Koen Meulenaere
Koen Meulenaere Van 1991 tot 2012 de satiricus van Knack

Als er één man is wiens onderwerpen op de redaktievergadering altijd voor grote hilariteit zorgen, dan is het wel onze chef-kultuur Jan Braet. Wat Jan durft voorstellen aan kladderaars en klodderaars die allemaal subsidie opstrijken, overstijgt alle verbeelding. Guido Fossez, onze engel-bewaarder in Roeselare die de laatste tekstkontrole doet en waakt over de invorming, heeft ooit van Jan geëist dat hij op de meegestuurde reprodukties telkens expliciet zou aanduiden wat de bovenkant, de onderkant, de linkerkant en de rechterkant was. Want in de drukkerij waren ze het moe om daar urenlang hun hoofd over te breken. Er zijn kunstenaars geweest die ons dankbrieven hebben gestuurd omdat hun werk in Knack ondersteboven stond afgedrukt waardoor ze zelf plotseling ook snapten wat het voorstelde.

Onze direkteur bewaart kultuur altijd voor het laatst. Eerst wordt de toestand in het binnenland besproken. Hierna de toestand in het buitenland. Wij staan stil bij de te verwachten ontwikkelingen in de wereld van de wetenschap, bespreken enkele nieuwe trends uit het moderne leven en aanhoren de rampspoedige konjunktuur-voorspellingen van onze chef-ekonomie. Er wordt nog een tijdje heen en weer gescholden over recente strubbelingen in het voetbal en de wielerkoersen, en dan is het grote moment daar : onze direkteur maant iedereen tot stilte en vraagt : “En kultuur Jan ? ” Iedereen gaat er nu extra voor zitten want bij de rariteiten die Braet elke week ontdekt, kan de ergste droogstoppel zich niet langer serieus houden. Enkele weken geleden ging het over Victor Grippo.

Niemand van ons had ooit gehoord van Victor Grippo. Alleen onze direkteur deed alsof, met het meesterlijke truukje dat hij voor die gelegenheden in zijn mouw heeft zitten : “Grippo ? Wat heb ik onlangs ook weer gelezen over Grippo ? ” Een buitenstaander zou hieruit met veel eerbied en ontzag een buitengewoon uitgebreid kennis- en interesseveld konkluderen, maar wij weten ondertussen beter. En Jan Braet zeker. Toch liet hij de kans op een bondgenoot niet voorbij gaan en probeerde onze direkteur zeer diskreet met één alomvattend zinnetje op het juiste pad te brengen : “Wel ja, misschien kent niet iedereen rond de tafel hem : Grippo is de kunstenaar die energie opwekt uit aardappelen. “

Twee tellen bleef het nog stil, de tijd die iedereen nodig had om te bevatten wat net was gezegd. Toen barstte een verwoestend gehuil los. De hele redaktie rolde over de grond van het lachen. De meest amechtige chefs grepen in paniek naar de zuurstoffles, altijd voorzien als er redaktievergadering is. Energie uit aardappelen ! De kracht van de patat, zoals de kop van het artikel uiteindelijk luidde. Het is toch niet te geloven. Die Grippo huurt een zaal van negenhonderd vierkante meter af, legt daar twaalf aardappelen in die hij verbindt met elektroden en aankoppelt aan een voltagemeter die dan een weinig uitslaat. “De energie van het vergeten bewustzijn, ” noemt hij dat. En zoiets krijgt dus een plaats in het Paleis voor Schone Kunsten.

Onze direkteur, de enige die nog rechtop zat, bleef minuten lang in grote verwarring naar onze chef-kultuur staren en had een lichte brok in de keel toen hij sprak : “Jan, is thuis alles goed jong ? Eet gij gezond genoeg ? “

Deze laatste goed bedoelde bezorgdheid veroorzaakte nog groter gejoel toen een niet nader te noemen chef van op het tapijt inpikte met : “Waarom eet ge het werk van die Grippo niet een keer op Jan ? Met een smakelijk sauske erbij. “

Toen iedereen weer zat, kwam onze chef-Wetstraat op de proppen met de opzienbarende bewering dat de stunt van Grippo vroeger al eens op televisie was gedemonstreerd door professor Polk, die een eigen rubriek had in het programma van nonkel Bob. Die professor Polk, een betweter met een ringbaardje die altijd het gezang van nonkel Bob onderbrak en in wie wij lange tijd Gerard Bodifée hebben vermoed, had net als Grippo een paar elektrische draden in een patat gewrongen, waarna wij enkele metertjes gevaarlijk zagen uitslaan en plots al het licht uitviel. Kortsluiting ! Het nieuws was dikwijls al gepasseerd vooraleer zo een panne gerepareerd was. Want in die tijd was er nog geen konkurrentie en lieten ze zich op de BRT niet gemakkelijk opjagen. Wie toen een protestbrief tegen de direktie ondertekende vloog gewoon buiten, zoals het hoort.

NADAT ONZE chef-kultuur in machteloze woede heeft moeten luisteren naar alle platvoerse vulgariteiten van de barbaren die zich dan nog zijn kollega’s durven noemen, staat zijn moreel meestal een eind onder het nulpunt. Het is op dat moment dat onze direkteur bewijst wat voor een fijne man hij wel is. Wat een takt ! Wat een inzicht in de menselijke gevoelens ! Wat een verstandige aanpak ! Wat een macht ook om onze kostennota’s goed of af te keuren, al doet dat nu niet terzake.

Onze direkteur sprak Jan Braet dus ook twee weken geleden toe alsof de bovengemelde opschudding niet had plaatsgehad, alsof er niemand had gelachen, alsof er geen onbeleefdheden en hatelijkheden waren geuit. Hij kwam zelf met enkele voorzichtige suggesties op de proppen, hopend dat onze chef-kultuur de hint zou begrijpen en onmiddellijk op de voorgereden kar zou springen om alsnog zijn rubriek te redden. Een tentoonstelling in Brugge over de Vlaamse primitieven. Een nieuwe galerij, ook in Brugge, waar een retrospektieve over Jan van Eyck werd gehouden. Een lezing over de geschiedenis van ’t Pandreitje tot 1992. Pierre Chevalier bood een interview aan over : “Pierre Chevalier en het artistieke testament van Frank Van Acker”. De Heilig-Bloedprocessie bestond zevenhonderd jaar. Of achthonderd, op een eeuwke meer of minder komt het niet aan. Waarom komen vooraanstaande intellektuelen in Brugge wonen ? Zin en onzin van kantklossen. De proosdij van Sint-Donaas. Honderd jaar Cercle. De restauratie van het Sinte-Ursulaschrijn van Hans Memlinc.

“Het zijn maar een paar ideetjes Jan, ” voegde onze direkteur er met een licht understatement aan toe. Onze direkteur woont zelf in Brugge.

JAN BRAET DEED al enige tijd teken dat hij ook iets wilde zeggen. “Waar ik deze week ook iets wil over schrijven, ” begon hij aarzelend onder aanmoedigend geknik van onze baas, “is over een Bulgaars beeldend kunstenaar die van plan is om de Rijksdag in Berlijn in te pakken. “

Het gehele redakteursbestand van Knack verdween ten tweede male gierend onder de tafel. Onze direkteur roerde met trieste blik een klontje suiker door zijn koffie en keek bezorgd naar de koortsige blos op de wangen van onze chef-kultuur.

Koen Meulenaere

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content