Door corona is de viering van '110 jaar Alfa Romeo' vorig jaar in mineur verlopen. Maar ook zonder de pandemie was er weinig reden tot vieren. Alfa Romeo lijkt inderdaad in vrije val en dat is jammer want het iconische automerk kan terugblikken op een roemrijke geschiedenis. Alfa won al autoraces voor er sprake was van Ferrari.
...

Door corona is de viering van '110 jaar Alfa Romeo' vorig jaar in mineur verlopen. Maar ook zonder de pandemie was er weinig reden tot vieren. Alfa Romeo lijkt inderdaad in vrije val en dat is jammer want het iconische automerk kan terugblikken op een roemrijke geschiedenis. Alfa won al autoraces voor er sprake was van Ferrari. Maar van vergane glorie kan men niet eten. Alfa Romeo verkocht vorig jaar in Europa 36.526 auto's, een niemendalletje in vergelijking met de omzet van andere nichemerken. Dat heeft ermee te maken dat het Alfa-gamma is gereduceerd tot twee modellen (Giulia en Stelvio) die weliswaar veel rijplezier opleveren en goed ogen maar verstoken blijven van hybrideaandrijving én allesbehalve goedkoop zijn. Want in dezelfde prijsklasse van vergelijkbare modellen van de Duitse premiummerken. Dat wederom is het gevolg van de jarenlange stiefmoederlijke behandeling van Alfa binnen de Italiaans-Amerikaanse autogroep FCA. Voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe technologieën was er geen geld en voor de lancering van nieuwe modellen al evenmin. Dat heeft ertoe geleid dat Alfa vorig jaar minder auto's verkocht in Europa dan zustermerk Lancia met één model (Ypsilon) in Italië. In concrete cijfers: 36.526 tegenover 43.000. Hoe het zover is kunnen komen, leert ons in een terugblik in de geschiedenis van het merk. In feite is Alfa van oorsprong Frans, in 1910 ontstaan uit de restanten van het Italiaanse bijhuis van het Franse automerk Darracq. Alfa is weliswaar de eerste letter van het Romeinse alfabet maar in feite verwijst het letterwoord naar de regio Lombardije, waar de fabriek was gevestigd. Het tweede letterwoord van de merknaam refereert aan Nicola Romeo, een Italiaanse industrieel die in opdracht van het leger vliegtuigmotoren en spoorwegmateriaal bouwde. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde hij het geweer van schouder en ging zich toeleggen op het fabriceren van exclusieve sportwagens. Voor naambekendheid zorgde een indrukwekkende lijst van overwinningen van het Alfa-raceteam met aan het stuur de toen onbekende jonge autopiloot Enzo Ferrari. Lees verder onder de fotoIn de nasleep van de beurscrash van 1929 raakte Alfa Romeo in zware financiële moeilijkheden, in 1933 werd het overgenomen door de staatsholding IRI. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan de wederopstanding. 1950 vormde een kantelmoment in de geschiedenis van het merk. De directie verlegde de focus van de racerij naar de serieproductie van sportieve en goedkopere sedans en coupés. Nog in datzelfde jaar rolde de Alfa 1900 van de band, in 1954 kreeg die het gezelschap van de Giulietta. In 1960 volgde de ingebruikname van een nieuwe fabriek in Arese voor de productie van de nieuwe Giulia, gevolgd door de Spider Duetto, 33 Stradale, Montreal, Alfasud, Alfa 6 en Alfa 75.Vanaf de jaren 80 begon de Alfa-motor opnieuw te sputteren, nieuwe modellen bleven uit of sloegen niet aan. Ten einde raad zette de regering het merk in de etalage. Ford toonde belangstelling maar de verkoop ging niet door - onder druk van de invloedrijke ondernemersfamilie Agnelli, eigenaar van Fiat. Die was zelf geïnteresseerd in een overname en haalde in 1986 de buit binnen. De overname behoedde Alfa Romeo voor het faillissement, maar meer ook niet. Fiat misbruikte de renommee van Alfa om zijn eigen blazoen op te poetsen. De nieuwe Alfa-modellen werden uitgerust met Fiat-onderdelen en schakelden over op voorwielaandrijving. De Alfa-modellen verloren daardoor een groot deel van hun eigenheid en sportieve rijeigenschappen. In 1997 laaide de hoop even op wanneer de Alfa 156 werd verkozen tot Auto van het Jaar maar de heropflakkering was van korte duur. Alfa Romeo bleef de verliezen opstapelen, ook na de komst van Sergio Marchionne. De Canadese bankier van Italiaanse afkomst kreeg in 2004 van de familie Agnelli opdracht om grote kuis te houden. In eerste instantie sloot die een aantal fabrieken en zette de schaar in het budget voor de ontwikkeling van nieuwe modellen en innovatieve technologie. In 2009 fusioneerde de Italiaanse autogroep met het Amerikaanse Chrysler tot FCA (Fiat Chrysler Automobiles) wat ervoor zorgde dat putten in Europa konden gevuld worden met geld uit Amerika. Bij gebrek aan nieuwe modellen kon FCA (Fiat Chrysler Automobiles) niet profiteren van de SUV-boom én miste het ook de elektrische trein. Om te kunnen overleven, was FCA al enkele tijd op zoek naar een alliantiepartner en vond die in 2020 in Groupe PSA. Vanaf begin dit jaar hebben FCA en PSA de krachten gebundeld in de nieuwe autogroep Stellantis die wordt geleid door PSA-topman wordt Carlos Tavares. Die heeft de zwaar verlieslatende Franse autogroep in enkele jaren tijd gerevitaliseerd en ook Opel van de ondergang heeft gered. Tavares staat voor de zware opdracht verschillende bedrijfsculturen uit twee compleet verschillende werelddelen met elkaar te verzoenen en alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Dat veronderstelt dat alle betrokken merken een stuk van hun eigenheid opofferen. Zo'n fusie heeft immers maar kans op slagen als verregaande synergiën ertoe leiden dat de kosten drastisch zinken. Dat houdt concreet in dat alle merken zoveel mogelijk gebruikmaken van dezelfde technologieën, dezelfde platformen en dezelfde onderdelen. Vermits PSA technologisch verder staat dan FCA zullen ook de toekomstige Alfa's op een nieuwe leest worden geschoeid en gaat opnieuw een stuk Italiaanse merkidentiteit verloren. Of dit het definitieve einde van Alfa inluidt? Van Tavares is geweten dat hij een echte petrol head is en geregeld zelf achter het stuur van een racewagen kruipt. Binnen Stellantis beschikt geen ander merk over een roemrijkere geschiedenis als Alfa Romeo. Met de Stelvio en Giulia Quadrifoglio heeft Alfa bewezen dat het nog altijd in staat is om fantastische auto's te bouwen die niet moeten onderdoen voor vergelijkbare modellen van de Duitse of Engelse premiummerken. Akkoord, een Alfa is niet zo perfect als een Audi, BMW of Mercedes, beschikt ook niet over de nieuwste infotainmentsystemen en over het allerbeste leder. Maar daar ligt een echte Alfa-fan niet van wakker. Bij hem primeert de emotie boven de ratio... Freude am Fahren! Of dat volstaat om Alfa Romeo in zijn oude glorie te herstellen? Tegen Alfa spreekt de dramatische terugloop van de verkoop. De meeste trouwe klanten hebben Alfa de rug toegekeerd, omdat nieuwe modellen uitbleven en bestaande modellen niet werden uitgerust met hybrideaandrijving. Voor een paar weken nog werd beslist om de lancering van de Tonnale, een compacte SUV, opnieuw naar een latere datum te verplaatsen. Moet u weten dat de Tonnale drie jaar geleden met veel tamtam werd voorgesteld aan vertegenwoordigers van de internationale Alfa-dealerorganisatie, om de gemoederen te bedaren. Lees verder onder de fotoDe beslissing nu werd genomen door de nieuwe Alfa-topman Jean-Philippe Imparato. Die geldt als een vertrouweling van Carlos Tavares en is er de voorbije jaren in geslaagd om Peugeot nieuw leven in te blazen met een reeks nieuwe modellen zoals de 208, 2008 en 3008 en 5008. Dat Tavares een van zijn bekwaamste managers afvaardigt naar Alfa kan betekenen dat hij het iconische automerk nog een laatste kans wil geven en dat hij Alfa Romeo in zijn oude glorie wil herstellen - met nieuwe modellen op basis van Stellantis-platformen, nodig om de kosten te reduceren en de rendabiliteit te verhogen. Tavares staat bekend als een notoire kostenkiller maar ook als een redder in nood die bewezen heeft dat zijn aanpak succes kan opleveren, op voorwaarde dat iedereen in het gelid loopt en gemotiveerd blijft. De wederopstanding van PSA is daar een sprekend voorbeeld van. In een recent interview met de Financial Times laat hij doorschemeren dat het voorlopig te vroeg is om definitieve knopen door te hakken met betrekking tot de toekomst van Alfa. Wij interpreteren dat als ... de executie wordt uitgesteld. Maar voor hoelang? In voornoemd interview is sprake van een tijdsbestek van tien jaar om van Alfa een attractief en winstgevend merk te maken. Dat lijkt, door de ogen van Tavares, een eeuwigheid. De Portugees wordt dit jaar 63. Is goed nieuws voor de trouwe Alfa-fans slecht nieuws voor de zustermerken Maserati en Lancia? Die kunnen zich ook beroepen op een roemrijk verleden maar zijn in hetzelfde bedje ziek. Zoals gezegd, Stellantis telt nu 16 merken waarvan de meeste verlieslatend zijn en daarom op termijn veroordeeld om te verdwijnen. Wij wagen ons niet aan prognoses, er zijn nog teveel onbekenden in het spel. De transitie van thermische naar elektrische motoren en de implementatie van autonoom rijden hebben een nooit geziene dynamiek op gang gebracht. Eén inschattingsfout of één verkeerde beslissing kan zomaar het einde betekenen van een merk, ongeacht zijn voorgeschiedenis. Op het lijstje van 'low performers' van Stellantis prijken ook nog Chrysler en Vauxhall. Benieuwd hoe ze in het Engelstalig deel van de autowereld daar over denken. Herinner u dat met name Chrysler enkele jaren gefungeerd heeft als melkkoe voor Fiat & Co.