De socialisten zijn in Spanje dertien jaar aan de macht. Maar volgens de opiniepeilingen wint rechts zondag de verkiezingen.

?ELKE avond kijkt Felipe Gonzalez in zijn toverspiegel, en vraagt spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de beste president van heel het land ? Al jaren antwoordt de toverspiegel dat ben jij. Maar tegenwoordig zegt hij : Aznar.” Zelfs de vervaarlijke Catalaanse schrijver Manuel Vazquez Montalban, ex-communist, links in hart en nieren, heeft Felipe Gonzalez en zijn PSOE dit keer opgegeven. Het is een teken : Vazquez Montalban denkt nog altijd dat de sociaal-democraten van de PSOE de Spaanse ?sociale verworvenheden” beter zullen verdedigen dan hun opposanten van de conservatieve Partido Popular van José Maria Aznar, zelfs al ontwaart hij nog maar bitter weinig sociaal-democratie in de praktijk van de PSOE. Die is ten slotte al dertien jaar aan de macht, en ze is versleten. Ook Felipe Gonzalez, de mooiste van alle partijleiders, is versleten. Daarom denkt zelfs Vazquez Montalban dat Felipe en de PSOE hun tijd gehad hebben.

En waarom is dat zo ? Dat is zo omdat de jeugd denkt dat Felipe Gonzalez een dictator is, en voor Aznar zal stemmen. De jeugd heeft nooit de dictatuur gekend, en veel ouderen zijn ze al vergeten. De schrijver verschilt in zijn diagnose niet echt van de gewone, gediplomeerde commentatoren. Waarom niet ? Omdat de waarheid in het oog springt.

Toen de dictator stierf, generalissimo Francisco Franco, in 1975, wist heel Spanje zeer goed wat een dictatuur was. Daarom was het mogelijk het typisch Spaanse overgangscompromis te sluiten, waarbij, onder een opnieuw ingestelde monarchie, voetje voor voetje de weg naar een moderne Europese democratie ingeslagen werd. De verse koning, Juan Carlos, hielp nog de militaire staatsgreep neerslaan waar iedereen op zat te wachten, en bewees daarmee een koning te zijn en niet de marionet waarvoor menigeen hem had gehouden en in 1983 wonnen de sociaal-demokraten van de PSOE de verkiezingen met de slogan ?Honderd jaar eerlijkheid”. Felipe Gonzalez werd minister-president. En sindsdien is Spanje van aanschijn veranderd. En de Spanjaarden zijn vergeten wat de dictatuur was.

MARCHANDEREN.

Spanje is bij Europa gekomen, nu de Europese Unie, en doet mee aan de in het eigen vlees snijdende financiële oefeningen om aan de normen van Maastricht voor de eenheidsmunt te voldoen. Spanje, onder de dictatuur een militaire voortuin van de Verenigde Staten, werd na tal van peripetieën en één referendum volwaardig lid van de Navo. Spanje is gemoderniseerd, heeft een geavanceerde arbeidswetgeving (die de conservatieven beweren te moeten afbreken), en sociale wetten, werklozensteun en ouderdomspensioenen. Het onder Franco uiterst gecentraliseerde Spanje werd in behoorlijke mate gedecentraliseerd. Waarbij sinds lang naar onafhankelijkheid of op z’n minst autonomie strevende gebieden machten kregen toegespeeld, die veel nationalisten aan het nadenken zetten of hun strijd verder zetten wel de moeite loonde.

Zo ging het in Catalonië, waar de Generaliteit een hoop lokale armslag kreeg, en de partijen met de centrale regering in Madrid konden marchanderen wie er wie ging steunen. In ruil voor soepelheid op het gebied van de autonomie (inzake de promotie van het Catalaans, bijvoorbeeld), kreeg de PSOE de steun van de Catalaanse autonomisten in het parlement, zonder dat die ooit in de regering traden. Hetzelfde goldt, mutatis mutandis, voor het Baskenland. Ook de Basken kregen machten voor hun parlement, hun eigen politie en wat dies meer zij, en met de PNV, de Baskische nationalistische partij, was er een compromis van steun aan de regering zonder toetreding.

Wat voor het zwakkere Galicië en het rijke Catalonië minder het geval was, bleef natuurlijk voor Baskenland een probleem vormen : de terroristische onafhankelijkheidsorganisaties van ETA bleken er niet toe te bewegen ernstige onderhandelingen met de regering te voeren, en hun gewapende campagne definitief stop te zetten. Zodat het terroristische probleem in Baskenland explosief is gebleven en het nu, na weer een aantal moorden en kleinere criminele acties, ook een factor geworden is in de verkiezingen.

DEFENSIEF.

Het resultaat van deze gedeeltelijke erelijst is een reeks van defensieve stemmen voor de PSOE. Ouderen, die vrezen dat de PP van Aznar hun pensioen zal afpakken. Werklozen, die vrezen voor hun uitkering. De traditionele stem van vakbonden en met privatisering bedreigde overheidsindustrietakken. En een deel autonomisten in Baskenland en Catalonië, die vrezen dat Aznar zal proberen terug de centrale macht op te leggen. En misschien Andaloesië, Gonzalez eigen provincie, die aan zijn regering miljarden peseta’s hulp te danken heeft.

Volgens een opiniepeiling, maandag in de krant El Pais, zou de PP de derde maart een duidelijke overwinning behalen in 34 van de 52 kiesomschrijvingen. Ze zou 42,4 procent van de stemmen behalen, tegen de PSOE 33,4 procent. En alleen de provincies van Andaloesië, Baskenland, Catalonië en Estremadura zouden duidelijk weerstand bieden aan Aznar.

Felipe Gonzalez, in dezelfde krant : ?Als ik verlies, zal ik de macht afgeven zonder boosheid, en met dank.” Gonzalez was nochtans, in vorige verkiezingen waar de peilingen de PSOE voor verloren hadden opgegeven, zo goed als het geheime wapen van zijn partij geweest. Met zijn charme, zijn charisma en zijn kracht van doorduwer, die hij nog had uit de jaren van clandestiniteit onder de dictatuur (want zó oud is hij intussen al wel), haalde hij vorige keren de PSOE uit de put zoals de baron Münchhausen, gewoon door zich aan z’n schoenveters omhoog te trekken. Dit keer ziet het er naar uit dat de kaarten anders liggen.

PUINLIJK.

Natuurlijk, er zijn de schandalen geweest. Financiële schandalen voor een partij die met ?Honderd jaar eerlijkheid” aan de macht kwam… Het GAL-schandaal, waar topleiders mee te maken kregen van de partij die schone, moderne, democratische politiek over Spanje ging brengen : wist Gonzalez van de anti-ETA-doodseskaders van de GAL, of wist hij er niets van ? En dan het terrorisme dat weer de kop opstak, en de oude getrouwen die het zinkende schip verlieten : Emilio Botin, van de Bank van Santander, Jose Maria Cuevas, van de vereniging van de werkgevers, en Miguel Boyer, oud-minister van Financiën, allemaal overgelopen naar Aznar.

En er is de economie. Die kan dan gemoderniseerd zijn, en in 1995 uit de diepte beginnen kruipen van een verschrikkelijke recessie (drie procent groei, met vier procent inflatie vorig jaar), de Spaanse werkloosheidscijfers zijn uitgesproken deprimerend : met 22 procent werklozen staat die het hoogst in de EU, en in Andaloesië haalt ze nog tien procent meer. Het begrotingstekort van 5,7 procent is te hoog voor de sacrosancte normen van Maastricht, en wie dit alles wil veranderen volgens de geijkte liberale methodes, die de PSOE toch ook ten dele in haar vaandel geschreven heeft staan, zal niet anders kunnen dan de situatie voor het Spaanse volk nog een stuk pijnlijker maken dan ze al was.

Ook dat is natuurlijk een goed motief om verkiezingen te verliezen : de ideale situatie voor de PSOE, na dertien jaar macht aan herbronning toe (en misschien, wordt gezegd, aan een andere partijleider, iemand die nog zin heeft in binnenlandse, Spaanse politiek), zou erin bestaan de verkiezingen te winnen, en de lui van José Maria Aznar te laten regeren. Want wie het ook moet doen, het zal geen pijnloze operatie worden.

De vraag dan, die conservatieve waarnemers zich stellen, is ?kan Aznar dit aan ? En als hij het aankan, kan het Spaanse bestel dan zijn methodes overleven ?” Dat is een vraag waar, eigenlijk, niemand het antwoord op weet. Ook de duizenden Spanjaarden niet die, alle kleuren ondereen, met een half miljoen of zo manifesteerden tegen de terreur en de chantage van de ETA en andere terroristen. (En Aznar die dan ?harde maatregelen” belooft tegen terreurgroepen, wat impliceert dat onder ?Felipe” de Spaanse politie haar gevangen ETA-verdachten vertroetelde.) Maar ze zullen het moeten hopen, natuurlijk, want hij komt eraan.

Sus van Elzen

Meer dan een half miljoen betogers tegen de terreur van de ETA in Madrid.

Felipe Gonzalez : Als ik verlies zal ik de macht afgeven zonder boosheid, met dank.

Kan José Maria Aznar de leiding van het land aan ? niemand weet het.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content