Ze verloor haar moeder toen ze twee was, op haar achttiende stierf ook haar vader. Die was vanuit Marokko naar Eisden gekomen om er in de mijn te werken en zo in het levensonderhoud van zijn gezin met elf kinderen te voorzien. Eén van die kinderen was Meryame Kitir. De familie Kitir woonde op de cité, in een huis van de mijn. De kinderen volgden les in de school van de mijn. Op de cité was alles van de mijn. Tot en met de voetbalploeg.
...

Ze verloor haar moeder toen ze twee was, op haar achttiende stierf ook haar vader. Die was vanuit Marokko naar Eisden gekomen om er in de mijn te werken en zo in het levensonderhoud van zijn gezin met elf kinderen te voorzien. Eén van die kinderen was Meryame Kitir. De familie Kitir woonde op de cité, in een huis van de mijn. De kinderen volgden les in de school van de mijn. Op de cité was alles van de mijn. Tot en met de voetbalploeg. Zelf kwam Meyrame Kitir niet in de mijn terecht. 'Na mijn middelbare studies ging ik alleen wonen, op 25 mei 1999 kon ik met een tijdelijk jongerencontract aan de slag in de lakafdeling van Ford Genk. Ik volgde toen ook nog avondonderwijs, daar werd ik ingewijd in de wereld van de ondernemingen, leerde ik bijvoorbeeld wat een ondernemingsraad was. Mij interesseerde hoe die in het geval van Ford functioneerde, wat daar werd beslist. Om de haverklap hing ik aan de mouw van mijn vakbondsafgevaardigde en van het een kwam het ander. Bij de syndicale verkiezingen werd ik verkozen op de lijst van het ABVV.' Dat mandaat had een grote impact op de loopbaan van Kitir. 'Van de ene dag op de andere werd ik de de spreekbuis van mijn collega- arbeiders en zat ik met de andere vakbondsafgevaardigden mee aan tafel met de directie. Daar leerde ik met mensen omgaan, en hoe belangrijk het is om te luisteren en tussen de regels te lezen. Maar ook hoe je bij onderhandelingen moet kunnen geven en nemen om je slag thuis te halen. In totaal werkte ik veertien jaar bij Ford Genk, wij vormden één grote familie, deelden lief en leed en trokken aan één zeel. De bereidheid om elkaar te steunen en te helpen - zowel binnen als buiten de fabriek - was voor mij een stimulans om me voor de volle 100 procent in te zetten. Je moet je zo'n bedrijf voorstellen als een lange ketting met schakels die elkaar versterken.' Kitirs inzet werd gewaardeerd en beloond: bij de syndicale verkiezingen van 2012 behaalde ze meer stemmen dan alle andere kandidaten samen. 'Dat gaf een boost aan mijn zelfvertrouwen, tegelijk verhoogde de druk op mijn schouders - vooral wanneer het slecht ging met het bedrijf. In 2003 verloren drieduizend collega's hun job, in 2015 ging de fabriek zelfs helemaal dicht en werd ik geconfronteerd met collega's die twintig, dertig jaar lang alles voor Ford hadden gegeven en van de ene dag op de andere werden gedumpt. Ze voelden zich vernederd en bedrogen, hun wereld stortte in. De meesten hadden een gezin met schoolgaande kinderen en een huis dat nog niet was afbetaald. De machteloosheid stond op hun gezichten te lezen. Die momenten blijven voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Een job is meer dan een inkomen. Een job geeft ook inhoud en zin aan je leven.' Iedereen herinnert zich nog haar memorabele rede in de Kamer (op 25 oktober 2012) die de hele wereld rondging. 'Na de aankondiging van de sluiting probeerde ik tegenover de buitenwereld mijn kalmte te bewaren, maar binnenin kookte ik van woede. Al die colère is eruit gekomen tijdens mijn tussenkomst, alles kwam recht uit het hart en vertolkte wat er toen bij de Ford-werknemers leefde. Toen ik al Kamerlid was, bleef ik één dag per week als arbeidster bij Ford werken. Om in hun naam te kunnen spreken, moet je weten wat hen bezighoudt, wat hun problemen zijn maar waarover ze vaak niet durven te spreken, uit vrees dat ze niet au sérieux worden genomen. Tussen de fabriek en de politiek gaapt er soms een diepe kloof, maar ik ben het levende bewijs dat ze kan worden overbrugd. Ik heb het grootste respect voor de veerkracht die de Ford-werknemers na de sluiting toonden. De meesten gingen meteen op zoek naar een nieuwe job, volgden een herscholing, wat niet vanzelfsprekend is als je ook nog een huishouden moet runnen en schoolgaande kinderen hebt.' Haar inzet als vakbondsafgevaardigde kwam ook Steve Stevaert ter ore, hij nam Meryame Kitir op in zijn dreamteam van jonge militanten dat de socialistische partij nieuw leven moest inblazen. Bij de parlementsverkiezingen van 2007 werd ze verkozen in de Kamer, haar slogan 'van de fabriek in de politiek' werkte. 'Een nieuwe wereld ging toen voor mij open. Het duurde een tijdje voor ik in Brussel mijn plaats vond. Op een moment verhuisde ik naar Genk en stelde me daar kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Toen ik door het cumulverbod bij de sp.a moest kiezen tussen een schepenambt en een parlementair mandaat in Brussel koos ik voor Genk. Op vraag van de partijtop bleef ik uiteindelijk toch in de Kamer en kijk, ik ben nu de enige Limburgse minister in de federale regering. Dat ik fractieleidster was, speelde allicht in mijn voordeel maar uiteindelijk is het de voorzitter die beslist. Connor Rousseau zorgt voor een nieuwe dynamiek in de politiek. Met zijn rechtlijnige houding en doortastende aanpak doet hij de andere partijen inzien dat de politiek in ons land een nieuwe weg moet inslaan: allemaal met elkaar in de plaats van allemaal tegen elkaar. Zoals het hoort, ben ik er als minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedelijk Beleid vanaf dag één voor de volle 100 procent tegenaan gegaan - zoals destijds bij Ford Genk.' Een fabrieksarbeidster met Marokkaanse roots die federaal minister wordt: voelt Meryame Kitir zich een rolmodel? 'Daar ben ik me nooit bewust van geweest en ik heb dat ook nooit nagestreefd. Mijn strijd is er een voor een betere en rechtvaardige wereld waarin geen plaats is voor discriminatie van welke aard ook. Wie mij daarin wil volgen, zal ik graag met raad en daad bijstaan.'