Wim Schoutens

‘De digitale euro: financiële innovatie met maatschappelijke gevolgen’

Wim Schoutens Professor risicobeheer KU Leuven

‘Het gevaar van function creep is immens’, schrijft expert risicobeheer Wim Schoutens (KU Leuven) over de geplande uitrol van een digitale euro. ‘Wat begint als een technisch antwoord op betalingsverkeer en financiële stabiliteit, raakt aan fundamentele vragen over banken, privacy en institutionele grenzen.’

Op 19 december 2025 bereikten de Europese lidstaten een politiek akkoord over de verdere uitrol van een digitale euro met een pilot project vanaf midden 2027 en een eventuele uitgifte rond 2029. De beslissing werd wat ondergesneeuwd door het Euroclear verhaal.

Wat vaak wordt voorgesteld als een technisch innovatief project rond betalingsverkeer, raakt bij nader inzien aan fundamentele vragen over financiële stabiliteit, privacy en institutionele grenzen. De digitale euro wordt gepresenteerd als een logische volgende stap in de modernisering van het betalingsverkeer.

Maar welke risico’s brengt deze digitale vorm van centrale-bankgeld met zich mee voor het bestaande financiële systeem, en bij uitbreiding wat is de impact op onze maatschappij?



Een van de vaak aangehaalde motieven voor de digitale euro is de Europese afhankelijkheid van Amerikaanse elektronische betaalsystemen – denk aan VISA en MasterCard. Het gros van kaartbetalingen in Europa verloopt inderdaad vandaag via niet-Europese netwerken, wat in beleidskringen terecht als een strategische kwetsbaarheid wordt gezien. Tegen die achtergrond wordt de digitale euro gepositioneerd als een Europees alternatief.

De vraag is: moet dat Europees alternatief werkelijk een uitrol zijn van een compleet nieuwe technologie: de digitale euro of in vakjargon een Central Bank Digital Currency (CBDC).  Er bestaat al een alternatief Europees betaalsysteem, Wero, waarin men ook zou kunnen verder investeren. 

Een groot deel van onze dagelijkse betalingen gebeurt vandaag al elektronisch, via bankkaarten of betaalapps die gekoppeld zijn aan commerciële banken. Het verschil met de digitale euro is dat geld op een bankrekening wordt aangehouden bij een commerciële bank, terwijl een digitale euro rechtstreeks geld van de Europese Centrale Bank zou zijn. Dat verschil wordt vooral relevant in tijden van financiële stress.

In elk banksysteem bestaat er immers een impliciete hiërarchie van veiligheid. Spaargeld bij een commerciële bank is heel veilig, maar cash en (digitaal) geld bij de centrale bank zijn nog veiliger. Dat verschil werd bijzonder zichtbaar tijdens de financiële crisis van 2008 toen spaarders bij banken in moeilijkheden massaal probeerden hun geld in veiligheid te brengen. Dit fenomeen staat bekend als een bankrun.

Precies om die reden wordt in het ontwerp van de digitale euro gewerkt met limieten, of een maximaal bedrag dat elkeen mag aanhouden. Men spreek van enkele duizenden euro’s per persoon. Zonder dergelijke limieten zou een digitale euro in stresssituaties een aanzienlijke uitstroom van deposito’s uit het commerciële bankwezen kunnen veroorzaken, een soort van digitale bankrun. En zulke bankruns brengen banken heel snel in de problemen en daarom net dat men met zulke limieten dus de banken en bij uitbreiding de financiële stabiliteit probeert te beschermen.

Maar dit betekent wel dat deze limieten worden vastgelegd en dat veronderstelt een systeem dat individuele posities kan identificeren en cumuleren om te bepalen wanneer een persoonlijke limiet wordt bereikt. Dat heeft onvermijdelijk een aanzienlijke impact op de privacy. In dat kader is ook het taalgebruik van de Europese Centrale Bank relevant. In officiële communicatie wordt de digitale euro omschreven als ‘cash-achtig’ en wordt benadrukt dat het ontwerp gebaseerd is op dataminimalisatie. Cash-achtig is niet cash.

Moest de digitale euro dat wel zijn zouden we het cash noemen en niet cash-achtig. Bovendien is er met contant geld, echte cash dus, geen sprake van dataminimalisatie, omdat er eenvoudigweg geen elektronisch spoor bestaat. Contant geld laat geen digitale transactiegegevens na, vereist geen identificatie en genereert geen data. Veel privacy organisaties staan dus terecht zeer sceptisch ten opzichten van al dit alles. Een koppeling met de digitale identiteit, die ook in de EU-pijplijn zit, versterkt dit gevoel verder.

Een ander aandachtspunt is de programeerbaarheid van dat digitale geld. Momenteel is vastgelegd dat de digitale euro niet programmeerbaar is. Dat betekent dat er geen voorwaarden mogen worden opgelegd aan het gebruik ervan, zoals beperkingen op waarvoor het geld kan worden aangewend. Men kan ook geen vervaldatum instellen of een negatieve rentevoet invoeren.

Maar tegelijk laat de onderliggende infrastructuur dergelijke programmeerbaarheid technisch wel toe. Infrastructuur die nu wordt uitgebouwd. Dat de digitale euro vandaag niet programmeerbaar is, is dan ook het resultaat van een politieke keuze, geen technische beperking. Die programmeerbaarheid was in eerdere discussies bovendien niet a priori uitgesloten.

En dit brengt ons misschien wel bij het allergrootste risico: het risico op function creep, het proces waarbij een systeem of technologie op termijn gebruikt wordt voor andere doeleinden dan waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was. Het is niet omdat programeerbaarheid vandaag niet wordt ingevoerd, dat het later niet zal worden ingevoerd.

Het kan technisch, en we kennen de bekende debatfiches: ‘uitzonderlijke situaties vereisen uitzonderlijke maatregelen’ of ‘als je niets te verbergen hebt, heb je niets te vrezen’.

Zwitserland, niet bepaald het meest achterlijke land wat betreft bankstabiliteit en financiële privacy, besliste na grondige analyse dat het momenteel geen nood ziet aan een digitale Zwitserse frank voor het brede publiek. Volgens de Swiss National Bank (SNB) wegen de risico’s op dit moment zwaarder dan de potentiële voordelen. Het kiezen om iets niet te doen is ook een keuze.

Wim Schoutens is gespecialiseerd in risicobeheer en in het bijzonder systeemrisico. Hij is professor aan de KU Leuven.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise