1. Vooreerst moet er op gewezen worden dat de economische groei, inflatie en rente binnen de eurozone de volgende jaren laag gaan liggen. Daardoor gaat men niet de middelen vinden om België te laten voldoen aan de Europese parameters van het tekort en de schuld. Trouwens, de lage tot zelfs negatieve rente is een onbekend terrein voor de politieke en monetaire beleidsmakers.

2. Het is maar de vraag of de Europese Commissie veel kan doen tegen de federale regering in lopende zaken. Want met 38 zetels op 150 in de Kamer heeft de regering in lopende zaken weinig bewegingsruimte. Bovendien kan deze regering ook geen begroting opmaken. Het jaar 2019 is daardoor ook het allereerste kalenderjaar dat volledig wordt uitgedaan met voorlopige kredieten. Op zichzelf is dit geen probleem omdat deze budgettaire techniek, uit de begrotingswet van 2003, automatisch besparend werkt. Desalniettemin zijn er genoeg dossiers die op een politieke oplossing wachten.

3. De regeringen hebben te weinig structureel bespaard, wat een gevolg is van ideologische verschillen en het feit dat men politiek geen keuzes durft te maken. Het is in dit land grotendeels gebleven bij de kaasschaafmethode: iedereen elk jaar wat minder, zodat er na een aantal jaren niets meer werkt. De centrumrechtse regering-Michel I is daar ook niet in geslaagd met maar vier partijen. Gaan de linksere regenboog-/paars-groene regeringen met meer partijen daar wel in slagen?

4. Het ontsporingsverhaal van de openbare financiën zit vooral in de sociale zekerheid met voorop de nog steeds toenemende kost van de pensioenen. Door het feit dat de regeringen nooit een beslissing hebben durven - kunnen - willen nemen over de vervanging van het geldende repartitiestelsel door een kapitalisatiesysteem, blijft dit nog voor decennia 's de belangrijkste uitgavenpost. Bovendien is het optrekken van de pensioenleeftijd niet populair bij de bevolking. Met andere woorden, men zal dit dossier heel elegant moeten aanpakken om bij de volgende verkiezingen niet electoraal onderuit te gaan. Ook de financiering van de sociale zekerheid is niet meer adequaat omdat de historische parafiscale lasten maar volstaan voor hooguit 60 procent van de desbetreffende uitgaven. Het idee om de lagere pensioenen op te trekken kan wel goed bedoeld zijn, maar lost dit financieel ontspoord dossier niet op.

10 begrotingsdossiers voor de regeringsonderhandelingen.

5. De Europe Commissie neemt nu ook de deelstaten in het vizier. Inderdaad, ook hun tekorten en schulden worden meegeteld bij het berekenen van de budgettaire parameters inzake het tekort en de schuld. Alle vijf begrotingen van de gemeenschappen en de gewesten zitten in het rood. De deelstaten moeten de federale overheid niet aanklagen of omgekeerd. Indien de Vlaamse begroting in evenwicht zou komen (tegen 2021?) ontstaat er een nieuwe politieke situatie. Zo komen we bij de herziening van de 'Bijzondere Financieringswet' (BFW) van 16 januari 1989. Het pleidooi van diverse politici om deze wet te wijzigen is dan ook de sleutel tot een nieuwe staatshervorming. De huidige BFW is overigens te ingewikkeld en compleet niet transparant. Bovendien heeft de zesde staatshervorming een onoverzichtelijke heterogene verdeling van bevoegdheden gecreëerd: duur, inefficiënt, niet transparant etc.

6. De Europese begrotingsregels hebben ook niet echt bijgedragen tot een verbetering van de sociaaleconomische situatie binnen de eurozone. Er moet dringend worden nagedacht om deze regels minder complex te maken en meer aandacht te besteden voor hogere investeringen vanwege de overheden. De verkeersinfrastructuur dreigt Afrikaanse vormen aan te nemen.

7. De regeringsonderhandelaars mogen ook een oplossing zoeken op de vraag hoe we aan elektriciteit gaan geraken in 2025, bij het sluiten van de kerncentrales. Vooral stelt zich hier de vraag wie dat gaat betalen, rekening houdend met het feit dat we reeds een van de duurste facturen aan elektriciteit hebben in Europa.

8. De militaire aankopen van de regering Michel I voor 9,2 miljard euro moeten grotendeels betaald worden in deze legislatuur. Daar moet geld voor gezocht worden en dan staan we nog ver af van de vooropgesteld NAVO-norm van 2 procent van het BBP, die in 2024 zou moeten behaald worden. Komt daar nog bij dat de gezagsdepartementen, zoals justitie, federale politie enzovoort, allemaal klagen over budgettaire beperkingen.

9. Ook de overheidsbedrijven klagen allemaal. De spoorwegen vragen miljarden bij om het systeem beter te laten werken. Maar niemand stelt zich de vraag wat de efficiëntie is van de huidige drie miljard jaarlijkse staatsdotatie aan de ijzeren weg. Klantgerichtheid, stiptheid en moderne treinstellen zijn niet aan de NMBS/infrabel besteed.

10. Ten slotte zal er bijkomend geld op tafel moeten komen voor de Europese begroting door de brexit. Het vertrek van de grootste nettobetaler aan de EU en het nieuwe Meerjarig Financieel Kader gaat dit land, zonder besparingen in de EU-begroting, meer dan 1 miljard extra per jaar kosten.

Conclusie

Voor en na de verkiezingen van 26 mei jongstleden zijn er al voor miljarden beloften gemaakt door de partijen. Hoe die allemaal betaald worden, is veel minder duidelijk. Want de besparingsplannen zijn erg minimaal te noemen. Bovendien moeten de politieke onderhandelaars zich rekenschap geven van de hoge belastingstarieven in dit land en de hoogte van het overheidsbeslag (53 procent van het BBP). Als dit land in 2024 nog enige aansluiting wil hebben met Nederland, Duitsland en Scandinavië zullen er de volgende jaren fundamentele, structurele maatregelen moeten genomen worden. Maar is dit nog mogelijk in dit land?

Als dit land in 2024 nog enige aansluiting wil hebben met Nederland, Duitsland en Scandinavië zullen er de volgende jaren fundamentele, structurele maatregelen moeten genomen worden.

1. Vooreerst moet er op gewezen worden dat de economische groei, inflatie en rente binnen de eurozone de volgende jaren laag gaan liggen. Daardoor gaat men niet de middelen vinden om België te laten voldoen aan de Europese parameters van het tekort en de schuld. Trouwens, de lage tot zelfs negatieve rente is een onbekend terrein voor de politieke en monetaire beleidsmakers.2. Het is maar de vraag of de Europese Commissie veel kan doen tegen de federale regering in lopende zaken. Want met 38 zetels op 150 in de Kamer heeft de regering in lopende zaken weinig bewegingsruimte. Bovendien kan deze regering ook geen begroting opmaken. Het jaar 2019 is daardoor ook het allereerste kalenderjaar dat volledig wordt uitgedaan met voorlopige kredieten. Op zichzelf is dit geen probleem omdat deze budgettaire techniek, uit de begrotingswet van 2003, automatisch besparend werkt. Desalniettemin zijn er genoeg dossiers die op een politieke oplossing wachten.3. De regeringen hebben te weinig structureel bespaard, wat een gevolg is van ideologische verschillen en het feit dat men politiek geen keuzes durft te maken. Het is in dit land grotendeels gebleven bij de kaasschaafmethode: iedereen elk jaar wat minder, zodat er na een aantal jaren niets meer werkt. De centrumrechtse regering-Michel I is daar ook niet in geslaagd met maar vier partijen. Gaan de linksere regenboog-/paars-groene regeringen met meer partijen daar wel in slagen? 4. Het ontsporingsverhaal van de openbare financiën zit vooral in de sociale zekerheid met voorop de nog steeds toenemende kost van de pensioenen. Door het feit dat de regeringen nooit een beslissing hebben durven - kunnen - willen nemen over de vervanging van het geldende repartitiestelsel door een kapitalisatiesysteem, blijft dit nog voor decennia 's de belangrijkste uitgavenpost. Bovendien is het optrekken van de pensioenleeftijd niet populair bij de bevolking. Met andere woorden, men zal dit dossier heel elegant moeten aanpakken om bij de volgende verkiezingen niet electoraal onderuit te gaan. Ook de financiering van de sociale zekerheid is niet meer adequaat omdat de historische parafiscale lasten maar volstaan voor hooguit 60 procent van de desbetreffende uitgaven. Het idee om de lagere pensioenen op te trekken kan wel goed bedoeld zijn, maar lost dit financieel ontspoord dossier niet op. 5. De Europe Commissie neemt nu ook de deelstaten in het vizier. Inderdaad, ook hun tekorten en schulden worden meegeteld bij het berekenen van de budgettaire parameters inzake het tekort en de schuld. Alle vijf begrotingen van de gemeenschappen en de gewesten zitten in het rood. De deelstaten moeten de federale overheid niet aanklagen of omgekeerd. Indien de Vlaamse begroting in evenwicht zou komen (tegen 2021?) ontstaat er een nieuwe politieke situatie. Zo komen we bij de herziening van de 'Bijzondere Financieringswet' (BFW) van 16 januari 1989. Het pleidooi van diverse politici om deze wet te wijzigen is dan ook de sleutel tot een nieuwe staatshervorming. De huidige BFW is overigens te ingewikkeld en compleet niet transparant. Bovendien heeft de zesde staatshervorming een onoverzichtelijke heterogene verdeling van bevoegdheden gecreëerd: duur, inefficiënt, niet transparant etc. 6. De Europese begrotingsregels hebben ook niet echt bijgedragen tot een verbetering van de sociaaleconomische situatie binnen de eurozone. Er moet dringend worden nagedacht om deze regels minder complex te maken en meer aandacht te besteden voor hogere investeringen vanwege de overheden. De verkeersinfrastructuur dreigt Afrikaanse vormen aan te nemen.7. De regeringsonderhandelaars mogen ook een oplossing zoeken op de vraag hoe we aan elektriciteit gaan geraken in 2025, bij het sluiten van de kerncentrales. Vooral stelt zich hier de vraag wie dat gaat betalen, rekening houdend met het feit dat we reeds een van de duurste facturen aan elektriciteit hebben in Europa. 8. De militaire aankopen van de regering Michel I voor 9,2 miljard euro moeten grotendeels betaald worden in deze legislatuur. Daar moet geld voor gezocht worden en dan staan we nog ver af van de vooropgesteld NAVO-norm van 2 procent van het BBP, die in 2024 zou moeten behaald worden. Komt daar nog bij dat de gezagsdepartementen, zoals justitie, federale politie enzovoort, allemaal klagen over budgettaire beperkingen.9. Ook de overheidsbedrijven klagen allemaal. De spoorwegen vragen miljarden bij om het systeem beter te laten werken. Maar niemand stelt zich de vraag wat de efficiëntie is van de huidige drie miljard jaarlijkse staatsdotatie aan de ijzeren weg. Klantgerichtheid, stiptheid en moderne treinstellen zijn niet aan de NMBS/infrabel besteed.10. Ten slotte zal er bijkomend geld op tafel moeten komen voor de Europese begroting door de brexit. Het vertrek van de grootste nettobetaler aan de EU en het nieuwe Meerjarig Financieel Kader gaat dit land, zonder besparingen in de EU-begroting, meer dan 1 miljard extra per jaar kosten. Voor en na de verkiezingen van 26 mei jongstleden zijn er al voor miljarden beloften gemaakt door de partijen. Hoe die allemaal betaald worden, is veel minder duidelijk. Want de besparingsplannen zijn erg minimaal te noemen. Bovendien moeten de politieke onderhandelaars zich rekenschap geven van de hoge belastingstarieven in dit land en de hoogte van het overheidsbeslag (53 procent van het BBP). Als dit land in 2024 nog enige aansluiting wil hebben met Nederland, Duitsland en Scandinavië zullen er de volgende jaren fundamentele, structurele maatregelen moeten genomen worden. Maar is dit nog mogelijk in dit land?