'De druk is enorm', zegt een wagenparkbeheerder van een groot Vlaams bedrijf. 'Als onderneming kunnen we vanaf 2026 alleen nog elektrische bedrijfswagens volledig fiscaal aftrekken. Daarom hebben we beslist dat we van nu af aan alleen nog elektrische bedrijfswagens afleveren. Veel bedrijven hebben die stap gezet. Het gevolg is dat de wachttijden voor een nieuwe auto oplopen. Als ik vandaag een elektrische auto bestel, wordt die pas in oktober 2022 geleverd. En ik zie de prijzen ook stijgen.' Wat geldt voor bedrijven telt nog meer voor de particulier die een elektrische wagen wil kopen: elektrisch rijden wordt duurder.
...

'De druk is enorm', zegt een wagenparkbeheerder van een groot Vlaams bedrijf. 'Als onderneming kunnen we vanaf 2026 alleen nog elektrische bedrijfswagens volledig fiscaal aftrekken. Daarom hebben we beslist dat we van nu af aan alleen nog elektrische bedrijfswagens afleveren. Veel bedrijven hebben die stap gezet. Het gevolg is dat de wachttijden voor een nieuwe auto oplopen. Als ik vandaag een elektrische auto bestel, wordt die pas in oktober 2022 geleverd. En ik zie de prijzen ook stijgen.' Wat geldt voor bedrijven telt nog meer voor de particulier die een elektrische wagen wil kopen: elektrisch rijden wordt duurder. Terwijl in Glasgow de klimaatconferentie plaatsvond, besliste de Vlaamse regering dat vanaf 2029 alle nieuwe auto's op elektriciteit moeten rijden. Diesel- of benzinevoertuigen worden dan niet meer ingeschreven. Bedrijfswagens spelen een belangrijke rol in de omschakeling, want in Vlaanderen zijn ze goed voor 64 procent van alle nieuwe auto's. En het systeem van bedrijfswagens zal blijven bestaan, zolang ze een fiscaal voordelige vorm van bezoldiging voor werkgevers en werknemers zijn. Een elektrische auto is zo'n 10.000 euro duurder dan een vergelijkbare wagen met een verbrandingsmotor. De goedkoopste elektrische auto moet de Dacia Sprint zijn, die 16.990 euro kost. Dat is 3000 euro goedkoper dan de Renault Twingo ZE en 7000 euro goedkoper dan de Fiat 500e. Voor een Porsche Taycan, Audi e-tron GT of een Mercedes EQS moet u meer dan 100.000 euro ophoesten, al kan het altijd nog duurder: voor 2,2 miljoen euro wordt u eigenaar van een Pininfarina Battista. De prijs van een Tesla, het populairste merk van elektrische auto's, varieert van 48.800 tot 109.800 euro. Volgens sommigen valt het duurdere prijskaartje van een elektrische auto te verdedigen omdat die minder onderhoud zou vergen dan een benzine- of dieselauto, aangezien er minder bewegende onderdelen in zitten. Mark Pecqueur, docent autotechnologie van de Thomas More Hogeschool, schudt het hoofd: 'Ik betwijfel of je die hogere aankoopprijs kunt terugwinnen dankzij minder onderhoud, want 10.000 euro is toch een heel groot bedrag voor onderhoud. Bovendien gaan de batterijen ook weleens defect en dan zijn de herstellingen vaak duurder.' Anderen verwachten dat de elektrische auto de volgende jaren in prijs zal dalen en dat hij tegen 2025 evenveel zal kosten als een auto met verbrandingsmotor. 'De prijs van de elektrische auto wordt voor een groot deel bepaald door de batterijen, en die werden het voorbije decennium veel goedkoper', zegt Mohamed El Baghdadi van mobiliteitsonderzoekscentrum MOBI (VUB). 'Tot nu toe zorgde dat niet voor goedkopere auto's. Er werden steeds betere batterijen geplaatst, waarmee je nu honderden kilometers kunt rijden zonder op te laden. In de toekomst zullen de productievolumes toenemen en zullen er prijsdalingen komen.' Maar ondertussen rijzen de grondstofprijzen de pan uit. Lithium, nikkel, kobalt, mangaan en koper worden allemaal gebruikt in batterijen en zijn het afgelopen jaar spectaculair in prijs gestegen. 'Daardoor stijgt de kostprijs van de batterij en dus die van de elektrische auto, of er worden goedkopere batterijen gebruikt', zegt Guy De Ceuster, ceo van Belfius Auto Lease. 'Het nadeel is dat die goedkopere batterijen minder capaciteit en rijbereik hebben.' Aangezien de vraag naar die grondstoffen nog zal toenemen, houden specialisten er rekening mee dat hun prijs zal vervijfvoudigen tegen 2030. Dat zal de prijs van een elektrische auto onvermijdelijk de hoogte injagen. 'Maar', zegt professor elektrische energietechniek Johan Driesen (KU Leuven en EnergyVille), 'er wordt hard aan gewerkt om met andere, makkelijker verkrijgbare grondstoffen batterijen te vervaardigen.' In ieder geval hebben autofabrikanten de prijzen van hun elektrische wagens sinds de opleving van de economie al opgetrokken, bevestigt De Ceuster: 'Sinds de zomer trekken de prijzen aan. Het verschilt van model tot model, maar de Tesla 3, bijvoorbeeld, werd 3000 euro duurder, een stijging van 5 procent.' Behalve de stijgende grondstofprijzen ziet hij nog een andere reden: het grote tekort aan microchips. Driesen knikt: 'Autobouwers schrappen hun goedkope elektrische modellen uit hun gamma en geven er de voorkeur aan de schaarse chips te installeren in de duurste wagens, waarmee ze de hoogste winstmarges boeken.' Een andere belangrijke factor in de kostprijs van het elektrisch rijden is natuurlijk de elektriciteitsprijs, die de laatste tijd al fel is gestegen. Wie een bedrijfswagen kan opladen op het bedrijfsterrein heeft daar niet zoveel last van. Daar kan een auto worden opgeladen tegen 15 cent per kilowattuur, omdat bedrijven lage tarieven kunnen onderhandelen. Voor wie zijn wagen thuis wil opladen, wordt het een ander verhaal. Om te beginnen moet er een laadpaal aan de woning zijn, een investering van zo'n 2500 euro. Een particulier kan daarvoor tot eind 2022 een eenmalige belastingvermindering krijgen van 45 procent op maximaal 1500 euro, wat dus neerkomt op een maximale subsidie van 675 euro. Daarnaast zijn er soms nog aanpassingen nodig aan de elektrische installatie van de woning, zodat die krachtig genoeg wordt. 'Uw auto thuis opladen is interessant als u zonnepanelen hebt en de auto kan opladen als de zon schijnt,' zegt Pecqueur, 'maar wie kan dat? En de zon schijnt bij ons niet altijd.' Dus speelt de elektriciteitsprijs een belangrijke rol. Wie thuis oplaadt, moet rekenen op pakweg 30 cent per kilowattuur. Aangezien een elektrische auto zo'n 20 kilowattuur per 100 kilometer verbruikt, komt dat neer op 6 euro per 100 kilometer. Voor wie onderweg moet opladen, wordt de factuur duurder. Aan een openbaar oplaadpunt kost het 40 cent, aan een snellaadpunt zelfs meer dan 70 cent per kilowattuur. Dat komt dan dus neer op respectievelijk 8 tot 14 euro per 100 kilometer. Ter vergelijking: een dieselwagen slurpt 6 liter per 100 kilometer en aan de pomp kost diesel 1,75 euro per liter. Dat betekent 10,5 euro per 100 kilometer aan dieselkosten. De vraag is hoezeer de elektriciteitsprijs nog zal stijgen. Laadpalenspecialist Fastned trok eerder deze maand de prijs van elektriciteit aan zijn snellaadpalen met 17 procent op. Daar komt nog iets bij: vanaf 1 juli 2022 is het afgelopen met dag- en nachttarief, en krijgen we het zogenaamde capaciteitstarief. Dat houdt rekening met de verbruikspieken, met als doel de overbelasting van het stroomnet en de daarmee verbonden kosten te vermijden. Een elektrische wagen opladen tijdens zo'n piek kan veel geld kosten en dus wordt het uitkijken wanneer de stekker het best wordt ingestoken. Een slimme oplaadpaal die daar rekening mee houdt, kost enkele honderden euro's meer, maar is een verstandige investering. Voor een elektrische wagen moet dus heel wat meer geld uit de portemonnee worden getrokken, maar in het gebruik liggen de kosten lager dan bij brandstofwagens. En dan is er nog iets wat in het voordeel van de elektrische auto speelt, zegt Driesen: 'Hun levensduur is veel langer, bij normaal gebruik gaat een batterij makkelijk twintig jaar mee.' Zo wordt de elektrische auto bijzonder interessant op de tweedehandsmarkt, waar heel veel particulieren hun auto kopen. Bovendien voert Tesla nu al via wifi updates uit in de auto's die al op de weg rijden, en beweert het dat ze daarom zelfs in waarde stijgen. Voor de garages en tankstations en de mensen die daar werken, is dat allemaal minder goed nieuws: zij worden zo goed als overbodig.