Indianen mogelijk afkomstig uit Europa

25/11/13 om 12:23 - Bijgewerkt om 13:00

Uit DNA-analyse blijkt dat de voorvaderen van de eerste inwoners van Amerika genetisch verwant zijn met West-Europese volkeren.

Indianen mogelijk afkomstig uit Europa

De archeologische vindplaats was in de buurt van het Bajkalmeer © Thinkstock

Het DNA van een jongetje dat 24.000 jaar geleden werd begraven bij het Bajkalmeer in Oost-Siberië, toont aan dat Europeanen en indianen wellicht verwant zijn met elkaar. Dat bericht de Amerikaanse krant The New York Times.

Het genoom van de prehistorische jongen komt voor een groot stuk overeen met het DNA van West-Europeanen. Dat wijst erop dat Europeanen zich tijdens de laatste ijstijd al veel verder oostwaarts hadden verspreid dan tot dusver werd aangenomen. Van de jongen is geen huid- of haarstaal bewaard gebleven, maar uit zijn genen kunnen deskundigen afleiden dat hij wellicht bruin haar, bruine ogen en sproeten had.

Mengras

Daarnaast blijkt ook uit de analyse dat zo'n 25 procent van het genoom overeenkomt met het DNA van indianen. Antropologen gingen er tot dusver altijd van uit dat de eerste inwoners van de Nieuwe Wereld afstamden van Siberische volkeren, die verwant waren met Oost-Aziaten. Het nieuwe DNA-onderzoek toont aan dat indianen vermoedelijk een mengras zijn van West-Europeanen en Oost-Aziaten.

De jongen was zo'n vier jaar oud en werd begraven met een kralensnoer, een ivoren hoofdsieraad en een hanger in de vorm van een vogel. Op dezelfde plek werden ook Venusbeeldjes aangetroffen zoals die werden gemaakt door Europese culturen in de oude steentijd. De vindplaats werd tussen 1928 en 1958 blootgelegd onder leiding van de Russische archeoloog Michail Gerasimov. Het lijkje bevindt zich sindsdien in een museum in Sint-Petersburg.

Nucleair genoom

Onlangs werd het genoom van de jongen onderzocht door de Deense DNA-expert Eske Willerslev. Hij deed onderzoek naar de oudste inwoners van Amerika. In de hoop een verband te ontdekken tussen de indianen en Oost-Aziatische volkeren nam hij DNA af van een been in de bovenarm van het prehistorische kind.

Toen uit de eerste onderzoeksresultaten bleek dat het mitochondriale DNA van de jongen overeenkwam met dat van Europeanen, vermoedde Willerslev dat het genoom in het been gecontamineerd was door een van zijn medewerkers, een veel voorkomend probleem bij DNA-analyse. Maar later werd ook Europese afstamming duidelijk bij de analyse van het nucleaire genoom, dat het grootste deel van de genetische informatie van de mens bevat.

Tweede vindplaats

Vervolgens onderzochten Willerslev en zijn ploeg het genoom van een tweede Siberische vindplaats. Bij een volwassen man die zo'n 17.000 jaar geleden overleed, troffen ze dezelfde kenmerken aan van Europese afkomst. Daaruit leidde de DNA-specialist af dat Europeanen veel verder waren doorgedrongen in Eurazië dan de wetenschap tot dusver had vastgesteld en dat ze al 20.000 jaar geleden in Siberië voorkwamen gedurende het koudste deel van de laatste ijstijd.

Verder kwam Willerslev er tot zijn verbazing achter dat het genoom van de prehistorische jongen zowel overeenkwam met dat van Europeanen als van indianen, maar niet met dat van Oost-Aziatische volkeren. Hij vermoedt daarom dat de afstammelingen van de indianen zich al hadden afgescheiden van de Oost-Aziaten, toen ze zich gingen voortplanten met West-Europeanen. Pas nadien zouden de voorvaderen van de indianen de Beringstraat zijn overgestoken. (YD)

Onze partners