De ontploffing van een gasleiding op een industrieterrein in het dorpje Gellingen, bij Aat, heeft een ravage aangericht. De voorlopige balans: 17 doden, 4 vermisten, 124 gewonden, van wie sommigen nog in levensgevaar. ‘In het ondergrondse België zit iedere keizer op zijn eigen troon.’

Zijn baby van amper één maand oud sliep nog niet goed door. Jean-Pierre Laloy kende de korte nachten van een gelukkige, jonge vader. Vrijdag 30 juli, om 8.14 uur, liep er naast zijn bed een alarmsignaal af. ‘Ik moet naar de kazerne’, zei hij. Zijn vrouw legde de baby naast zich. Hij deed de deur achter zich dicht. De sirene loeide.

Enkele uren later stond zijn vrouw op de trappen van het gemeentehuis van Aat, waar zij en Jean-Pierre een jaar eerder getrouwd waren. 25 jaar. In de fleur van haar leven. Tientallen helikopters vlogen over het stadje. Ziekenwagens reden met loeiende sirenes aan en af. Verkoopsters stonden in de deuropening van de boetieks naast de boxen waaruit het radionieuws klonk: ‘ Bij de explosie in een bedrijvenpark in Gellingen zijn doden en gewonden gevallen. Een gasleiding is ontploft. Er heeft zich een immense vuurzee ontwikkeld. De politie roept de bevolking in de regio op ramen en deuren gesloten te houden. Brandende brokstukken zijn tot op de E429 Brussel-Doornik gevallen. Fase drie van het rampenplan is afgekondigd. Getuigen spreken van een Apocalyps. ‘

Het gemeentehuis was omgedoopt tot crisiscentrum. Ze liep naar binnen. Een psycholoog nam haar hand vast. ‘Het beroep van brandweerman getuigt van een grote generositeit’, zei hij. De psycholoog, Pierre Debroux, had de knal van de ontploffingen op het industrieterrein gehoord tot bij zijn huis in het nabijgelegen Bouvignies. Hij had zich vrijwillig gemeld om hulp te bieden.

‘Is er nieuws?’, vroeg ze. In de brandweerkazerne waren de mannen van de eerste lichting niet teruggekomen. Familieleden van de hulpverleners en werknemers die op het moment van de ontploffing en de brand op het industrieterrein waren, waren wanhopig op zoek naar nieuws. Vijftien verbrande lichamen waren geborgen. Onherkenbaar verminkt. Iedereen leek spoorloos. Niemand wist iets. De psycholoog had zijn hoofd gebogen. ‘Ik moet u het slechte nieuws vertellen.’ Hij had een pijnlijke zekerheid gemeld. Jean-Pierre Laloy was het eerste dodelijke slachtoffer dat die middag geïdentificeerd werd. Aan de hand van de koperen sterren op zijn uniform. Hij was metser in het gewone leven, korporaal als vrijwilliger bij de brandweer.

Later zei de psycholoog: ‘Dit soort mensen is er als eerste bij om de risico’s van onze beschaving te bestrijden.’

***

Er was die ochtend om 8.14 uur een oproep bij de 100 binnengekomen. Een werknemer van het bedrijf Diamant Boart, dat op het industriegebied in opbouw is, had een gasgeur waargenomen. Anderen getuigen dat ze al om iets voor 7 uur gaswalmen zagen opstijgen. De brandweer rukte na de oproep onmiddellijk uit. De hulpdiensten stelden op het industrieterrein in Gellingen een lek vast aan een gasleiding van de Belgische netwerkbeheerder Fluxys. Het lek werd afgedekt.

De ondergrondse aardgasleiding die dwars door het terrein loopt, vervoert aardgas van de haven van Zeebrugge naar de Franse grens. Reukloos gas.

Om 8.30 uur ontving de eigen dispatchingdienst van Fluxys een melding van de 100. Het vervolg van de omstandigheden werd door de maatschappij in kaart gebracht, onder de titel ‘aanpak ongeval door Fluxys’:

8.35 u: Fluxys-medewerker ter plaatse gestuurd.

8.36 u: Nieuwe melding door 100 op dispatchingdienst Fluxys.

8.57 u: Fluxys-medewerker meldt explosie aan de dispatching Fluxys + op dispatching signaal plotse drukval in betrokken leiding.

8.59 u: Dispatching Fluxys sluit leidinggedeelte tussen Brakel en Masnuy af. ‘Het afsluiten van zo’n pijplijn houdt risico’s in’, zegt Fluxys. De kraan wordt nooit zomaar onmiddellijk dichtgedraaid.

Om 9 uur trilde er een telefoon in de broekzak van een doodgewone, jonge carrosseriearbeider in Halle.

‘Help! Ronny! Het is hier aan het branden. Het dak van het nieuwe bedrijf zakt in.’ Het was Sofie Van Valckenburg, zijn vriendin, die werkte in de kartonfabriek die paalde aan het bedrijf Diamant Boart in Gellingen. Hij wilde haar redden. Onderweg, in de auto, dacht hij nog: ‘Was ze maar wat later beginnen werken.’ Ze wilde altijd voor negen uur op haar werk zijn. Ze was meer dan stipt. Ze werkte op de boekhouding. Terwijl hij onderweg was, zag Sofie hoe de brand zich uitbreidde. Ze voelde schokken. ‘Alsof er een aardbeving was.’ De seismografen van meetinstellingen van het KMI registreerden trillingen. Ze zocht een deur waarlangs ze nog naar buiten kon lopen. Naar de parking. Ze zag dat hun nieuwe Hyundai verbrand was. Haar voeten plakten aan de hete ondergrond. Ze verloor haar schoenen. Ze kroop op handen en voeten verder. Ronny Jous kwam om 9.30 uur in een vuurpoel aan. Hij wilde door de velden naar het bedrijf toelopen. Hij werd door de hitte teruggeslagen. Hij zag krijsende, bloedende, verbrande mensen. Dode lichamen lagen in de velden. Een man uit het dorp bracht hem naar het ziekenhuis. Op de intensive care, hoorde hij dat Sofie derdegraads verbrand was. Ze leefde nog. Haar baas en de vader van de baas, altijd onder de werkmensen, hadden het ook overleefd. De vader had gewacht tot alle werknemers van de kartonfabriek, buiten waren. ‘Als een kapitein op een schip.’

***

De CEO, de Chief Executive Officer, die aan het roer staat van de groep Electrolux die in 2001 het Belgische bedrijf Diamant Boart overnam, was op vakantie.

Hij kwam zondag terug om de getroffen site te bezoeken en in een persconferentie te melden dat hij zijn deelneming betuigde aan de getroffen medewerkers en hun families. Hij zei dat er een team van interne specialisten klaarstond om de families administratief en psychologisch te ondersteunen. ‘Er zal ook financiële bijstand verleend worden’, zei hij. Later vloog hij terug. Over de oorzaken van de ramp sprak hij zich niet uit. Wel dat hij het vertrouwen bewaarde in alle medewerkers van Diamant Boart. De verzekeringsmaatschappijen, de talloos ingezette interne en externe experts, het gerecht: iedereen zal de oorzaak zoeken.

Guy Meulemans, de Human Resource Manager van Diamant Boart, stond vrijdag al in de gangen van de intensive care van het ziekenhuis van Aat klaar om de getroffen werknemers en hun familieleden op te vangen. Op het ogenblik van de ramp waren er 22 werknemers van het bedrijf aan het werk. En 47 arbeiders van onderaannemers. ‘Zij waren binnen aan het werk’, zegt hij. ‘Schilderwerken, boringen,…’ Wie de aannemers en onderaannemers waren, wil het bedrijf niet kwijt. Intussen betreurt Diamant Boart onder zijn werknemers vijf doden en twaalf gewonden van wie vijf nog in kritieke toestand. Van de 47 arbeiders van de onderaannemers is één persoon omgekomen en zijn er twee vermisten. ‘Van de chef veiligheid en chef werken hebben we geen nieuws’, aldus Meulemans.

Het bedrijf zou volgende week verhuizen uit Brussel/Vorst. De gemeente Aat was gelukkig. Het Zweedse Electrolux investeerde 13 miljoen euro in Aat, ondersteund door het Hainaut Wallonia/ Europe Plan omdat er 244 jobs van Brussel naar de streek werden overgebracht. Daar waren lange onderhandelingen aan voorafgegaan. Ook Ideta, de intercommunale voor economische ontwikkeling in de streek van Doornik, die het terrein beheert en waar minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte (PS) de voorzitter van het directiecomité is, was erg gelukkig.

***

Het werd allemaal zo mooi voorgesteld. Zo liederlijk. Zo toekomstgericht. Diamant Boart had op zijn website speciale icoontjes aangebracht, waarop men kon klikken om te laten zien hoe hard er aan het nieuwe bedrijf gewerkt werd. Op de plaats waar Diamant Boart zich zou vestigen, is van die florissante toekomst niets meer te merken. Intussen is een grote krater zichtbaar. En baadt iedereen in een poel van verwarring en zwijgzaamheid. Ondertussen werd het stuk weggeblazen gasleiding gevonden. Hierop zijn sporen te zien van werkzaamheden met een grijpkraan. Fluxys zegt dat het ervan uitgaat dat de gasleiding is beschadigd door werken die eerder zijn uitgevoerd. Een betonnen weg, die enkele weken geleden werd aangelegd, kruiste de gasleiding. Fluxys werd wel van die werken op de hoogte gesteld, heeft er tot drie keer toe over gecorrespondeerd, maar was niet aanwezig op de dag van de uitvoering van de werken, zeggen sommige bronnen. ‘Waarschijnlijk omdat ze niet verwittigd werden.’ Tussen maart en mei werd een parking aangelegd voor Diamant Boart.

De 11,3 meter lange buis met een doorsnede van 1 meter vormt een belangrijk bewijsstuk. Ze weegt een ton. En werd 150 meter van de plaats van de ontploffing teruggevonden. De buis is nu weggevoerd voor onderzoek. Door de schade aan de buis zou het gaslek kunnen zijn ontstaan. Afgelopen vrijdag had Fluxys ook de druk in de leiding met 10 procent verhoogd, omdat hij eerder wegens onderhoudswerken op de pijpleiding in Zeebrugge was verlaagd. Dat is niet abnormaal. De combinatie van deze factoren zou wel eens tot de uiteindelijke ramp hebben kunnen leiden.

De intercommunale Ideta was in juli aan het werk aan de toegangsweg. Maar eerder werd door Diamant Boart een parking aangelegd. Zowel de Ideta als Diamant Boart zeggen dat ze de veiligheidsvoorschriften bij de werken rond de buis hebben nageleefd. Zware kranen en bulldozers mogen niet op minder dan vijf meter van de pijplijn gebruikt worden.

Het parket van Doornik herhaalt dat de gerechtelijke onderzoeken naar de uiteindelijke oorzaak en de verantwoordelijken van de ontploffing nog veel tijd in beslag zullen nemen. Het helen van de brandwonden zal jaren tijd vragen. Bij de stad Aat kan men niet zeggen wie de aanvraag tot het aanleggen van de weg en de parking op het industrieterrein heeft ingediend en uitgevoerd. ‘Iedereen is druk bezig met de voorbereidingen voor de begrafenis woensdag. Een nationale begrafenis.’

***

De dag van nationale rouw kondigde premier Guy Verhofstadt (VLD) vrijdag al aan. Hij was teruggekomen uit vakantie. ‘Dit ongeval doet me denken aan de rampen van Marcinelle en Martelange’, zei hij. Minister Demotte, keerde vrijdag ook terug uit vakantie. Zijn diensten coördineerden de medische verzorging van de slachtoffers. Minister van Binnenlandse zaken Patrick Dewael (VLD) kwam op krukken. Er werd een federaal crisisteam aangesteld. Minister van Defensie Flahaut (PS) was er. Hij reed vrijdag met zijn wagen voorbij de brandweerkazerne van Aat. In die kazerne was toen nog iedereen bang aan het wachten op nieuws. Julien Pettiaux, vrijwillig brandweerman en zoon van de kersverse commandant van de brandweer, tikte herhaaldelijk op de toetsen van zijn gsm. Zijn vrienden en vriendinnen deden hetzelfde. ‘De gsm geeft nog contact.’ Er werd niet opgenomen. De brandweermannen wilden in de late namiddag teruggaan naar het terrein waarop ze hun kameraden hadden moeten achterlaten. Ze stonden met de helmen in de handen klaar, toen iemand hen terugriep. Ze kwamen even later schreiend buiten. Ze stampvoetten op de grond. Ze hadden in de vestiaire te horen gekregen dat 6 van hun korpsleden nooit meer terug zouden keren.

In Aat heerste verdriet. ’s Avonds liepen de mannen en de vrouwen die elkaar nog hadden, dichter bij elkaar dan gewoonlijk.

***

Zaterdag hingen in het hele land de vlaggen aan de openbare gebouwen halfstok. Brandweerlui betuigden hun solidariteit met hun getroffen collega’s. Bij de kazerne werden rouwkransen neergelegd. Het volk was geschokt. De koning kwam op de dag dat de dood van zijn broer Boudewijn werd herdacht, naar Aat. De koning bezocht de plaats van het onheil en zei dat hij treurde.

***

Maar wie heerst er in België? Het is het land van cheffen, CEO’s en beurskoersen. ‘Nog even wat financieel nieuws’, zei Walter Peeraer, voorzitter van het uitvoerend comité van Fluxys zaterdagavond op zijn persconferentie. ‘Euronext Brussel heeft vrijdag de handel in het aandeel Fluxys laten schorsen. Wij denken dat dit maandag wordt herzien.’ En natuurlijk heeft de staat zicht op de zaken, zitten er vaak afgevaardigden van ministers in de raden van bestuur. Bij Fluxys zetelen drie vertegenwoordigers van de federale regering in de raad van bestuur, onder wie een vertegenwoordiger van het ministerie van Economie en het staatssecretariaat voor Energie en Duurzame Ontwikkeling. De beurscijfers zijn schitterend. Dit jaar legde Fluxys de leiding Dilsen-Lommel aan om voor hoogcalorisch aardgas de transportcapaciteit naar Noord-Limburg te verhogen. Maar waar de ondergrondse wegen lopen, is volgens uitlatingen van enkele Limburgse brandweerlieden minder doorzichtig. Fluxys houdt vol dat alle informatie werd doorgegeven.

Een klein Belgisch bedrijf als Globe prijst zich aan als ’taking care of the invisible road’. Globe verkoopt haar diensten aan – zoals gedelegeerd bestuurder Kris Mintjens het zelf zegt – ‘bedrijven die in de ondergrond actief zijn’. Dat is zowel de NAVO als Fluxys.

België is een Europees knooppunt en zenuwcentrum van ondergrondse leidingen. Als je dat allemaal in kaart zou brengen, krijg je een doorsnede van de behoeften van onze geciviliseerde maatschappij. Ondergronds loopt er door België zo’n 400.000 km aan leidingen. Een onzichtbaar net waarlangs gas, elektriciteit, water, propyleen, ethyleen, chloor, zuurstof, ammoniak, stikstof, waterstof, telefoonleidingen, internet- en kabelverbindingen stromen. Ieder bedrijf weet in principe waar zijn wegennet ligt. Ook de NAVO, die een geheim, ondergronds systeem van leidingen heeft om kerosine naar haar basissen in ons land te voeren. Een bedrijf dat haar kaarten wil digitaliseren, kan bijvoorbeeld bij Globe terecht. Kris Mintjens is boos om de berichtgeving van de voorbije dagen over het gevaar van ondergrondse leidingen. ‘Wil men dan dat het gas vervoerd wordt met vrachtwagens op de autosnelweg? Fluxys hecht veel belang aan veiligheid. Ik kan zo vijf andere bedrijven opnoemen, die het heel wat minder nauw nemen met de veiligheidsvoorschriften’.

Hij noemt ze liever toch maar niet. Maar hij geeft toe dat er in België een groot probleem bestaat. Hij noemt het de essentie van de zaak. ‘Neem nu een dossier van Tractebel dat ondergrondse hoogspanningskabels wil aanleggen. Bij de samenstelling van het bouwdossier moet elke gemeente gecontacteerd worden met de vraag welke nutsmaatschappijen en kabelmaatschappijen er op haar grondgebied actief zijn.’ De gemeente levert dan een lijst af van die maatschappijen. Ingenieurs vragen alle betrokken bedrijven informatie over de ondergrondse leidingen. ‘Een bedrijf als Electrabel zal geen risico’s nemen. Om als er iets misloopt niet met de vinger te worden gewezen, zal het honderd vijftig plannen opsturen terwijl er maar twee relevant zijn.’ En dan moeten de plannen van de andere bedrijven nog volgen. Het systeem is met andere woorden niet zo transparant, en erg omslachtig.

Dat zegt ook de Vlaamse Confederatie van de Bouw. Bouwheren en aannemers vragen nu naar aanleiding van de ramp in Gellingen een volledige en nauwkeurige inventaris van alle ondergrondse leidingen in de drie gewesten. Verschillende aannemers zeggen dat het voor hen erg moeilijk is om schade aan ondergrondse leidingen te vermijden. Niet alleen zijn er steeds meer bouwheren op een werf aanwezig, sinds de liberalisering van de telecommunicatie-, gas- en elektriciteitsmarkt is ook het aantal spelers onder de grond sterk toegenomen.

Kris Mintjens pleit al lang voor een klic-systeem, zoals dat in Nederland bestaat. Aan zijn pleidooi werd jaren geleden geen gevolg gegeven door de industrie en de politici, bevoegd voor het ondergrondse netwerk en de veiligheid. Het klic-systeem is een centraal systeem waarin alle ondergrondse leidingen in kaart zijn gebracht. Het is een samenwerkingsverband tussen de betrokken ondergrondse maatschappijen, de overheid en de gemeentebesturen. Bouwondernemingen kunnen via dit centrale meldpunt en op de klic-website te weten komen welke leidingen er zich ondergronds bevinden. Indien de betrokken maatschappijen niet binnen de 72 uur reageren met een duidelijk plan, kan er gegraven worden. ‘Zo wordt er een grote verantwoordelijkheid gelegd bij de bedrijven die hun informatie moeten doorspelen in functie van de veiligheid van de burger.’

***

‘In het ondergrondse België zit iedere keizer op zijn troon en kijkt naar zijn eigen keizerrijk’, zegt Luc Rombout. Hij is managing director van Cemac, een kleine organisatie die doet aan crisisinterventie en management en dezer dagen bijstand verleende bij de operationele interactie tussen Fluxys en de overheid ‘De meeste bedrijven beschikken over erg veel expertise en kennis, maar er is veel te weinig communicatie en integratie onderling en met de overheid’, zegt hij.

‘Zo krijg je toestanden waarbij verschillende dispatchingdiensten van privé-bedrijven tegelijk de 100-oproepen ontvangen, mensen uitsturen en vrijwillige brandweerlieden omkomen.’

Veiligheid en burger, het is een begrip dat in België alleen nog ter sprake komt als het over diefstallen en inbraken gaat. Overvallen op de stoep. Om maar een idee te geven: op binnenlandse zaken zijn er nog drie mensen die verantwoordelijk zijn voor rampenplanning, de Seveso-problematiek en de organisatie van de brandweer, die met steeds moeilijker taken geconfronteerd wordt. Voor de politie mag je dat aantal gerust maal honderd doen. Coördinatiecomités om industriële rampen te voorkomen zijn er weinig. Terwijl ons land in de jaren zestig, na twee grote industriële rampen een voorbeeldfunctie vervulde op het gebied van rampenbestrijding. Het Hoger Instituut voor de Noodplanning dat kennis over rampen en veiligheid zou kunnen bundelen, bestaat alleen nog op papier. Het is bijna letterlijk een spookkasteel. Een kasteeltje in Florival, met één bibliothecaris en leden van het Speciaal Interventie Escadron die er oefenen in de bomen.

En er zijn schitterende initiatieven. Zo heeft de brandweer van Beveren een eigen internetconnectie waarmee ze verbonden wordt met alle bedrijven waarvoor ze verantwoordelijk is. ‘Voor ze moeten uitrukken, tokkelen ze op hun pc en krijgen ze nauwkeurige informatie over de aanwezigheid van toxische stoffen.’ Het zal spijtig genoeg misschien een lokaal project blijven, zoals zoveel initiatieven. Luc Rombout: ‘We leven in een technologische samenleving. Dat betekent dat we te maken krijgen met steeds meer risico’s. Je kan mensen nooit helemaal behoeden. Wel beter informeren.’ Het begint met kleine dingen. ‘Weten alle burgers dat als men op de radio afroept “Gelieve ramen en deuren gesloten te houden” dat ook de schouw van de haard dicht moet of de airconditioning in de auto uit moet?’

De brand afgelopen jaar in de Marly-torens heeft aangetoond hoe fataal soms de bevoegdheidsverdeling kan zijn. Luc Rombout: ‘Een van de positieve lessen van deze calamiteit zou moeten zijn dat ‘eendracht’ bij de rampenplanning en -bestrijding de leidraad moet zijn voor de toekomst, dat alle waardevol verspreide initiatieven zo vlug mogelijk moeten geïntegreerd worden.’

De martelgang van het kastje naar de muur, kent iedere burger, maar ook iedere wet. In 2002 heeft Binnenlandse Zaken een nieuw ministerieel besluit klaargestoomd over de identificaties van de risicozones in België. Dat werd naar de gewesten gestuurd voor advies. Het advies is er nog altijd niet. In situaties waar iedere seconde van belang is, duurt dit soort wachten wel erg lang. Geduld kan een zegen zijn, uitstel is dodelijk. Er is nog veel werk te verrichten. Het is nooit goed dat iedereen zijn eigen gang gaat.

***

Vandaag, woensdag worden de slachtoffers in Gellingen begraven. Het volk zal treuren. De burgemeester zal zijn sjerp omdoen. De ministers zullen het hoofd buigen. De zwaar verbrande Sofie Van Valckenburg zegt dat ze de moed niet zal verliezen. Het land is in rouw.

Door Anna Luyten

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content