Jihadexpert Pieter Van Ostaeyen: 'Terroristen waren opvallend actief in januari'

02/02/16 om 16:48 - Bijgewerkt om 18:21

In januari sloegen terroristische organisaties als IS, Boko Haram, de taliban of Al-Shabaab bijna dagelijks toe. Was januari een succesvolle maand voor het jihadisme? Vier vragen aan expert Pieter Van Ostaeyen.

Jihadexpert Pieter Van Ostaeyen: 'Terroristen waren opvallend actief in januari'

Vrouwen gedenken de 500ste dag dat hun dochters door Boko Haram werden ontvoerd © REUTERS

In januari sloegen terroristische organisaties als IS, Boko Haram, de taliban of Al-Shabaab bijna dagelijks toe, zo bleek uit ons video-overzicht van de belangrijkste 36. Drie vragen aan jihadexpert Pieter Van Ostaeyen.

Was januari een opvallend succesvolle maand voor het jihadistisch terrorisme?

'Ze zijn alleszins behoorlijk actief geweest. Als we alleen al kijken naar het aantal aanslagen van de afgelopen dagen, dan is dat opvallend veel. Ik kan moeilijk de exacte vergelijking maken omdat ik die cijfers niet heb, maar het lijkt zeker meer te zijn dan normaal.'

Waaraan kan dat liggen?

'Ik denk dat dit komt omdat jihadisten terrein verliezen in Syrië en zich dus op andere fronten willen profileren. Ze willen het klimaat van terreurangst blijven voeden. De focus wordt ook steeds minder gelegd op het gebied. Ze willen voornamelijk tonen dat ze in staat zijn om eender waar aanslagen te plegen.'

Waarom worden bepaalde aanslagen niet opgeëist?

'Dat is onduidelijk. Wat wel opvalt is dat bijvoorbeeld Islamitische Staat al haar aanslagen opeist. Zelfs als die mislukken. Ik ga er dus van uit dat zij niet achter de aanslag in Istanbul in Turkije zitten, zoals gesuggereerd wordt. Omdat zij ze in principe altijd opeisen.'

Het is niet zo dat ze een aanslag die in hun ogen niet succesvol is, niet zouden opeisen?

'Neen. De aanslagen in Turkije hebben wel veel impact gehad, dan zouden ze die toch opgeëist moeten hebben? Wie er dan wel achter zit, dat is voer voor speculatie: koerden, een extreemrechtse militie van het leger of de overheid.'

Stephany van Cranenbroek

Onze partners