Bjorn Lomborg
Bjorn Lomborg
Directeur Copenhagen Consensus Center
Opinie

09/02/18 om 04:07 - Bijgewerkt op 08/02/18 om 13:20

'Ongelijkheid moet onder controle gehouden worden, maar we mogen de vooruitgang niet negeren'

Ontwikkelingsorganisatie Oxfam trok internationaal veel aandacht met de bewering dat er sprake is van een wereldwijde ongelijkheidscrisis. Er bestaat nu echter meer gelijkheid dan in het grootste deel van de afgelopen honderd jaar, schrijft Bjorn Lomborg, directeur van het Copenhagen Consensus Center.

'Ongelijkheid moet onder controle gehouden worden, maar we mogen de vooruitgang niet negeren'

'Te veel ongelijkheid kan de groei verminderen en sociale mobiliteit hinderen, dus moet die ongelijkheid onder controle worden gehouden. Maar het is verkeerd om het grotere verhaal over de vooruitgang te negeren die geboekt is op het gebied van armoede en ongelijkheid.' © iStock

De beste data over inkomensongelijkheid zijn afkomstig van Branco Milanovic, die eerder werkte bij de Wereldbank en nu verbonden is aan de City University van New York. Zijn onderzoek laat zien dat, met name door de ongelooflijke groei in Azië, de wereldwijde ongelijkheid in de afgelopen decennia sterk is afgenomen. Zo sterk zelfs, dat er in de afgelopen honderd jaar niet zoveel gelijkheid was in de wereld.

Delen

Ongelijkheid moet onder controle gehouden worden, maar we mogen de vooruitgang niet negeren.

Daar komt bij dat in het gesprek over ongelijkheid dat door Oxfam wordt aangewakkerd, niet wordt erkend dat gelijkheid over veel meer gaat dan geld. Kijk naar onderwijs en gezondheidszorg. In 1870 was meer dan driekwart van de wereldbewoners analfabeet. Vandaag kunnen meer dan vier van de vijf mensen lezen.

De helft van alle welvaart die de mensheid in de afgelopen veertig jaar heeft verworven, is te danken aan het feit dat we langer en gezonder leven. In 1900 werden mensen gemiddeld 30 jaar oud. Momenteel is dat 71 jaar. In de afgelopen halve eeuw is het verschil in levensverwachting tussen de rijkste en armste landen gedaald van 28 naar 18 jaar.

Schulden niet meegerekend

Oxfam negeert deze realiteit bijna volledig en wijst in plaats daarvan naar het welvaartsniveau in individuele landen. Het klopt dat ongelijkheid op dit punt is toegenomen. Maar Oxfam overdrijft als zij stelt dat de welvaart van de 42 rijkste mensen aan de top groter is dan die van de onderste 50 procent van onze planeet (3,7 miljard mensen).

Iets minder dan een vijfde van deze 'onderste helft' zijn in feite mensen met een collectieve schuld van 1200 miljard dollar: waarschijnlijk wereldburgers uit rijke landen, zoals studenten met leningen of mensen met een hypotheekschuld. Er is nogal een spagaat voor nodig om die mensen tot de armsten in de wereld te rekenen.

Het zou eerlijker zijn om te zeggen dat de rijkdom van de armste 40 procent van de planeet (exclusief degenen met een negatief vermogen) gelijk is aan de rijkdom van de rijkste 128 miljardairs. Maar dat klinkt minder spectaculair dan stellen dat 42 mensen even veel bezitten als de helft van de wereldbevolking.

Piketty

Bij Oxfams herhaalde bewering dat 1 procent van de wereldbevolking meer dan de helft van de rijkdom bezit, ontbreekt het aan historische context. Thomas Piketty keek naar de rijkdom in specifieke landen en zag een dramatische afname van rijkdom onder die 1 procent tussen 1900 en de jaren 1970 en 1980, en een kleinere toename sindsdien. Het is dus waarschijnlijk dat er historisch gezien meer gelijkheid in de wereld is in termen van rijkdom, afgezien van de laatste dertig tot veertig jaar.

In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld is de rijkdom van de rijkste 1 procent van de bevolking toegenomen. Maar uit de data blijkt de ongelijkheid tot 1977 elk jaar groter was dan in de laatste decennia.

De ongelijkheid is in de afgelopen jaren inderdaad toegenomen. Maar hoe ziet het grotere plaatje eruit? Het is wellicht niet verrassend dat de meeste diagrammen van Oxfam beginnen rond 1980, op het historische laagtepunt qua inkomensongelijkheid.

Uit gegevens over die tijd blijkt dat de rijkste 1 procent in Engelstalige landen qua ongelijkheid weer op het niveau was beland dat leek op dat van het begin van de twintigste eeuw, terwijl in niet-Engelstalige landen een dramatische daling zichtbaar was.

Simplistisch verhaal

Oxfam heeft als doelstelling 'een einde maken aan het onrecht van armoede.' Het is dus jammer dat haar simplistische verhaal wijst op een noodzaak tot herverdeling van welvaart binnen landen, terwijl over het hoofd gezien wordt dat bijvoorbeeld door vrije wereldhandel miljoenen mensen aan armoede ontsnappen. En dat door vaccinatiecampagnes ziekten zoals polio bijna uitgeroeid zijn. Voor deze zaken is aandacht nodig als we willen dat de grote vooruitgang die in de afgelopen jaren is geboekt, voortgaat.

Delen

Het is wellicht niet verrassend dat de meeste diagrammen van Oxfam beginnen rond 1980, op het historische laagtepunt qua inkomensongelijkheid.

Te veel ongelijkheid kan de groei verminderen en sociale mobiliteit hinderen, dus moet die ongelijkheid onder controle worden gehouden. Maar het is verkeerd om het grotere verhaal over de vooruitgang te negeren die geboekt is op het gebied van armoede en ongelijkheid.

Een zo beperkte visie op dit onderwerp doet onrecht aan de veel grotere uitdagingen waar de armsten in de wereld mee kampen, zoals luchtvervuiling, tuberculose, hiv, malaria, ondervoeding en gelijke kansen in het onderwijs.

Voor al deze uitdagingen bestaan goedkope en effectieve oplossingen. En op die oplossingen moeten we ons richten.

Onze partners