Waarom worden films en series in het ene land ondertiteld en in het andere nagesynchroniseerd? En spreken wij Vlamingen beter Engels omdat we in de bioscoop ‘E.T. phone home’ horen en niet ‘E.T. naar huis bellen’?

The Terminator die zijn bedreigingen in het Duits bromt. Of Robert De Niro die zich voor een spiegel afvraagt: ‘ C’est à moi que tu parles?’ In Vlaanderen kunnen we het ons nauwelijks voorstellen, maar in heel wat landen is het nasynchroniseren van stemmen op televisie en in de bioscoop de norm. In Duitsland spreekt George Clooney altijd Duits, in Frankrijk Frans en in Italië Italiaans. De gebieden waar ze dubben en waar ze ondertitelen, zijn in West-Europa duidelijk afgebakend. Het noorden (de Scandinavische landen, Nederland en Vlaanderen) kiest voor ondertitels. Het zuiden en het oosten (Frankrijk, Wallonië, Italië, Spanje, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk) gaan voor dubben. Griekenland en Portugal, waar een wet uit 1948 om de eigen film-industrie te beschermen dubben lange tijd verbood, zijn de uitzonderingen.

Elk van de twee blokken vindt ‘zijn’ methode de beste. Maar ook in landen waar nasynchronisatie stevig is ingeburgerd, zoals Frankrijk of Duitsland, wordt de techniek geregeld door een minderheid bespot, om dezelfde redenen als bij ons: nasynchronisatie verknoeit de artistieke integriteit van een film, voelt onnatuurlijk aan en is een gemakkelijke oplossing voor mensen die te lui zijn om onder-titels te lezen. De voorstanders wijzen er dan weer op dat het dikwijls onmogelijk is om Amerikaanse uitdrukkingen of slang in de al te beknopte ondertitels te vatten en dat de letters in het beeld evengoed de artistieke integriteit verknoeien. Vaak argumenteren ze ook dat het lezen van de onder-titels het lastig maakt om de film echt goed te volgen.

Franssprekende indianen

De tegenstanders van dubben hebben echter nog een flinke troefkaart in handen: volgens hen is het dubben er mee de oorzaak van dat Duitsers, Italianen, Fransen en Spanjaarden zo slecht hun talen beheersen. Ook meer en meer beleidsmakers volgen deze visie en willen de tv-zenders verplichten om het dubben in te ruilen voor ondertitels. In februari van dit jaar was het Luc Chatel, de Franse minister van Onderwijs, die de kat nog eens de bel aanbond en de Franse televisieomroepen opriep om helemaal over te schakelen op ondertitels. Dat zou de krakkemikkige talenkennis van de Fransen, vooral wat het Engels betreft, moeten helpen opkrikken. Chatel was zeker niet de eerste die deze verandering opperde. Ook in Italië stak het debat de kop op en zelfs in België bepleitte Kamerlid Philippe Henry van Ecolo in 2003 al dezelfde zaak, toen naar aanleiding van een rapport van de universiteit van Bergen over de taalachterstand bij de Waalse jeugd.

Waarom er in het ene land wel en het andere niet ondertiteld wordt, daarvoor zijn er verschillende verklaringen. De nabijheid en de invloed van de Angelsaksische cultuur, die heel wat prominenter is in bijvoorbeeld Nederland dan in ‘Latijnse’ landen als Spanje of Italië, is er maar een van. Een andere reden is zuiver economisch: ondertitelen is stukken goedkoper dan dubben en voor kleine taalmarkten als Zweden of Vlaanderen is dubben totaal oneconomisch. Een geroutineerde ondertitelaar voorziet een speelfilm in drie of vier dagen van ondertitels. Een film dubben neemt vaak tot twee weken in beslag en je hebt er een legertje stemacteurs voor nodig. Kinderprogramma’s en tekenfilms zijn de uitzondering: om die doelgroep te bereiken, die niet of niet snel genoeg kan lezen, moeten producenten wel dubben.

Een andere verklaring is historisch. Begin de jaren dertig, bij de opkomst van de geluidsfilm, zat Europa in een economisch dal waardoor veel landen zich steeds meer op hun eigen markt en hun eigen taal gingen terugplooien. Zo was het in het Italië van Mussolini verplicht om films te vertonen in het Italiaans, het Vichy-regime in Frankrijk legde dezelfde maatregel op voor Franstalige films. Dat bracht voor toenmalige filmproducenten heel wat kopzorgen mee, zegt Nicola Mazzanti, de conservator van het Brusselse Filmmuseum. ‘Toen het technisch mogelijk werd om ge- luidsfilms te maken, was het helemaal geen uitzondering dat sommige films twee, drie of zelfs vier keer werden opgenomen, telkens in een andere taal. Van The Big Trail van Raoul Walsh uit 1930 met John Wayne bestaan vier Europese versies: een Franse, een Spaanse, een Duitse en een Italiaanse, telkens met andere acteurs en soms met een coregisseur. Laurel en Hardy maakten van heel wat van hun films ook verschillende taalversies, waarbij ze zelf, puur fonetisch, in een andere taal acteerden. Voor grote markten als Italië of Duitsland wilde men die moeite doen, voor kleine landjes als België of Nederland niet. Je mag ook niet vergeten dat er in die tijd nog heel wat analfabetisme was, in het zuiden van Italië liep dat nog op tot veertig procent. Om die mensen te bereiken, moest je dus wel dubben.’

Na de Tweede Wereldoorlog gingen de meeste landen gewoon verder op het pad dat ze in de jaren dertig waren ingeslagen. Alleen Groot-Brittannië en Ierland hebben nog ongeveer tot een decennium na de oorlog getwijfeld of ze zouden kiezen voor nasynchronisatie of dubbing. Een bekende Britse regisseur als Nicolas Roeg bijvoorbeeld begon zijn carrière bij de De Lane Lea- studio in Londen, waar Franse films in het Engels werden nagesynchroniseerd. Uiteindelijk daalde het aanbod niet-Engels gesproken films in het Verenigd Koninkrijk zo sterk dat het probleem zichzelf oploste. Voor de piepkleine hoeveelheid niet-Engelse tv-programma’s die er nu worden uitgezonden, wordt er zowel ondertiteld als nagesynchroniseerd.

Brad ‘Tobias Meister’ Pitt

Op het continent evolueerde de situatie heel anders. Hier zorgden de komst van de televisie en de uit de VS geïmporteerde programma’s ervoor dat de vraag naar nasynchronisatie explodeerde. Volgens een schatting van de Duitse beroepsvereniging IVS (Interessenverband Synchronschauspieler, slagzin: ‘ Mit eine Stimme sprechen!’) gaat momenteel tachtig procent van de zendtijd in Duitsland naar gedubte programma’s. Bij onze oosterburen zijn er momenteel dan ook zowat een zeshonderdtal stemacteurs aan de slag. De meesten hebben ook een carrière op de planken of voor de camera’s, maar een aantal van hen doet niets anders dan nasynchroniseren. Alle grote Hollywoodsterren hebben er dan ook hun ‘vaste’ Duitse stem: George Clooney is steevast voor rekening van Detlef Bierstedt, voor een film met Nicolas Cage belt men Martin Kessler en Brad Pitt wordt traditiegetrouw nagesynchroniseerd door Tobias Meister (al draait die laatste ook zijn hand niet om voor Chris Penn, Gary Sinise of Robert Downey Jr.).

In landen met een lange traditie van dubben of ondertitelen is overspringen naar het andere kamp helemaal niet zo makkelijk. Meer nog: het zou vaak commerciële zelfmoord zijn. ‘In Frankrijk haalt een film op tv met ondertitels gemakkelijk dertig procent minder kijkers dan wanneer diezelfde film gedubd wordt uitgezonden’, zegt dubbingverantwoordelijke Christel Salgues van TF1 in een interview met de website Slate. Uit Duitsland komen soortgelijke cijfers: de gedubde versie van de eerste Pirates Of The Carribean haalde in zijn openingsweekend in de bioscoop een recette van ongeveer 38 miljoen euro. De originele versie moest het met minder dan 10 miljoen euro doen.

De voorstanders van ondertitels mogen zich dan graag wat laatdunkend uitlaten over dubben, de reden waarom mensen voor het ene of het andere kiezen, lijkt vooral met gewoonte te maken te hebben. En met leeftijd. Eind jaren tachtig zond Channel 4 in Groot-Brittannië de Franse soapserie Châteauvallon uit, zowel gedubd als ondertiteld. De gedubde versie haalde dubbel zoveel kijkers. Kijkersonderzoek achteraf toonde aan dat vooral jongere kijkers een voorkeur voor ondertitels hadden. Ook in Frankrijk is dit het geval. Hoewel zowat alle tv-programma’s er V.F. ( version française) of gedubd zijn, zijn er meer dan genoeg bioscopen waar men een film in V.O. ( version originale) kan gaan bekijken.

Blijft de vraag of overschakelen van nasynchronisatie op ondertiteling de talenkennis van de kijker kan bevorderen. Wie zuiver op het buikgevoel afgaat, is geneigd daarop ‘ja’ te antwoorden. Als je in Stockholm of Amsterdam in het Engels de weg vraagt aan een willekeurige voorbijganger, heb je veel kans om in prima Engels van repliek gediend te worden. In Parijs zul je het veelal moeten doen met charmant maar vaak onbegrijpelijk Franglais.

Getrainde oren

‘Echt heel veel wetenschappelijk onderzoek naar het verschil tussen ondertitelen en nasynchroniseren bij het leren van een taal is er nog niet gedaan’, zegt Kris Van den Brande van de faculteit Letteren van de KU Leuven. ‘Maar uit kleinschalige experimenten met kleine groepen volwassenen en kinderen blijkt toch dat ondertiteling een positieve invloed heeft op het oppikken van een nieuwe taal. Vooral de woordenschat heeft baat bij ondertitelen, je zult zien dat de proefpersonen heel snel nieuwe woorden en typische uitdrukkingen leren uit ondertitelde programma’s. Door de originele taal te horen en dan een vertaling te lezen, kun je betekenis geven aan wat er gezegd wordt. De voorwaarde is dan wel dat je snel genoeg kunt lezen. Op die manier houden de hersenen genoeg aandacht over voor het auditieve gedeelte en kun je alles goed verwerken. Want ook de uitspraak en de klankgevoeligheid varen er wel bij. Zo slagen Vlaamse jongeren er vaak in om typische Engelse accenten en klanken feilloos na te doen. Hun oren zijn als het ware getraind.’

Misschien is het debat over dubben of ondertitelen wel geen lang leven meer beschoren, nu de argumenten van beide kampen worden ingehaald door de technologische vooruitgang. Door de komst van digitale televisie kunnen kijkers immers almaar vaker zélf beslissen of Luke Skywalker ‘ May the force be with you’ dan wel ‘ Que la force soit avec toi’ zegt. In Frankrijk zenden onder meer TF1, Arte, M6 en Canal+ al heel wat van hun programma’s uit in V.M., of version multilingue. Met één druk op de afstandsbediening kun je als kijker daarbij kiezen tussen de gedubde of de ondertitelde versie van een film of serie. Helemaal perfect is het systeem nog niet, de scherpte en beeldkwaliteit van de ondertitels is bijvoorbeeld nog niet optimaal. Maar toch lijkt dit the best of both worlds te zijn. Of zo u wilt: Le meilleur des deux mondes.

DOOR FREDERIC PETITJEAN

‘In Frankrijk haalt een film op tv met ondertitels gemakkelijk dertig procent minder kijkers dan wanneer diezelfde film gedubd wordt uitgezonden.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Expertise