Koen Meulenaere
Koen Meulenaere Van 1991 tot 2012 de satiricus van Knack

De grootste voorstander van stieregevechten op onze redaktie is onze chef-boeken. Wij hernemen deze zin om semantisch geen enkel misverstand te laten bestaan. Op onze redaktie is de grootste voorstander van stieregevechten onze chef-boeken. Niet alleen beweert Reynebeau dat zo een stier nauwelijks lijdt onder een corrida een betwistbare stelling maar bovendien zou het ook voor de stierevechter een makkie zijn.

Bij een stieregevecht wordt de stier eerst zodanig vermoeid door de torero’s dat hij bijna vanzelf door zijn poten zakt. Vervolgens komt de picador die met een lans duchtig heen en weer kotert in zijn rug waar zowat drie kwart van het bloed uit wegstroomt. Hierna steekt de banderillero er nog een zestal messen bij. Dan, steeds volgens onze chef-boeken, komt Grote Jan de arena binnen gewandeld : de matador ! Een gladjanus in een veelkleurige pofbroek en roze zijden kousjes, die het gevecht gaat opdragen aan een of andere rijke ouwe nicht op de eerste rij, die hem uit erkentelijkheid vol op de mond zoent en van ontroering in tranen uitbarst. Gênant. Als we zover zijn, ziet de stier absoluut niet meer waar hij staat en is zijn enige bekommernis om zo vlug mogelijk te kunnen gaan liggen. En dan zijn er nog knoeiers die vier, vijf keer met hun degen moeten steken en soms nog op de loop moeten ook.

Wij hebben zelf ooit in een Catalaanse arena een stierevechter aan het werk gezien die zodanig overdreef vooraleer de doodsteek te geven, dat de hele tribune steeds fanatieker partij begon te kiezen voor de stier. Dat is voor elke torero gevaarlijk, omdat hij zichzelf dan wil gaan bewijzen tegenover het publiek en risico’s gaat nemen. Om te verdoezelen dat ze niet langer tegenover de gevaarlijke opgehitste kolos van daarstraks staan, maar tegen een uitgeputte en zo goed als onmachtige op sterven na dode oude os, voeren de meeste toreros een ingestudeerd show-nummertje op. Deze jansalie nu lachte de stier uit, wat op zich net door de beugel kon, maar hij riep daar telkens “haha toro” bij, en dat begon snel te irriteren. Tot op het moment suprême zijn degen afschampte en de stier het ook in Spanje bekende spreekwoord “Wie laatst lacht best lacht” in praktijk omzette. Tot jolijt van iedereen. Toen wij na de zes gevechten tevreden de arena verlieten, werd de matador net in een ziekenwagen geladen.

Je hebt wel eens een Portugees die het zonder wapen aanpakt. Dat zijn al andere jongens natuurlijk. De stier krijgt eerst wel een paar speren in zijn lijf maar de paarden van de picadores zijn niet zo goed beschermd en lopen dus wel degelijk gevaar. Vervolgens stapt de torero ongewapend naar het midden van de arena, roept enkele beledigingen naar de stier die dit op zijn krachten neemt en komt aangestormd. De stierevechter loopt dan achteruit en als de stier vlak bij hem is werpt hij zich op de neus van het dolle dier. Precies tussen de twee horenpunten in. Tenminste dat is de bedoeling, want slecht mikken is al menig Portugees fataal geworden. De torero wordt uiteraard meegesleurd, een zevental kollega’s werpen zich in de nek van de bull en er gaat er zelfs eentje aan zijn staart hangen. Dat alles tot het beest tot stilstand of op de knieën wordt gedwongen.

ZOALS GEZEGD, IS dat andere koek, maar de traditionele wijze van stierevechten is een fluitje van een cent. Zei onze chef-boeken, wiens uiteenzetting niet veel indruk maakte bij de kollega’s. Van het ene woord kwam het andere en Reynebeau werd uitgedaagd om zijn forse uitspraken met daden te bewijzen. Wij namen eerst het rode tafelkleed dat onze mahoniehouten vergadertafel zo veel als mogelijk tegen brand- en koffievlekken moet beschermen. Daarna haalden wij van de muur in onze ridderzaal een blinkend stalen zwaard dat volgens de overlevering aan Pepijn de Korte heeft toebehoord, al werd dit ooit met grote hardnekkigheid en een niet te weerleggen historische bewijsvoering afgestreden door onze chef-geschiedenis. Dat was kort vóór hij ontslagen werd want op Knack wordt niet gespot met overleveringen.

Onze chef-muziek holde de trappen op om zijn schelste trompet uit de kast te halen, teneinde het schouwspel van de gepaste muzikale omlijsting te voorzien. En daarna wrongen wij ons met zeker achttien man in drie auto’s, en reden naar het Pajottenland waar bij een willekeurige wei werd haltgehouden. Reynebeau werd over de prikkeldraad geholpen, begaf zich met zijn wapen naar het midden van het terrein en begon daar met het rode tafellaken te zwaaien in de richting van wat hij in zijn biologische onwetendheid voor een ongevaarlijke vaars hield. In werkelijkheid was het een autentieke Holsteiner van zevenhonderd kilogram, die bovendien in een humeurige dag was. Onze chef-boeken zelf weegt met kleren aan ternauwernood 62. Zonder kleren heeft niemand het tot nu toe gecheckt, er zijn taferelen die men zich beter ontzegt. Na een vergadering van de advieskommissie der letteren kan het wel eens oplopen tot iets over de 63, maar het verschil met de Holsteiner bleef hoe dan ook indrukwekkend en zou katastrofaal blijken voor onze chef-boeken. Temeer daar de stier, voor zover nodig, vanop afstand luidkeels werd aangevuurd door zeventien Knack-redakteurs die, zoals wel vaker, besloten hadden de kant van de sterkste te kiezen.

Wij hebben onze chef-boeken later, na lang zoeken, teruggevonden in een aanpalende boomgaard. Uit twee diepe gaten ter hoogte van zijn lever, gutste het bloed naar buiten. Geen picador die ooit zo een mooi werkstuk heeft afgeleverd. Hierna besloten enkele van onze gewichtigere cheffen zich met de zaak te bemoeien. Onder algemene bewondering klommen onze chef-Wetstraat, onze chef-ekonomie en onze chef-buitenland niet zonder moeite over de prikkeldraad en sloegen na een hevig maar al te onevenwichtig gevecht de stier met de blote hand morsdood. A la Portugaise. Nadat onze chef-ekonomie hem eerst een brandende sigaar in de neusgaten had geduwd ! Dit sterke staaltje van moed en doortastendheid, zo typisch voor ons blad, leidde nadien tot een bitsige woordenwisseling met de boer-eigenaar, want het bleek hier om een prijswinnaar met stamboek te gaan die in de fokkerij verscheidene miljoenen waard was. Per jaar ! Pas toen hem duidelijk werd gemaakt dat onze chef-Wetstraat lid is van Opus Dei kalmeerde de boze landbouwer.

NA DEZE BLAMAGE begreep Reynebeau dat de horens van een stier toch wat hoog gegrepen waren voor een chefke-boeken. De dag nadien spoorde hij naar de Antwerpse Zoo en begon aan een studie over de klauwen van de leeuw.

Koen Meulenaere

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content