In de Rwandese regering zit nu zelfs een Belgische staatssecretaris. Maar politieke oppositie is in Kigali zo goed als onmogelijk.

Sinds vorig najaar is Christine Nyatanyi – een Rwandese die lang in België woonde, de Belgische nationaliteit heeft verworven en keurig Nederlands spreekt – staatssecretaris voor Sociale Zaken en Plattelandsontwikkeling. Zij heeft zitting als onafhankelijke. Dat neemt niet weg dat de nieuwe regering, die opmerkelijk veel vrouwen telt en etnisch vrij evenwichtig is samengesteld, nog altijd volledig gedomineerd wordt door het Rwandees Patriottisch Front (RPF). De andere fracties in het parlement worden als satellietpartijen van het RPF gezien. Echte oppositiepartijen, zoals MDR, PDR en Adep-Mizero, zijn verboden. Politieke dissidenten, ook van het RPF zelf, zijn met bosjes het land ontvlucht.

Secretaris-generaal François Ngarambe van het RPF heeft er weinig problemen mee dat Rwanda een RPF-staat genoemd wordt: ‘Wij waren de voorbije tien jaar nu eenmaal de motor van het beleid. Partijen die het divisionisme of de etnische verdeeldheid preken, worden hier niet meer toegelaten. Maar dat wil niet zeggen dat er geen oppositie is: er zijn genoeg mensen in parlement en regering die niet akkoord gaan met ons. Maar zij kiezen niet voor het conflict, maar voor het debat. Wij zijn voor een democratie van consensus en eenheid. Wij willen niet het antagonistische model van de génocidaire krachten die ons nog altijd vanuit Oost-Congo bedreigen. En wat de zogenaamde oppositie in ballingschap betreft: dat zijn opportunisten die liever in Brussel een forum zoeken dan hier in Kigali.’

In een lokaal nabij het Meiserplein in Brussel huist nu de politieke koepel Igihango (‘bloedband’), waarin de meest diverse oppositiegroepen zoals Arena, de monarchisten van Nation-Imbaga en de Forces Démocratiques de Libération du Rwanda (FDLR) zich verenigd hebben. De FDLR zegt nog altijd zo’n 20.000 Hutu-strijders in Oost-Congo te kunnen mobiliseren. Enkele maanden geleden is een belangrijke militaire chef, Paul Rwarakabije, wel naar Rwanda teruggekeerd, waar hij een akkoord met het regime heeft gesloten. Maar het blijft bizar dat er in Igihango zowel gevluchte Tutsi’s, die onder de genocide geleden hebben, als gewapende Hutu’s van het voormalige genocidebewind onderdak gevonden hebben.

Journalist Déo Mushayidi is woordvoerder van Igihango in Brussel. ‘Wij hebben die uiteenlopende groepen juist verenigd omdat we niet willen dat het debat eeuwig beperkt blijft tot de strijd tussen RPF en zogenaamde génocidairen. Het is niet zomaar een zaak van goeden en slechten, zoals het RPF het wil voorstellen. Zo willen zij álle opposanten demoniseren als medeplichtigen aan de genocide.’ De hele familie van Déo Mushayidi, zelf Tutsi, werd in ’94 uitgemoord. Daarna heeft hij een tijd voor het secretariaat-generaal van het RPF in Kigali gewerkt, maar daar is hij opgestapt omdat zijn afwijkende mening niet meer getolereerd werd. Na nog enkele jaren als kritisch journalist gewerkt te hebben, is hij in 1990 het land ontvlucht en in België als politiek vluchteling erkend.

Eind vorig jaar lanceerde Igihango een ‘vredesvoorstel’ om z’n strijders in Congo te repatriëren tegen bepaalde voorwaarden. Déo Mushayidi: ‘President Kagame blijft denken als militair en niet als politicus. Maar een militaire oplossing haalt op termijn niets uit. Daarom vragen wij hem om een inter-Rwandese dialoog en een waarheidscommissie mogelijk te maken. Als hij de oppositie blijft diaboliseren en de toestand laat verrotten, dan blijft Rwanda een destabiliserende factor voor midden-Afrika. Hopelijk wordt de tiende verjaardag van de genocide een kans voor openheid en dialoog, en niet alleen maar een hoogmis voor Kagame en zijn autoritair regime. Anders stevent het land op een nieuwe catastrofe af.’

C.D.S.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content