Hoe onze soort op toeval berust

30/04/13 om 17:17 - Bijgewerkt om 17:17

Nieuwe inzichten illustreren nogmaals hoe waanzinnig veel toevalstreffers in de geschiedenis van het leven gespeeld hebben om onze soort (en vele andere) mogelijk te maken.

Hoe onze soort op toeval berust

Veel mensen vergeten graag dat de mensheid een lange biologische voorgeschiedenis heeft en dat onze voorouders niet allemaal mensen waren. Nieuwe inzichten illustreren nogmaals hoe waanzinnig veel toevalstreffers in de geschiedenis van het leven gespeeld hebben om onze soort (en vele andere) mogelijk te maken.

Het vakblad Public Library of Science Biology presenteert een studie waaruit moet blijken dat de evolutionaire oorsprong van ons hoofd terug te voeren is tot een hersenloos orgaan van de rondzwemmende larven van zeeanemonen - diertjes die verwant zijn aan kwallen. Dat orgaan groeit uit tot de 'voet' van de vastzittende volwassen beestjes. Dezelfde genen die de ontwikkeling van de voet sturen, geven de aanzet tot de ontwikkeling van ons hoofd, een gevolg van het feit dat de larven zich met wat hun voorkant is op een substraat vasthechten, waarbij hun achterkant de 'mond' van de vastzittende zeeanemoon wordt. Of omgekeerd: de voet van de anemoon is ons hoofd geworden. Omdat de gemeenschappelijke voorouder van mens en zeeanemoon minstens 600 miljoen jaar oud zou zijn - dat is bijna zo oud als het meercellig leven - zou het genennetwerk dat ons hoofd vormt ook minstens zo oud zijn.

De beste kandidaat als model voor die gemeenschappelijke voorouder is momenteel een onbenullige, één centimeter lange zeeplatworm zonder hersenen of voortplantingsorganen die af en toe voor de westkust van Zweden gevonden wordt. Volgens Nature Communications kan deze Xenoturbella bocki als een verre voorouder voor de mens (en vele andere levensvormen) beschouwd worden, omdat zijn larven nog geen enkel ontwikkeld kenmerk vertonen. Hij zou in geen enkele klassieke stam van het dierenrijk thuishoren. Misschien is het beestje niet zelf de voorouder in kwestie, maar het heeft zo veel primitieve kenmerken dat het op zijn minst als een replica daarvan beschouwd kan worden.

Interessant is ook een studie in Biology Letters die aantoont hoe tweebenigheid kan zijn ontstaan. Ongeveer 370 miljoen jaar geleden zou in een al lang uitgestorven vissoort (de Euphanerops) voor het eerst een vin in tweeën gesplitst zijn: de anale vin zou om niet meer te achterhalen redenen opgedeeld geraakt zijn in een linker- en een rechterstuk rond de anus. De vis zou daardoor een van de eerste soorten met symmetrische aanhangsels geweest zijn. Als die ontwikkeling niet voordelig was geweest, zouden wij er vandaag waarschijnlijk niet zijn, of toch niet in onze huidige vorm, want dan zou er voortgebouwd zijn op een ander lichaamsplan.

Lang leven de Euphanerops dus! (DD)

Lees meer over:

Onze partners