Volgend weekend staat in de Heizelpaleizen de 102de editie van de Brussels Motor Show. De inzet is hoog. Constructeurs gaan alles uit de kast halen want de privé-autokoper maakt een inhaalbeweging en koopt weer nieuwe wagens.
Tot zover het goede nieuws, want er zit ruis op de lijn tussen de aanbieders van de voertuigen en de consument. De privé-autokoper is vrij conservatief en wil bij voorkeur een thermisch aangedreven wagen. Wel mag er misschien een hybride (deels elektrische) aandrijving onder de motorkap zitten. Constructeurs van hun kant, willen zoveel mogelijk elektrische modellen verkopen. Alleen op die manier halen zij hun CO2-doelstellingen makkelijker.
Automerken doen hun best om elektrificatie ook betaalbaar te maken, getuige de verschillende elektrische modellen met een prijs vanaf 25.000 euro. Maar dergelijke wagens zijn meestal erg compact en niet geschikt voor een gezin van vier. Traditiegetrouw mag de consument zich aan mooie kortingen verwachten en ook banken en verzekeringen springen mee op de kar om aantrekkelijke financieringen of interessante verzekeringen aan te bieden.
Brussel wordt dit jaar een erg veelzijdig salon want er staan niet enkel personenwagens, ook invoerders van campers, motorfietsen en lichte bedrijfswagens maken van 9 tot 18 januari hun opwachting in de Heizelpaleizen. Bij de exposanten tellen we 67 merken van auto’s en bestelwagens, naast 28 motormerken. De deuren van de beurs gaan open om 10 u en sluiten om 19 u. Een ticket kost 18 euro en kinderen tot 10 jaar mogen gratis binnen. Een kaartje voor jongeren tussen 10 en 18 jaar heb je voor 10 euro. Wie met de wagen komt, moet rekening houden met een parkingkost van 12 euro op Parking C.