Van alle Britse koningen is King Arthur de meest beroemde. Maar heeft hij ook echt bestaan ? Alleen sceptische historici twijfelen.

Zelfs over de historische data hangt een mist van onduidelijkheid. De kronieken vermelden twee veldslagen. In 495 of 516 de slag bij de Mons Badonicus, wellicht het huidige Bath. En in 537 de slag bij Camlann, een plaats die niemand zelfs niet bij benadering kan aanwijzen. Tot zelfs zijn geboorte en dood blijven mysterieus, zoals betaamt voor een mythische held.

Over het algemeen wordt aangenomen dat King Arthur stamt uit Cornwall, de westpunt van Engeland waar vele rotsklippen tot ver in de zee schuiven. Tintagel is er één van. Hoog, heel hoog, op de klip staat de ruïne van een versterkt kasteel. Het moet daarbuiten een woelige wereld geweest zijn om mensen ervan te overtuigen om op deze plek half weggeblazen door de stormwind een kasteel te bouwen. Al bieden de rotsen er ook een voordeel : ze vormen een natuurlijke haven, een rustpunt voor schepen. In de vijfde eeuw was hier een klooster en sindsdien werd het oord eeuwenlang bewoond daarover laat de geschiedenis geen twijfel groeien. Wat ook zeker is : de ruïne van nu blijft over van een kasteel dat gebouwd werd in de twaalfde eeuw, in de periode waarin negen jaar lang een oorlog woedde om de Engelse troon. Grote delen van het land werden toen verwoest. Soldaten en ridders veranderden vaker van kamp dan van hemd.

Een steile klip, een natuurlijke haven en grotten in overvloed om in te schuilen : deze plaats moet in de turbulente tijden van toen een geschenk uit de hemel geleken hebben.

KONING VAN HET LAND VAN DE DRAAK

Wat zegt het verhaal ? Dat hier het kasteel stond van een baron uit Cornwall met een beeldschone vrouw. De baron had het aan de stok met koning Uther Pendragon, bruut te vertalen als de koning van het ?land van de draak?. Die Pendragon werd prompt verliefd op de barones. Nog voor hij haar man versloeg, sliep de koning met haar. Zonder dat zij het wist : de toverkunsten van de magiër Merlijn deden Uther gelijken op de baron. Later trouwde hij met de barones, uit dat huwelijk werd een kind geboren : de wettige koning van Engeland en naderhand de magische koning Arthur.

Zo is het natuurlijk niet gebeurd. Maar als het zich wel had voorgedaan, welnu, dan is Tintagel een goede plek. Desolaat, donker en stormachtig. De oceaan beukt er zo kwaad tegen de rotsen dat bordjes de toeristen waarschuwen : wandelen langs de kustlijn is gevaarlijk. Er wordt bestudeerd hoe kan voorkomen worden dat de ruïnes binnen afzienbare tijd de zee indonderen en zo een eind maken aan de bloeiende Arthurindustrie in de regio.

Die handel in King Arthur is al oud en nam soms excentrieke vormen aan. Frederick Thomas Glasscock, een steenrijke puddingfabrikant, sleet hier rond de eeuwwisseling zijn laatste jaren. Hij raakte, zoals zoveel Victoriaanse rijkelui, verslingerd op de Arthurverhalen en bouwde een Hall, de zetel van zijn eigen King Arthur Club met pages, ridders, feesten en een Amerikaans filiaal. De contributies en schenkingen maakten Glasscock nog rijker dan hij al was. Onder de 73 religieus geïnspireerde glasramen verzamelen vandaag de vrijmetselaars van de streek.

Laat je niet gek maken : Tintagel is natuurlijk nooit de geboorteplaats van Arthur geweest. In die periode, kort nadat de Romeinen uit Engeland wegtrokken, viel er daar in geen velden of wegen een kasteel te bekennen. Het staat zelfs bekend wie het verhaal de wereld instuurde : Geoffrey van Monmouth, een slijmbal uit de twaalfde eeuw, die voor de pas in Engeland koning geworden Franse Plantagenets een afkomst verzon die nóg glorieuzer oogde dan die van hun rivalen de Franse koningen. Beriepen die Capets zich op de negende-eeuwse keizer Karel de Grote ? Geoffrey voerde een vijfde-eeuwse Arthur aan, in rechte lijn afstammeling van Aeneas van Troje. Daarmee verleende hij de ?vreemde? Engelse koningen een eigen Britse stamboom.

Het deed de kroniekschrijvers van zijn tijd schuimbekken. Eén van hen, Gerald van Wales, vertelt hoe een man die bezeten was door de duivel, genas toen ze hem het evangelie van Johannes op de borst legden. Maar toen hij de kroniek vanGeoffrey ter hand nam, keerden de duivels in grote getale terug.

Maar kroniekschrijvers of niet ; het kwaad was geschied. Geoffrey had een figuur uitgevonden die beantwoordde aan de verzuchtingen van de veelgeplaagde Britten. Een koning uit een ver verleden die een eind maakte aan oorlogen en ellende ; die vrede, vrijheid en voorspoed bracht ; die orde en wet herstelde én uiterst belangrijk in één en dezelfde figuur zowel de mondelinge traditie als een aantal historische vermeldingen verzamelde. Geoffrey stopte in zijn verhaal nogal wat algemeen bekende feiten (de Romeinse bezetting van Engeland, bijvoorbeeld, en de invallen van de Germanen) plus zinspelingen op gebeurtenissen uit die tijd van de Plantagenets. Verraad, prinsen die hun vader willen onttronen, ruzies tussen koning en koningin. En veel magie.

WIE DIT ZWAARD TREKT, IS KONING VAN ENGELAND

Dit is het kernverhaal. Arthur, geboren in Tintagel, wordt door Merlijn ondergebracht bij een eenvoudige edelman die de jongen opvoedt als zijn zoon. Uther probeert ondertussen de Germaanse invallers tegen te houden. Maar de Britse vorsten maken ook onderling ruzie. Als Pendragon sneuvelt, begraven ze hem met zijn gesneuvelde soldaten bij Salisbury, waarna Merlijn stenen uit het verre Ierland doet overkomen en er Stonehenge mee bouwt. Nog altijd weet niemand waar de stenen kring écht voor diende.

Eens koning, herovert Arthur Engeland op de Saksen, de Scoti (eigenlijk Ieren) en de Picten (eigenlijk Schotten). Hij vecht twaalf oorlogen uit, wint ze allemaal en huwt Guinevere. Dan heerst er twaalf jaar vrede. Maar gedwongen door de afgunst op zijn roem, prestige en ridderlijke hof moet hij opnieuw de strijd aanbinden. Hij neemt Noorwegen en Gallië in en verplettert de Romeinse legioenen.

Helaas, de slechte ridder Mordred wil in Engeland de macht grijpen en dat verplicht Arthur tot een haastige terugkeer. Met zijn veel kleiner leger verlaat hij Mordred die in dat verhaal de schone Guinevere met succes het hof maakt. Beiden worden ze zwaar gewond. Mordred sterft, Arthur wordt door zijn getrouwen naar het eiland Avalon gevoerd waar hij geneest.

De rest van het verhaal met de Ronde Tafel, het zwaard in de steen en de Graal wordt er pas later door anderen bijgesleurd. Vandaar de verwarring. Soms steekt het zwaard Excalibur in een steen waarop geschreven staat : ?Wie dit zwaard trekt, is de wettige koning van Engeland.? Soms ontvangt Arthur het uit de handen van de mysterieuze Lady of the Lake. Ook de Ronde Tafel is van latere datum, net als alle verhalen over Galahad, Lancelot die zich dan opwerpt tot de platonische minnaar van koningin Guinevere , Perceval, Tristan.

De originele vertelling die van Geoffrey springt van Ierland over naar Wales en Schotland, naar Vlaanderen en Frankrijk, van Duitsland, Italië en Polen : telkens verfraaid en bijgewerkt.

Zo ontstaan er talloze Arthurs die de koning uit de mondelinge traditie ondersneeuwen. Mettertijd wordt Arthur vager, christelijker en volmaakter. Tot hij zijn eeuwige glans bereikt als de hoofse Arthur in wiens kasteel Camelot de ridders het verhaal van hun heldendaden komen doen. Zo groeit Arthur uit tot het product van de troubadours : een sprookjesfiguur, zonder leeftijd, zonder ondeugden kortom, een koning zoals er nooit meer één zal zijn. Alle negatieve zaken (verraad, overspel, ondergang en dood) verdwijnen in de roze wolken van de hoofse idealen. Die minnezangers schrijven voor het Anglo-Normandische hof dat Engeland overheerst en dat via huwelijken ook het vasteland in de greep houdt. Op die manier verspreidt Arthur zich als een voorbeeld voor de rest van de beschaafde wereld. De conventie van die tijd wil dat voorbeelden uit een ver verleden komen. En wat ligt verder in het verleden dan een koning van wie vrijwel niets geweten is ?

Een verhaal en zijn vertakkingen : de zijwegen voeren naar overal. Ook naar Vlaanderen waar, aan het hof van de toen rijke graven van Vlaanderen, het allereerst verteld wordt over de Graal, de kelk waarin het bloed van Jezus werd opgevangen. Die Graal veroveren is het moeilijkste van alle opdrachten, en vereist van wie hem vervult, de perfecte zuiverheid. Kortom, een onmogelijke taak voor de gewone mens wiens goede bedoelingen stukbreken op zijn zondigheid. De klemtoon op de zonde is afkomstig van de Cisterciënzers, die met Bernardus van Clairvaux ook oproepen tot kruistochten tegen de ?heidenen? die Jeruzalem bezetten. Een kelk die het bloed van Jezus bevat, smukt de propaganda op. Nog mooier is dat aan het Vlaamse hof al zo’n verhaal bestaat. Volgens de traditie bracht Diederik van den Elzas in de twaalfde eeuw het Heilig Bloed naar Brugge.

DE EERSTE BIOGRAFIE KOMT UIT DE GEVANGENIS

De eerste ?biografie? van koning Arthur werd in de vijftiende eeuw uitgegeven door de beroemde Engelse drukker William Caxton. Die leerde de stiel in Brugge en vestigde zich vervolgens in Londen. De auteur ervan is Sir Thomas Malory, die tien jaar in de gevangenis zat voor stropen, veediefstal, afpersing en verkrachting. Niet meteen een treffelijk burger dus, maar hij besteedde zijn gevangenisstraf goed. Voor het eerst breit hij een chronologisch levensverhaal van Arthur aan elkaar, van zijn geboorte tot zijn dood. Het werd een wereldsucces.

Maar dan taant de populariteit van Arthur. De Renaissance plaatste de Middeleeuwen in volslagen duisternis, en kantte zich tegen Arthur en zijn idealen. Ineens vertegenwoordigt de koning nog alleen maar ?verderfelijke? verhalen, zeker voor jonge meisjes die ?daar niets goeds uit kunnen leren?.

De Romantiek luidt de herontdekking van King Arthur in. In de lange regeerperiode van Koningin Victoria dient het verhaal de moraal van die tijd : ?Men must fight and women must weep?. Arthur en zijn hof staan model voor de stoere Victoriaanse man, steunpilaar van Queen and Empire, en de zedige Victoriaanse vrouw. Kinderen moeten zich gedragen als ?riddertjes? en kleine ladies. ?Ivanhoe? is (in onze tijd dankzij de televisieserie) de bekendste figuur die toen uit de verbeelding vloeide. Maar deze heropleving was slechts mogelijk omdat de scepsis van de Renaissance en de Verlichting koning Arthur en zijn tovenaar Merlijn niet kapot kregen.

Cornwall barst van de Arthurmonumenten. Er zijn ?grotten van Merlijn? waaraan zich het verhaal koppelt van Merlijn als het kind van de duivel en een christelijke vrouw. De duivel wilde immers het christelijke Cornwall op die slinkse manier heroveren. Dankzij het geloof van zijn moeder behield Merlijn zijn menselijke gedaante en van zijn vader erfde hij de toverkrachten. In andere verhalen vindt Merlijn een baby die in een wieg over zee komt aangedreven. Hij voedt het kind op en noemt hem Arthur.

Zo gaat dat met alles. Hoe meer verhalen er uit de duimen werden gezogen, hoe meer overblijfselen de mensen in Cornwall kunnen aanwijzen. Het land leent er zich toe. Alleen achteloos opgestapelde stenen onderbreken de verlatenheid van de Bodmin Moor. Ze stellen archeologen nog altijd voor raadsels maar geven het verhaal, dat hier reuzen woonden, krediet.

Ook Arthur maakt hier en daar een reus een kopje kleiner. In het verhaal weliswaar in Frankrijk aan de Mont St.-Michel. Maar Cornwall beschikt over zijn eigen Saint Michaels Mount, volgens de legende opgericht op bevel van Arthur naar het voorbeeld van de Franse tegenhanger. Tegen de ondergaande zon lijkt het statige huis op het schiereiland ook wat op de kathedraal van de Mont St.-Michel. Vlak daarbij, onder de woeste zee, zou dan het ?verloren paradijs? liggen. Het rijk van Lyonesse, waarvan alleen de Scilly-eilanden overblijven. In Cornwall vertellen ze dat daar het mythische Avalon ligt, waar Arthur tot het einde der tijden waakt over zijn Engeland. Andere verhalen situeren Avalon in de buurt van Land’s End, waar de vissers zweren dat ze de klokken van de verdwenen kerken kunnen horen luiden. Nu bevindt zich daar een rumoerig pretpark, als een moderne versie van het paradijs.

IN DE LIEFDE EN DE POLITIEK IS ALLES TOEGELATEN

In Cornwall ontsnapt niemand aan Arthur. Onder cirkelvormige heuvels ligt de ronde tafel begraven. Eén keer per jaar komt ze even boven, verspreidt een gouden licht en verdwijnt weer. Die Ronde Tafel was een schitterende vondst. Niemand zat aan het hoofd, iedereen was gelijk. De tafel stond in Camelot, een prachtig kasteel dat volgens de toeristische dienst van Cornwall in Camelford zou gelegen hebben. Vlakbij zou Arthur gedood zijn. Daar staat ook zijn grafsteen.

Soms rijmt de werkelijkheid op de legende. In de jaren zeventig groeven archeologen op de plaats, waar volgens kronieken uit de zestiende eeuw Camelot verrees. Ze vonden de resten van een versterking uit de vijfde eeuw. South Cadbury Castle kán Camelot geweest zijn, maar het was geen prachtig kasteel met torens en trappen. Het was een houten hal waar koning en soldaten samenwoonden.

De Ronde Tafel bestaat nog en ze is te bewonderen in Winchester, in een overblijfsel van het kasteel. De Romeinen hadden al een fort op die plaats, later bouwden de Engelse koningen er een kasteel dat verfraaid werd en uitgebreid, tot het in 1302 half door het vuur werd verwoest. De tentoongestelde Ronde Tafel 5,5 meter in doorsnee en met een gewicht van 1,2 ton werd wellicht gemaakt op bevel van Edward I. Hij veroverde Wales en kon daarbij wat hulp van zijn voorganger Arthur gebruiken. Maar de schilderingen van de tafel kwamen veel later tot stand. En wel zo. Hendrik VIII die van zijn zes vrouwen wilde keizer Karel V imponeren. Dus liet hij, ter gelegenheid van het bezoek van de pas gekroonde keizer van het Heilig Roomse Rijk, de tafel beschilderen met de namen van de Ridders van de Ronde Tafel en met een tronende koning die opvallend goed leek op hemzelf. In liefde en politiek is, naar het schijnt, alles toegelaten.

Voor hem gaf ook Edward II de verering om politieke redenen een forse stoot. Al was zijn gezag stevig gevestigd, de norse Cornwallbewoners bleven maar zeuren over hun Arthur en zijn eeuwig leven in Avalon, waar dat ook mocht zijn. Het leek de Engelse koning daarom geen slecht idee om voor eens en voorgoed te bewijzen dat Arthur dood was. En kijk : in Glastonbury werd toevallig op dat moment zijn graf gevonden. Glastonbury was een rijke abdij en beriep zich op een wonderlijke stichting. Voor wie het wil geloven, bouwden de apostelen van Jezus (zijzelf !) daar een kerkje. Ze arriveerden onder leiding van Jozef van Arimathea, de rijke jood in wiens graf Jezus begraven werd. Jozef stak in Glastonbury zijn staf in de grond en precies daar ontsproot een struik die elk jaar met Kerstmis bloeide. Die struik staat er nog en bloeit nog steeds. Jozef had volgens de overlevering ook de Graal bij zich : in het verhaal eerst een tinnen schotel, later omgevormd tot een rijk versierde kelk.

Dit verhaal valt niet uit de lucht. Jozef van Arimathea dook ook in Cornwall op als tinhandelaar. Er waren inderdaad veel handelscontacten tussen Europa, het Midden-Oosten en Cornwall, waar het dure tin gedolven werd. En nu nog ligt de kust bezaaid met overblijfselen van tinmijnen. Imposant en verlaten, maar tot het begin van de eeuw een ferm winstgevende business. Voor de eigenaars dan.

De dertiende-eeuwse monniken van Glastonbury schoven wat met de gegevens en plotseling verscheen in een kopie van een kroniek het verhaal van Jozef van Arimathea en zijn twaalf volgelingen.

HIER LIGT KONING ARTHUR OP HET EILAND AVALON

De reden van die wonderlijke stichting kan liggen in een simpel feit : de abdij was afgebrand en er was veel geld nodig voor de wederopbouw. En waarom zou de abdij de koning niet meteen een plezier doen ? Dus. Na een visioen gingen de monniken graven op de terreinen van de abdij en vonden twee skeletten en een loden kruis waarop de tekst : Hic jacet rex Arturius, hier ligt koning Arthur op het eiland Avalon. Dat waren twee vliegen in één klap : het graf en het lijk van Arthur en de plaats van het paradijselijke Avalon. De tekst op dat kruis plaatst historici nog altijd voor een raadsel. De woorden en letters wijzen rechtstreeks naar de zevende en niet naar de dertiende eeuw. Tja, monniken waren soms meesterlijke vervalsers. Alleszins wisten de paters hun abdij gered en van heinde en verre stroomden de pelgrims toe. De koning stroomde over van euforie, hij ordonneerde een praalgraf en de gewoonte om hoffeesten te geven waarin alle aanwezigen een ridder van de Ronde Tafel voorstellen. Voor de boosaardige Mordred werd een figurant ingehuurd.

Met Glastonbury liep het slecht af. Hendrik VIII liet de abt na een schijnproces terechtstellen, onthoofden en vierendelen. Het praalgraf werd verwijderd en de beenderen losten op in het niets. Dat is handig : van pogingen om de geraamten te dateren kan nu helaas geen sprake zijn. Geen toerist die daarover vit : Glastonbury is de place to be, met of zonder beenderen.

Eén plaats bleef onaangeroerd. De bron waar Jozef de heilige Graal zou verborgen hebben. Het water kleurt daar rood, maar wetenschappers roepen schamper uit dat het gewoon om roest gaat. Er zit ijzer in de grond. Maar hoe acceptabel moeten deze elementen het verhaal destijds gemaakt hebben ? Er waren tinmijnen, er was een klooster, een bron met rood water en een rare struik, er werd een graf gevonden.

EEN HUURLING VAN HET ROMEINSE LEGER IN GALLIE

Is dat het graf van koning Arthur ? Heeft hij bestaan ? Daarover ruziën historici en archeologen nu al eeuwen. Wat vaststaat, is dat de Romeinen vierhonderd jaar lang Engeland bezet hielden. Onder druk van de Germaanse invallen plooiden ze terug en lieten de Britten aan hun lot over. Die verenigden en stuitten tegen het einde van de vijfde eeuw de Germanen in hun opmars. Dat op zich was al een wonder. Daar situeren de Arthurgelovigen hun koning. Al noemt de énige kroniekschrijver uit die tijd hem niet bij naam.

Maar als Arthur de superkoning is die de Britten verenigt, dan was hij geen hoofse ridder, wél een ?norse, onvriendelijke tiran?, koning over een arm en achterlijk land. Na de aftocht van de Romeinen bleef er amper iets over van hun cultuur. Het geldverkeer stremde, de Britten vielen terug op ruilhandel : we weten dat een zwaard en schede in die tijd gelijk waren aan 19 slaven of 152 ossen. Een kolossaal bedrag dat de mysterieuze afkomst van Excalibur verklaart. De handel droogde op, de landbouw verschraalde, hongersnood lag voortdurend op de loer. De mensen leefden in half ingegraven hutten van hout, vlechtwerk, turf en riet. De wegen en steden raakten in verval. De schaarse bronnen uit die tijd meldden enkel dat de Britten enorme hoeveelheden bier dronken. Het land was bedekt met enorme wouden en moerassen. Spaarzaam bewoond ook, naar schatting zo’n anderhalf miljoen mensen in de tijd van koning Arthur. Dus, houden historici voor, moeten al de verhalen over de invasies van Noormannen en Germanen niet overdreven worden. Met honderd man en twee schepen kwam je al een heel eind.

En nu nog slechter nieuws. Archeologen disten onlangs de thesis op dat Arthur in geen enkel geval een Keltische held kan zijn. Er bestaat uit die periode geen enkel spoor van Keltische inwijkelingen en hun rijke Keltische cultuur. De gevonden overblijfselen hoorden toe aan een inheems volk Britten dat wel contacten had met het vasteland en waarvan een groot deel uitweek naar het Franse Bretagne. Maar Kelten waren het niet. Nog erger onheil brengt het verhaal van sommige historici die Arthur afschilderen als een gewone warlord, die als huurling met de Romeinen in Gallië ging vechten tegen de invallende Saksen en Wisigoten. Uiteindelijk werd de huurling door zijn betaalmeesters in de steek gelaten, en kon met moeite ontsnappen. Via kloosterkronieken loopt het traject van zijn terugtocht tot in de buurt van Vézelay. Het laatst wordt hij opgemerkt in Avallon (!) één van de afritten van de huidige Autoroute du Soleil.

Deel dat maar bij de onzin in. De honderdduizenden toeristen die Arthur-T-shirts en namaak-Excaliburs kopen, beseffen dat een koning als Arthur best op drie plaatsen tegelijk geboren en op twaalf plaatsen begraven kan liggen. Dat hij zestig prachtige kastelen kan bezeten hebben, die ze bijna allemaal kunnen aanwijzen. En ze weten dat king Arthur leeft. Want zo luidt zijn mooiste titel : Rex quondam et futurus, koning eens en voor altijd. Al de rest is wetenschappelijke muggenzifterij.

Misjoe Verleyen

De syrenes van Sorento

Tot vandaag herhalen getrainde zwaardvechters de historische slag van Camlann. De opbrengst gaat naar de kustwacht.

Merlijn sloeg met toverkracht een kloof in het land. Zo ontstonden Land’s End en diep onder de golven het verzonken paradijs.

We kunnen in oude kronieken lezen over de oorlogen tussen Britten en Germanen. Hier in Stonehenge liggen de verslagen helden begraven.

De bron waarin de Graal verborgen is kleurt rood, de boom ontsproten uit de staf van Jozef van Arimathea bloeit elk jaar. Glastonbury werd er rijk van.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content