Schilders op reis of de zwerftocht van een museum.

Pas in 2007, bij de opening van de grote tentoonstelling British Vision, beschikt het Gentse Museum voor Schone Kunsten opnieuw over zijn museumgebouw in het Citadelpark. Het einde van een jarenlange renovatie. Tot dan moet het zich behelpen met een collectie verstrooid over de crypte van de Sint-Baafskathedraal, het MIAT, het designmuseum, het SMAK, het Leiestreek-museum in Deinze en de Leopoldkazerne in de Charles de Kerckhovelaan 187 A. De troepen van conservator Robert Hoozee zitten hoog en droog verschanst in een vleugel van dit enorme militaire bouwwerk. Gelukkig hebben ze er ook een toegankelijk museumpaviljoen. Drie ruime salons met parket – de voormalige mess van de officieren – bieden aantrekkelijke tentoonstellingsvoorwaarden. De eerste collectiepresentatie (tot 19.9) vormt een weerspiegeling van dat voorlopige zwerfbestaan. Reizen is een keuze uit meer dan 40 schilderijen, 16 tekeningen, 2 sculpturen, enkele schetsboekjes en druksels.

Ook oorlogsvluchtelingen, natuurschilders en zelfs thuisblijvers krijgen een brevet van reiziger toegekend. De vier subthema’s geven immers wat speling: het gaat over een verruiming van de horizon (!), het oriëntalisme, de idylle van de natuur en de reis als allegorie.

De ‘verruimers’ komen sterk voor de dag, met een onaards verlicht Landschap met Dieren van Roelandt Savery en knap dreigende sfeerscheppingen van de tijdens de Grote Oorlog naar Londen gevluchte Gentenaars Albert Baertsoen, George Minne en Jules de Bruycker. In hun zog, een impressionistische Theems van de eveneens gevluchte Emile Claus. Ongetwijfeld vanwege zijn ‘on-noords’ felle belichting mag Claus zich, met zijn thuis in Astene geschilderde Meisjes in het veld, tot de reizigers rekenen. Met de stukken van adepten van het leven en werken in de buitenlucht, zoals ze in de kunstenaarskolonies van Barbizon (Corot, Daubigny), Latem (De Saedeleer), Tervuren (Boulenger) en Worpswede (Modersohn-Becker) aan de slag togen, wordt het hoofdstuk ‘idylle van de natuur’ stevig geïllustreerd. Niettemin is er bij het hologige loeder in het Berkenbos van Paula Modersohn veeleer sprake van een anti-idylle.

Wat betekent reizen, als het niet vooral tot de verbeelding spreekt? Reizen is verlangen naar de reis, schildert Frits van den Berghe. Josse van den Abeeles hang naar Italië staat voor de eeuwige nostalgie naar de Klassieke Oudheid. Theo van Rysselberghes trip naar Marokko verraadt de drang naar het exotische en het licht van de Oriënt. Maar hij toont ook een koel oog voor het groezelig ongeschaafde en het stoffelijke, dat sneller vergaat in een verzengend licht.

J.B.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content