Het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) houdt een DNA-databank bij.

De DNA-databank van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) bestaat uit twee grote delen: in het eerste bestand zitten 5442 aparte DNA-sporen, die aangetroffen werden op plaatsen van een misdaad. De tweede database bevat 1573 DNA-profielen van veroordeelde criminelen. Wanneer een magistraat een nieuw DNA-staal binnenbrengt, zij het DNA van een veroordeelde of sporen gevonden bij een misdaad, wordt dat vergeleken met de profielen uit de grote databank. Al heel wat misdrijven werden op die manier opgelost.

Volgens de wet mogen in de databank enkel daders van ‘zware aanvallen op de fysieke integriteit’ worden opgenomen, in de praktijk betekent dat meestal: verkrachters en moordenaars. ‘Voor een simpele winkeldiefstal kom je dus niet in onze computer’, zegt Leen Duboccage van het NICC. ‘Jammer genoeg sturen nog niet alle gerechtelijke arrondissementen DNA van veroordeelden door, al zijn gelukkig meer en meer magistraten overtuigd van het nut van onze databank.’

Een magistraat kan ook vragen om het DNA-profiel van een verdachte te vergelijken met de databank van het NICC, maar naderhand moet zijn of haar profiel wel gewist worden. ‘En dat is jammer, want het beperkt de grote mogelijkheden van onze databank’, meent Duboccage. Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) onderzoekt momenteel een wetswijziging die zou toelaten dat ook het DNA van verdachten bewaard mag blijven. Naar aanleiding van de zaak-Fourniret werkte de minister aan een wetsvoorstel dat beschuldigden alvast in de databank laat terechtkomen. ‘Wij zijn in ieder geval vragende partij’, zegt Leen Duboccage. ‘Als het misdaden kan oplossen, waarom dan niet?’

Misschien omdat er privacybezwaren zijn. Duboccage: ‘Ik zie het probleem niet. Zelf heb ik me, net als bijna alle personeelsleden van het NICC, vrijwillig laten opnemen in de DNA-databank. We deden dat uit praktische overwegingen, om laboratoriumcontaminatie aan het licht te brengen, maar zeker ook uit principe, om aan te tonen dat de resultaten van onze DNA-vergelijkingen echt wel omzichtig behandeld worden. Wanneer iemands DNA gevonden wordt op de plek van een misdrijf, wil dat trouwens helemaal nog niet zeggen dat hij of zij ook de dader is. DNA-sporen vormen op zich slechts uiterst zelden een voldoende bewijs voor een veroordeling en worden overwegend gebruikt als ondersteunend argument of om verdachten te laten bekennen.’ J.V.B.

J.V.B.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content