalen, wil ik ook door een Fatima of Mohammed bediend kunnen worden. Uiteraard geldt hetzelfde voor de politie. Van mijn Mechelse vrienden met een migratieachtergrond hoor ik dat ze ons korps echt als een probleem zien.' Over dat korps is de afgelopen jaren veel gezegd en geschreven. Tot zijn eigen frustratie slaagde de burgemeester er niet in om het een afspiegeling te laten zijn van zijn stad. 'Ik weet anders heel zeker dat veel mensen uit de allochtone gemeenschap daar graag willen werken', zegt El Yagoubi. Maar de drempels zijn nog altijd te hoog, weet hij. 'De eerste drempel is racisme. Dat blijkt moeilijk uit te roeien, en leidt tot wantrouwen en de overtuiging dat de politie niet honderd procent neutraal is.' El Yagoubi draait het probleem ook om: 'Ik zie nog te veel jongeren die aarzelen om hun kansen te grijpen. Tegen hen zeg ik wat ik ook op het voetbalplein zeg: je kunt alleen scoren als je naar de goal trapt.' Dat Bart Somers het gebrek aan diversiteit in het politiekorps zijn grootste mislukking noemt, is wellicht oprecht. Verbinden, 'de boel bij elkaar houden', het werd de afgelopen jaren meer en meer zijn unique selling proposition. Tegelijk is het zijn achilleshiel. Toen vorig jaar uitlekte dat een hoofdinspecteur binnen zijn korps via WhatsApp een afbeelding van toenmalig diversiteitsmanager Jinnih Beels had verstuurd die op het eerste gezicht racistisch was, werd de man door de burgemeester beschuldigd nog voor hij zich had kunnen verdedigen. Even onhandig reageerde Somers begin deze maand toen bekend raakte dat schepen Marc Hendrickx (N-VA) had geweigerd om een koppel te huwen waarvan de bruid hem geen hand wilde geven. 'Somers had Hendrickx onmiddellijk moeten veroordelen', vindt Youssef El Yagoubi. 'Hij had moeten zeggen: "In Mechelen volgen we de wet. Als je het daar niet mee eens bent, mag je vertrekken."' Het 'handincident' was een akkefietje, zegt Pat Donnez, maar wel een veelzeggend akkefietje. 'Ten eerste illustreert het dat niemand onfeilbaar is, zelfs een gehaaide politicus als Somers niet. En ten tweede zegt het ook iets over de moeilijke positie van Hendrickx. Hij wilde scoren uit frustratie. Als smaakmaker van de Mechelse N-VA is hij gepasseerd door Freya Perdaens, iemand die misschien al twee woorden heeft gezegd in de gemeenteraad.' Donnez voorspelt dat N-VA de komende maanden geen kans voorbij zal laten gaan om de achilleshiel van ' Mister Inclusive' te raken. Of dat iets zal opleveren, betwijfelt hij. 'Somers' lijst moet hier maar 44 procent halen voor een absolute meerderheid. Er bestaan peilingen die voorspellen dat dat zal lukken en er dus geen rechtse partner meer nodig zal zijn. In dat geval zou Mechelen wel eens het toneel kunnen worden voor een politiek experiment: een liberale groene (Kristof Calvo, nvdr.) en een groene liberaal die samen een soort stadstaat leiden, en aan de rest van Vlaanderen tonen dat er een alternatief is voor die zogenoemde rechts-conservatieve Vlaamse grondstroom.' Een stadstaat Mechelen, met aan het hoofd de man die de stad al bijna twee decennia heeft geleid? Van Stef Lernous mag het. Met zijn Abattoir Fermé zorgt hij voor theater dat ontwricht, onrust stookt en de grenzen overschrijdt, niet het minst die van de stad. 'Aanvankelijk werd het hoogstens getolereerd. De stad heeft aan ons moeten wennen, maar nu is ze genereus geworden. Ik had nooit verwacht dat ik stadsartiest zou worden. Het getuigt van guts dat ze voor ons hebben gekozen.' Dezelfde moed herkent Lernous ook als het gaat over minderheden. 'Om maar één voorbeeld te noemen: in deze stad is enkele jaren geleden een monument onthuld voor de slachtoffers van de Armeense genocide. Dat is géén marketing, maar een oprecht, moedig gebaar. Van mij mag Somers dus nog wel even burgemeester blijven, mét bijbehorend lint. Omdat hij een echte burgemeester is, een altijd aanspreekbare burgervader.'