Italiaanse musea in crisis

03/05/13 om 14:20 - Bijgewerkt om 14:20

Het is kommer en kwel in de museumwereld van Italië. Maar elders is het niet zonniger gesteld. Overal wordt beknibbeld op de uitgaven voor cultuur omdat nog altijd beweerd wordt dat het niet gaat om levensnoodzakelijke middelen.

Italiaanse musea in crisis

Het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim in Antwerpen heeft, na het onverwachte overlijden van directeur Menno Meewis, nog steeds geen opvolger. Het valt te hopen dat het stedelijk beleid ruim genoeg denkt om de vacature internationaal in te vullen via een oproep, zoals dat nu al geruime tijd het geval is voor architectuur opdrachten. En er is geen tekort aan kandidaten.

Neem nu Italië want daar heeft de museumcrisis al heel wat wonden geslagen. Eerst zijn er museumdirecteuren die het voor bekeken hielden en dan zijn er de financiële problemen waarmee de lokale en nationale overheden kampen.

De personeelsbezetting op hoger niveau is een eerste probleem, getuige de vele vacatures zoals die bij het Castello di Rivoli in de buurt van Turijn. Het voorbeeldig gerestaureerd historisch gebouw werd in korte tijd een gereputeerde plaats voor hedendaagse kunst. De Nederlandse ex-museumdirecteur Rudi Fucha was de eerste om er zinvolle tentoonstellingen te organiseren (1984-1990). Het werd een pelgrimsoord voor al wie in Noord Italië op doorreis was. Maar nu kapseist dit vlaggenschip van de provincie Piemont.

Een nieuwe directeur (Jens Hoffmann), in 2010 benoemd, liet het al afweten voor hij goed en wel begonnen was. Zijn opvolger Andrea Bellini die een duo ging vormen met Beatrice Merz pakte zijn valiezen na amper twee jaar en verkaste naar het Centre d'Art Contemporain in Genève en het contract van mevrouw Merz werd niet verlengd. Via een internationale oproep wordt nu een nieuwe waaghals gezocht. Die moet wel beseffen dat het kasteel financieel ondersteund wordt door de provincie enerzijds en van de andere kant door een bankmecenaat. Beiden letten op hun centen en het is uitgesloten dat er nog tentoonstellingen met zgn. "grote" namen in de programmering kunnen opgenomen worden. Ook voor aankopen is er geen geld en geplande exposities moesten afgeblazen of uitgesteld worden. En dat is maar één casus.

De al genoemde Beatrice Merz wist de 23 meest belangrijke musea en kunsthallen te verenigen in een overkoepelende organisatie Amaci. Uit onderzoek bleek dat in het voorbije jaar (2012) deze organisaties voor een bedrag van 37 miljoen euro ondersteund werden met officiële toelagen. Ter vergelijking, het met diamanten gefestonneerde doodshoofd van Damien Hirst was commercieel het dubbele waard. De tijd schijnt nu wel definitief voorbij dat ambitieuze projecten zoals het MAN in Nuoro, het MAMBO in Bologna of het MADRE in Napels, grootmoedig door de officiële instanties ondersteund worden. En het is nog niet alles.

Een nieuwe museale aanpak zoals in het museum Pecci nabij Prato geraakt niet van de grond. Plannen in Palermo om het Palazzo Riso om te vormen tot een Centrum voor hedendaagse kunst zijn in een algemene onverschilligheid verdronken. In Rome werd, drie jaar geleden, voor de aanzienlijke som van 150 miljoen euro het MAXXI opgericht. Het gebouw van het architectenbureau Zaha Adid, dat in Antwerpen ook het nieuwe tehuis voor het havenbeheer ontwierp, werd all over the world geloofd en geprezen.

Edoch, na een aanvankelijk beloofde werkingsfinanciering door het Ministerie voor Cultuur van zowat 8 miljoen euro per jaar werd die tot 75% teruggeschroefd. Terecht wordt dan de vraag gesteld hoe moet men nu een representatieve verzameling opbouwen die waardig is van een prestigieus gebouw in Italiës' hoofdstad, Bovendien wordt ook daar een artistiek leider gezocht.

Met de inkrimping van de financiële middelen neemt ook het bezoekersaantal af. Voor het MAMBO in Bologna betekende dat een afname van 27 %. Daaruit trok de stad haar conclusies en plande een totale reorganisatie waarbij alle stedelijke musea onder één leiding werden geplaatst. De dertien instellingen worden nu geleid door de vroegere directeur van het MAMBO, Gianfranco Maraniello.

Die kan zich vinden in de nieuwe structuur die de kosten met zowat 20% zal drukken. In het verleden waren er bijvoorbeeld 13 persdiensten en nu maar één. Positief is dan weer dat in de autonome provincie Trento wat meer subsidies voorzien worden voor het Wetenschapsmuseum dat straks in juli een nieuw gebouw zal betrekken geconcipieerd door de bekende architect Renzo Piano. Het MART in Rovereto daarentegen dat tot nu toe door het provinciebestuur ondersteund werd a rato van 5 miljoen euro per jaar, valt nu terug op 1,5 miljoen en volgend jaar zal het misschien nog minder zijn; Om die reden wordt er intensief aan fundraising gedaan om de nodige jaarlijkse 6 miljoen kosten te dekken. Tot overmaat van ramp brak er in februari brand uit in het MAGA in Gallarate nabij Milaan. Het pas in 2009 opgerichte museum voor hedendaagse kunst profileerde zich met ondermeer 5.000 werken die een mooi overzicht gaven van de moderne en actuele kunstgeschiedenis.

Christian Valsecchi van het Palazzo Grassi en secretaris-generaal van de vereniging van Italiaanse musea van hedendaagse kunst, beklaagde zich in de krant La Repubblica dat deze instellingen vooral door de politiek worden geleid en niet door vaklui. In dat verband is het dan ook tekenend dat een grootstad als Milaan een aanbod heeft afgeslagen van een consortium van bouwfirma's dat de Lombardische hoofdstad op eigen kosten wou begiftigen met een museum voor actuele kunst naar een project van de fameuze architect Daniël Libeskind. De gemeentelijke thesaurier vond de onderhoudskosten veel te hoog. Dus terug naar af. Maar desondanks speelt Milaan nog altijd een eerste rangsrol in het hedendaags cultuurleven dank zij zijn meer dan 200 galeries en een aantal kunstencentra.

Het is kommer en kwel in de museumwereld van Italië. Maar elders is het niet zonniger gesteld. Overal wordt beknibbeld op de uitgaven voor cultuur omdat nog altijd beweerd wordt dat het niet gaat om levensnoodzakelijke middelen maar men vergeet dat er ook een economische terugslag mee gemoeid is. Peter de Caluwé, de directeur van de Muntschouwburg, bewees onlangs, cijfers op papier, dat er een serieuze return is voor de uitgaven van kunstinstellingen. Toeristen die blijven logeren en de horeca doen leven, city trips en het winkelen die uitgaven genereren zijn zovele factoren die de overheidskosten voor een levendig artistiek aanbod aardig compenseren.

Kijk bijvoorbeeld wat in Antwerpen het jonge MAS op het Eilandje heeft weten te genereren, Meer dan één miljoen bezoekers het eerste jaar die ter plaatse wel wat willen eten of drinken, wat aankopen in de museumshop of bij andere middenstanders in de buurt, hotelovernachtingen en noem maar op. Een museum werkt dan als een magneet en compenseert deels de investering die de overheid deed bij de bouw en het onderhoud van het museum. Men kan dit voorbeeld extrapoleren naar andere steden en gemeenten. Het is niet allemaal verloren geld dat geïnvesteerd wordt in kunst en cultuur.

Ludo Bekkers

Lees meer over:

Onze partners