De werkgroep die voor eind februari een oplossing had moeten vinden voor de gespannen relaties tussen de berooide Franstalige vleugel van het Belgische Rode Kruis en zijn welvarende Vlaamse evenknie, is geen stap vooruitgekomen. Prinses Astrid lijkt niet de aangewezen persoon om dit conflict in goede banen te leiden. De Vlamingen vragen een verdere federalisering van de humanitaire grand old lady, de Franstaligen verzetten zich daartegen. Typisch Belgische verwikkelingen dus, in een van ’s lands laatste unitaire instellingen.

De ‘veertiendaagse’, zoals de jaarlijkse stickerverkoop van het Belgische Rode Kruis heet, is in Vlaanderen, dankzij de belangeloze inzet van duizenden vrijwilligers, opnieuw een groot succes geworden. Maar onder de oppervlakte blijft het conflict tussen Vlamingen en Franstaligen de agenda bepalen.

‘Communautair zit het compleet scheef in het Belgische Rode Kruis’, analyseert een Limburgse bron de huidige situatie. Eind vorig jaar kwam aan het licht dat de Franstalige vleugel van het Belgische Rode Kruis zich voor 10 à 15 miljoen euro in de schulden heeft gewerkt. ‘En wij moeten onze afdelingen vragen dat te sponsoren?’, vervolgt dezelfde bron. Indirect houden de circa 300 Vlaamse afdelingen namelijk mee de noodlijdende Franstalige vleugel overeind. Hoe lang nog?

De grootste vrijwilligersorganisatie van het land – 14.000 vrijwilligers in Vlaanderen, een kleine 10 000 in Brussel en Wallonië – bestaat sinds 1972 uit een autonome Vlaamse en Franstalige vleugel. Eind jaren 1960, toen de roep om vervlaamsing en democratisering links en rechts aan kracht won, was het Belgische Rode Kruis nog een overwegend belgicistische club, waar de Franstalige noblesse en de betere Brusselse burgerij de lakens uitdeelden. Ook in de Vlaamse afdelingen verliepen de bestuursvergaderingen vaak nog in het Frans. Onder leiding van Marcel Thienpont, die later ook de eerste zogeheten gemeenschapsvoorzitter van het Rode Kruis-Vlaanderen zal worden, is een groep Vlamingen er na veel duwen en trekken in 1972 dan toch in geslaagd het Belgische Rode Kruis, toen nog voorgezeten door de huidige koning Albert II, in twee aparte vleugels op te splitsen.

Een goede zaak, zegt de huidige top van het Rode Kruis-Vlaanderen, ware het niet dat destijds één cruciale stap over het hoofd werd gezien. Het Belgische Rode Kruis, waarvan prinses Astrid sinds 1994 het nationaal voorzitterschap waarneemt, is al die tijd namelijk één juridische entiteit, één rechtspersoon gebleven.

En hoewel beide geledingen aparte boekhoudingen voeren, worden voor de jaarlijkse financiële eindbalans de resultaten van beide vleugels samengevoegd. Zo kan het dat het Belgische Rode Kruis in zijn geheel géén financiële problemen heeft – wel integendeel – terwijl de Franstalige vleugel afzonderlijk bekeken misschien beter de boeken zou sluiten.

Eén keer per jaar leggen Vlamingen en Franstaligen hun begroting aan elkaar ter stemming voor. Dat gebeurt in de nationale raad van het Belgische Rode Kruis, waar de vertegenwoordigers van de Vlaamse en Franstalige gemeenschapsraden samenkomen. Professor Philippe Vandekerckhove, directeur-generaal van het Rode Kruis-Vlaanderen: ‘De Vlamingen moeten dan de rekeningen van de Franstaligen goedkeuren, zonder daar echt inzicht in te krijgen, en omgekeerd. Maar we zijn wel allemaal financieel verantwoordelijk voor elkaar.’

Eind vorig jaar kwam het in de nationale raad tot een openlijke confrontatie. De Vlamingen weigerden de Franstalige begroting voor 2006 goed te keuren. Ook de prinses waarschuwde de Franstaligen dat ze zichzelf bij ongewijzigd beleid in de vernieling zouden rijden. De Franstaligen werden teruggestuurd om hun huiswerk over te doen. De pers kreeg er lucht van. En dat was het begin van speculaties over een spoedige boedelscheiding bij het Belgische Rode Kruis.

Op hetzelfde ogenblik kwam het Rode Kruis-Vlaanderen naar buiten met ‘Strategie 2010’, zijn strategisch plan voor de komende vijf jaar. Een eigen rechtspersoonlijkheid verwerven wordt daarin als een van de doelstellingen naar voren geschoven.

Niet dat het Belgische Rode Kruis daarmee zou verdwijnen. Een overkoepelende structuur zal altijd blijven bestaan – de Internationale Federatie van het Rode Kruis in Genève erkent namelijk slechts één Rode Kruisvereniging per land. Maar dat hoeft niet te vloeken met volledige juridische zelfstandigheid. In Duitsland bijvoorbeeld was het Rode Kruis altijd al in hoge mate ‘gefederaliseerd’. Alle deelstaten hebben daar een eigen rechtspersoonlijkheid.

Er werd een werkgroep samengesteld binnen het Belgische Rode Kruis om de crisis te bezweren. Eind februari had die met een oplossing voor de dag moeten komen. Maar de patstelling bleek compleet. Vlaams gemeenschapsvoorzitter Guido Kestens had begin dit jaar nochtans een in zijn ogen redelijk voorstel gedaan. De Vlamingen zouden de schuldenput van de Franstaligen dempen, in een soort ultieme ’transfer’, en vervolgens zouden beide partners ieder voor zich van nul herbeginnen. Maar Kestens kwam van een koude kermis thuis. Aan de eenheid en de solidariteit binnen het Belgische Rode Kruis wordt niet geraakt. De Franstaligen zijn bang dat de opsplitsing in aparte rechtspersonen slechts de voorbode is van groter onheil, namelijk het einde van de financiële solidariteit tussen Vlamingen en Franstaligen.

De Franstaligen zelf vragen dan weer een herziening van de sleutel die het Belgische Rode Kruis hanteert voor de verdeling van de federale subsidies. Jaarlijks krijgt het Rode Kruis een dotatie om te allen tijde voldoende vrijwilligers en materiaal paraat te kunnen houden. De gecontesteerde verdeelsleutel is gebaseerd op bevolkingscijfers en belastinginkomsten. Niet helemaal ten onrechte voelen de Franstaligen zich hierdoor benadeeld. Ze vragen echter niet alleen een correctie – ze hopen ook om met terugwerkende kracht schadeloos te worden gesteld. ‘Waanzin’, zegt een betrokken Vlaming.

Ondertussen hadden de Franstaligen nog steeds geen begroting. Daarom werd er eind maart opnieuw een nationale raad bijeengeroepen. Maar de Vlamingen waren niet bijster onder de indruk van de bijgewerkte versie. Voor de meesten van hen bevatte het voorgelegde document -‘één A4’tje!’ – geen noemenswaardige verbeteringen ten opzichte van het gekelderde voorstel van enkele maanden voordien. Maar de stemming pakte ditmaal wél anders uit.

Een van de aanwezige Vlamingen vertelt. ‘Ik heb goed nieuws, zei de prinses, na het tellen van de stemmen. De Franstalige begroting is goedgekeurd. Wij waren met verstomming geslagen. De overgrote meerderheid van de Vlamingen had zich immers bij de stemming onthouden. Zaten er dan toch meer Franstaligen in de zaal? We weten het niet, het ging zo snel. Goed nieuws, zei de prinses, en daar stonden we dan. Opnieuw even ver van huis.’

Overigens is de wens om het Belgische Rode Kruis juridisch op te splitsen in verschillende rechtspersonen veel meer dan louter een centenkwestie. Het is op de eerste plaats een gezonde vorm van risicobeperking, zegt de top van het Rode Kruis-Vlaanderen. Want als er vandaag iemand in de fout gaat, dan moet de hele organisatie daarvoor opdraaien, aldus Vlaams gemeenschapsvoorzitter Guido Kestens. ‘Stel dat er een besmetting in het bloed zou voorkomen, dan gaat het hele Rode Kruis eraan. In Canada is op die manier, door de aansprakelijkheidsclaims, ook de humanitaire poot van het Rode Kruis failliet gegaan.’

‘Of stel dat het Rode Kruis-Vlaanderen kopje-onder gaat,’ vervolgt Kestens, ‘dan zullen de Franstaligen daarvoor mee de rekening betalen.’ Al is het omgekeerde scenario vandaag wel een stuk realistischer.

Officieel vinden er binnen het Belgische Rode Kruis geen financiële geldstromen plaats van de ene naar de andere vleugel, maar in werkelijkheid, zo erkent ook de top van het Rode Kruis-Vlaanderen, zijn die er wel, meer bepaald via het nationaal financieringsfonds of de interne bank van het Rode Kruis.

Elke Rode Kruisafdeling – circa 300 in Vlaanderen en 200 in Brussel en Wallonië – wordt geacht haar financiële overschotten aan het nationaal financieringsfonds over te maken. Wie geld nodig heeft, bijvoorbeeld voor de aankoop van een gebouw, kan bij het nationaal financieringsfonds aankloppen voor een lening. Over de precieze kastoestand wil men liever niets kwijt. Alleen in algemene termen valt te vernemen dat de Vlaamse afdelingen de bank voor ongeveer 80 procent zouden spekken, terwijl de Franstaligen dan weer voor 30 à 40 procent van de leningen zouden tekenen. Nu het water de Franstaligen tot de lippen komt, zijn sommige Vlaamse afdelingen bang dat ze hun zuurverdiende euro’s kwijt zijn. ‘Maar dat mag je natuurlijk niet hardop zeggen, want dan verkopen we geen enkele sticker meer’, zegt een insider. De top van het Rode Kruis-Vlaanderen ontkent de geruchten trouwens met klem en noemt deze vrees ongefundeerd.

Maar de basis vertrouwt het zaakje niet helemaal. Sommige plaatselijke afdelingsvoorzitters pleiten er zelfs onomwonden voor om al het Vlaamse geld uit het nationaal financieringsfonds terug te trekken, en bij een particuliere bank onder te brengen. Maar dat zou pas écht een bom onder het Belgische Rode Kruis leggen.

IN DE WARANDE

Menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit, onafhankelijkheid, vrijwilligheid, eenheid en universaliteit. Dat zijn de zeven ‘fundamentele beginselen’ waaraan elke Rode Kruisvereniging ter wereld zich moet houden. Maar door het centendispuut is het Belgische Rode Kruis eind vorig jaar natuurlijk wel in woelig politiek vaarwater terechtgekomen. Tot overmaat van ramp bleek de ondervoorzitter van het Rode Kruis-Vlaanderen Marc Coussement – weliswaar uit eigen naam maar dat maakt voor de gevoelige tenen van het hof weinig verschil – ook het separatistische Warandemanifest mee te hebben ondertekend. Het kwam hem op een publieke uitbrander vanwege de prinses te staan. Coussement heeft intussen uit zijn functie ontslag genomen. Maar niemand wil bevestigen of het een met het ander verband houdt.

Vast staat wel dat het hof en, via die weg, de federale regering, danig verontrust begonnen te raken door de broedertwisten in deze in hoge mate symbolische instelling.

Op gezag van premier Guy Verhofstadt (VLD) riep federaal minister van Sociale Zaken Rudy Demotte (PS) eind december de top van het Belgische Rode Kruis, de twee gemeenschapsvoorzitters en prinses Astrid, bij zich. Hij kondigde een grondige financiële doorlichting aan. Op basis daarvan zou bekeken worden hoe het Belgische Rode Kruis in de toekomst het best wordt georganiseerd.

De resultaten van dat onderzoek zouden eind deze maand worden meegedeeld. Maar tot vandaag is er niet eens een begin gemaakt met de beloofde doorlichting. Blijkbaar ligt dat politiek toch erg gevoelig. Inmiddels heeft ook de Internationale Federatie van het Rode Kruis in een brief haar bezorgdheid uitgedrukt over mogelijke politieke inmenging.

En toch. ‘Er zal steun nodig zijn van de overheid om het Belgische Rode Kruis opnieuw gezond te maken’, zei de Vlaamse gemeenschapsvoorzitter Guido Kestens in zijn toespraak bij de opening van de veertiendaagse in De Panne. De Vlamingen zelf hebben duidelijk geen zin om het gelag te betalen. Kestens: ‘Dan kunnen we de zaak evengoed opdoeken.’

De Franstaligen lijken erop te rekenen dat de politiek een organisatie als het Rode Kruis wel te hulp móet schieten. Gezien de bevoorrechte banden met het hof, is dat niet eens zo’n gekke veronderstelling.

16 MILJOEN OVERSCHOT

Het Rode Kruis is bij uitstek een vrijwilligersorganisatie. Alleen als het echt niet anders kan – dat is althans de algemene regel – wordt er op betaalde medewerkers een beroep gedaan. Zo draait de dienst die het bloed verzamelt en verwerkt vanzelfsprekend op professioneel medisch personeel. Hetzelfde geldt voor het beheer van de opvangcentra voor asielzoekers.

Maar voor alle zogenaamde ‘preventieve diensten’, de hulpdiensten die aanwezig zijn op muziekfestivals, voetbalwedstrijden, wielerkoersen en evenementen allerhande, kan het Rode Kruis rekenen op een massaal en uitstekend getraind vrijwilligersleger. Ook het ziekenvervoer, de opvang van slachtoffers na rampen en verkeersongelukken en velerlei vormen van sociale hulpverlening – het gebeurt allemaal zo veel mogelijk met vrijwilligers.

‘Dat is en blijft de kracht van onze organisatie’, zegt Philippe Vandekerckhove, directeur-generaal van het Rode KruisVlaanderen. ‘Dankzij onze onbezoldigde vrijwilligers kunnen wij diensten aanbieden die de samenleving niet kan of niet wil bekostigen, denk bijvoorbeeld aan vakanties voor gehandicapten.’

Aan Vlaamse kant is de voorbije jaren hard gewerkt om de organisatie met modernere managementtechnieken te besturen. De Franstaligen liggen op dat vlak achterop. Bovendien zijn ze door de recente onthullingen in verlegenheid gebracht. ‘Ik bekleed deze functie nog maar vijf maanden’, zegt Danielle Mallinus, de gemeenschapsvoorzitter van het Croix-rouge de Belgique, Communauté francophone, de Franstalige vleugel van het Belgische Rode Kruis. ‘Maar ik kan u verzekeren dat die berichten over onze financiële toestand ons geen goed hebben gedaan. Mensen op wier generositeit wij een appel doen, vragen zich nu af: dient mijn geld niet om de gaten te dichten? En meer algemeen is het ontluisterend te moeten toegeven dat een humanitaire organisatie als het Rode Kruis, die internationale solidariteit hoog in het vaandel voert, opeens te lijden heeft van burenruzies.’

Maar eigenlijk is dat niet eens zo verwonderlijk. Onder de Belgische paraplu gaan twee sterk verschillende organisaties schuil. Bij de officiële aftrap van de veertiendaagse stickerverkoop verzamelden 11.000 Vlaamse vrijwilligers aan de kust in Plopsaland. Aan Franstalige kant kwamen er in Brussel, in een van de vele Rode Kruishuizen die de Franstaligen rijk zijn, slechts enkele honderden vrijwilligers opdagen. De typische Franstalige Rode Kruisvrijwilligster, een (adellijke) dame uit de gegoede kringen, is vandaag een oud vrouwtje geworden: armlastig, slecht te been, en uitgeblust.

Het mag een wonder heten dat het Belgische Rode kruis zo goed boert. Zo was er in 2004 een overschot van 16 miljoen euro, ondanks een deficit aan Franstalige kant van een kleine 6 miljoen euro. Voor 2005 zouden er geen tekorten zijn, zegt Jean-Pierre Boulanger, de nieuwe Franstalige financieel directeur. Blijft natuurlijk de schuldenberg. ‘En ik ontdek hier elke dag wel wat’, zucht hij aan de telefoon.

‘De financiële situatie van de Franstaligen is nooit echt schitterend geweest,’ zegt Philippe Vandekerckhove, ‘maar de laatste jaren is het echt uit de hand gelopen. Mijn inschatting is dat bepaalde taken, die vroeger met vrijwilligers gebeurden, nu door betaalde medewerkers worden uitgevoerd.’

Maar helemaal zeker weet hij het ook niet. De ander zijn boekhouding inkijken is immers not done . ‘O nee,’ zegt een insider, ‘dat zou een zwaar incident creëren.’ Over de oorzaken van de tekorten bij de Franstaligen doen verschillende verklaringen de ronde. Overinvesteringen in voertuigen en in vastgoed, onefficiënte bloedinzamelingen, meer betaald personeel, bestuurlijke chaos en zwak leiderschap. De Franstaligen zelf wijzen ook op de grotere armoede in Brussel en Wallonië. Een dubbele handicap, want de nood aan sociale bijstand is er groter, en de financiële draagkracht van potentiële donors kleiner dan in Vlaanderen.

De Franstalige directie heeft gevraagd de onderhandelingen over een mogelijke herstructurering van het Belgische Rode Kruis voor tenminste zes maanden te bevriezen. In die tijd wil ze stappen zetten om uit de slechte papieren te raken en eveneens een strategisch plan voor de toekomst uitwerken. De Vlamingen hebben daarmee ingestemd – ze kunnen ook niet veel anders.

BLOK AAN HET BEEN

Een aantal jaren geleden werd het Vlaamse Rode kruis zelf ook met financiële problemen geconfronteerd. Vandekerckhove: ‘Dat kan snel gaan in een organisatie als de onze. De noden die wij zouden kunnen lenigen, zijn onbeperkt. Je moét keuzes maken.’

En dus is het Rode Kruis-Vlaanderen ‘meer bedrijfsmatig’ gaan werken. ‘Onze missie is misschien soft, maar onze interne werking mag dat niet zijn.’ Het strategisch plan voor de komende jaren maakt van financiële transparantie en deugdelijk bestuur sleutelpunten. Alleen: dit plan zal maar slagen als het Rode Kruis-Vlaanderen ook echt zijn eigen bonen kan doppen.

Op 20 en 21 april is het voltallige directiecomité van het Rode Kruis-Vlaanderen zijn strategisch plan gaan toelichten bij de Internationale Federatie en het Internationale Comité van het Rode Kruis in Genève. Van die gelegenheid werd ook gebruikgemaakt om steun te zoeken voor de eigen grieven met betrekking tot de structuren van het Belgische Rode Kruis.

‘Genève’ blijkt niet per definitie afwijzend te staan tegenover de desiderata van de Vlamingen. ‘Het is niet ongewoon dat nationale Rode Kruisverenigingen zich aanpassen aan de politieke structuren van het land waarin ze actief zijn’, zegt Frank Mohrhauer, die bij de governance support unit van de Internationale Federatie van het Rode Kruis de telefonische dienst verzorgt. ‘De Vlamingen vragen een verdere federalisering van het Belgische Rode Kruis. Als ze daarover met de Franstaligen tot een akkoord kunnen komen, hebben wij daar geen bezwaar tegen. Zolang het voor ons fundamentele “eenheidsbeginsel” maar intact blijft. Dat betekent het behoud van een sterk centraal gezag – de verbindende schakel met het internationale niveau van het Rode Kruis.’

Officieel staan die eenheid en de positie van de prinses als nationaal voorzitter ook helemaal niet ter discussie. In het organisatiemodel dat de Vlamingen voor ogen hebben, verandert er niets aan de bevoegdheden van de nationale voorzitter. Maar bij individuele leden van het directiecomité en in de afdelingen kan er steeds vaker worden gehoord dat de prinses een blok aan het been is geworden.

De prinses blijft weliswaar een sterke troef voor het Rode Kruis. Ze spreekt het grote publiek aan, ze motiveert de vrijwilligers. Ook de politieke steun die de prinses in Franstalige Brusselse politieke kringen geniet, komt af en toe goed van pas. Maar als lid van de koninklijke familie is de prinses niet de aangewezen persoon om dit communautaire conflict te ontmijnen.

Philippe Vandekerckhove erkent dat het voor prinses Astrid ‘vervelend’ is om dit soort discussies bij te wonen. De prinses wilde Knack hierover ook niet te woord staan. Voor inhoudelijke interviews over de toekomst van het Belgische Rode kruis verwijst ze naar de gemeenschapsvoorzitters. Vreemd misschien voor iemand die bij herhaling benadrukte een echte voorzitter en geen meubelstuk te willen zijn. Maar de prinses is dan ook door de koninklijke entourage aan handen en voeten gebonden.

‘Dat hebben wij in Genève ook ter sprake gebracht,’ aldus een anonieme bron, ‘wij wensen een sterk centraal bestuur, met andere woorden, een serieuze voorzitter die van wanten weet, en die een serieuze staf onder zich heeft.’

GEBONDEN

De top van het Rode Kruis-Vlaanderen wil na de voorbije crisismaanden de meningsverschillen niet uitvergroten. Want hoe radicaler de Vlamingen, hoe halsstarriger de Franstaligen. Die krijgen nu eerst de tijd om orde op zaken te stellen. Eventuele onderhandelingen moeten gebeuren op voet van gelijkheid, luidt het Vlaamse devies nu, anders lukt het nooit.

Maar de scepsis overheerst. Aan Franstalige kant zit men nu al aan de vierde voorzitter in vijf jaar tijd. Vaak zijn het ook niet echt sterke figuren. Terwijl er juist met harde hand zou moeten worden ingegrepen en bezuinigd. Het maakt dat de Vlamingen het gevoel hebben dat er aan de overkant geen ernstige gesprekspartner te vinden is.

En zoals in de meeste organisaties, is de top van het Rode Kruis-Vlaanderen gematigder dan de basis. ‘Als je de lokale afdelingsvoorzitters of de provincievoorzitters zou laten beslissen,’ zegt een waarnemer, ‘dan waren we allang opgestapt, en hadden we ons geld meegenomen.’

Toch kan alleen een onderhandeld akkoord een uitweg uit de impasse bieden. De structuren van het Belgische Rode Kruis zijn immers wettelijk vastgelegd. ‘Dat klopt’, zegt Vlaams gemeenschapsvoorzitter Guido Kestens. ‘Wij zijn gedoemd tot een overeenkomst.’

DOOR HAN RENARD

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Expertise