Jonathan Holslag (VUB)
Jonathan Holslag (VUB)
Professor internationale betrekkingen aan de VUB en auteur van 'De kracht van het paradijs'.
Opinie

19/11/14 om 13:50 - Bijgewerkt om 13:50

Helpt een Googlebril ons echt vooruit als samenleving?

Het economisch debat moet ook gaan over welke soort welvaart we willen. 'Als consumenten zijn we kortzichtige opportunisten, maar we koesteren ook diepere verlangens.'

Helpt een Googlebril ons echt vooruit als samenleving?

Een Googlebril is een pareltje van technologisch vernuft, maar helpt hij ons vooruit als samenleving? © Reuters

Het wordt steeds duidelijker dat de komende decennia weinig zullen lijken op de voorbije twintig jaar van globalisering, maar de vraag blijft hoe die wereld er zal uitzien. Wat zijn de belangrijke trends, de mogelijke game changers, de kansen en de dreigingen? In een reeks essays gaat Jonathan Holslag, docent internationale politiek aan de VUB, op zoek naar de grote verhalen van morgen.

Lees ook:

- Wat als China ooit een rijk land zou worden?

- Zou de hand van de beul ooit opnieuw tot in Europa kunnen reiken?

- Waarom u, de modale Vlaming, wellicht niet bang genoeg bent

- Hoe Europa een cyberkolonie werd

- De opkomst van de killerstad: hoe kunnen we onze wereld leefbaar houden?

- De kanonneerboten van de toekomst komen van de maan

Wie meende dat de Franse stereconoom Thomas Piketty met zijn werk over ongelijkheid een somber beeld schetste, zet zich best schrap: de economische realiteit in Europa is nog onthutsender. Het gaat er niet om dat de rijken rijker en de armen armer worden, het gaat erom dat zowel arm als rijk er fors op achteruitgaat.

Optimisten houden vol dat de welvaart toeneemt. Het inkomen van een Europeaan is sinds de eeuwwisseling inderdaad met 46 procent gestegen. Maar breng je de inflatie in mindering dan blijft er van die stijging nog slechts vijf procent over. In een tiental lidstaten nam het werkelijk beschikbare inkomen de laatste jaren zelfs af. De huidige economische stilstand betekent in werkelijkheid een achteruitgang van de koopkracht. Dat geldt voor alle Europanen. Het blijft natuurlijk zo dat een inkomensdaling veel harder aankomt bij armen, maar eigenlijk gaan we solidair de economische neergang tegemoet.

Thomas Piketty

Thomas Piketty © Reuters

Dan maar het advies van Piketty volgen en geld halen bij de rijken? Ik geloof niet in die remedie. Het bezit van de allerrijksten is inderdaad moeilijk te verantwoorden, maar stel dat we de hen zwaarder belasten: lost dat de achteruitgang van Europa op? Gaan we armen geld toestoppen om er stookolie uit het Midden-Oosten mee te betalen of goodies die we invoeren uit China? Nee, we moeten naar een slimmere herverdeling, een herverdeling van economische kansen en via die weg naar een herverdeling van de welvaart.

Dat we voor moeilijke aanpassingen staan, is duidelijk. Maar in welke sectoren we het best ons kapitaal investeren, onze arbeid, onze ruimte én onze verbeelding, daarover scheppen de economen geen klaarheid. Wat is de zingeving achter onze investeringen? Het antwoord op die vraag is cruciaal niet alleen voor het Westen. Ook de Chinezen, de Indiërs en de Brazilianen zitten gekneld in een groeimodel dat niet bestendig is. Als bij hen de groei gaat sputteren, zitten we pas echt in de knoei.

Laat de markt daarover beslissen, voeren de meeste economen aan. Dat brengt ons steevast bij technologie en innovatie, want daar zou de groei vandaan komen. Onderzoek wijst evenwel uit dat het verband tussen technologie en groei niet eenduidig is. Omdat we met veel meer landen concurreren om dezelfde technologie, worden de baten van een technologische voorsprong kortstondiger. De vraag is of innovatie steeds technologisch moet zijn, en vooral ook hoe we het kapitaal en de arbeid die vrijkomen door automatisering kunnen inzetten om een betere samenleving te bouwen.

Arbeid als bron van geluk

Helpt een Googlebril ons echt vooruit als samenleving?

© Belga

Het komt me voor dat we steeds op dezelfde muur botsen: het onvermogen om onze middelen een goede bestemming te geven. Dat probleem doet zich deels voor aan de aanbodzijde. Of het nu gaat om complexe financiële producten of het zoveelste hoogtechnologische gadget, het blijft gemakkelijk om de honger naar snelle winst aan te wakkeren met hypes. Een Googlebril is een pareltje van technologisch vernuft, maar helpt hij ons erop vooruit als samenleving?

Ook aan de vraagzijde is er een probleem: consumenten hebben de neiging het bezit te maximaliseren en de maatschappelijke kosten te minimaliseren of te negeren - denk aan verkeersellende, vervuiling, vereenzaming of het verdwijnen van lokale nijverheid. Eigenlijk zijn ze door dat schuldig verzuim even 'medeplichtig' als de miljardairs die ze steeds meer op de korrel nemen. Het is een catastrofale symbiose, die tussen de hypekapitalisten en de onkritische massa.

Als consumenten zijn we kortzichtige opportunisten, maar tezelfdertijd blijkt uit onderzoek dat we ook diepere verlangens koesteren. We willen groeikansen, variatie in ons werk, mooie steden, authenticiteit, erkenning en menselijke betrokkenheid. Heel veel van die zaken zijn niet eens in geldwaarde uitgedrukt - 'dat hoort toch ook niet!', hoor u zeggen. Tja, maar hoe drukken we dan wel onze waardering uit voor een mooie straat, een bos om in te joggen, een aangenaam klaslokaal voor onze kinderen?

Sommige zaken beschouwen we als vanzelfsprekend, omdat we er belastingen voor betalen en dus verwachten dat 'de gemeenschap' er wel zorg voor zal dragen. Maar wat als die gemeenschap daartoe onvoldoende geprikkeld wordt? De ontwerper van een smartphone wordt ongetwijfeld flink beloond voor zijn succes, en dat mag ook, maar wat doe je met een ondernemer die inzet op duurzaamheid, met een aannemer die gebruikmaakt van mooie bouwmaterialen, met de schoenenfabrikant die het ambachtelijke vakmanschap in ere houdt, met de bussenbouwer die gaat voor 0-emmissie? Zij zijn de echte bouwers van de samenleving van morgen.

Een deel van onze behoeften hebben we netjes uitgedrukt in geldwaarde, maar grote delen ook niet en dat maakt het lastiger om te investeren in goederen en diensten die onze samenleving werkelijk versterken. Ook zijn we arbeid te zeer gaan bekijken als een last. Een goede economie laat mensen net toe om een evenwicht te vinden tussen vrije tijd en werk waaruit we welbevinden en vreugde puren. Arbeid als bron van geluk en als bijdrage aan een sterke samenleving.

Kwaliteit lonend maken

Om te vermijden dat kapitaal blijft wegstromen naar zinloze bubbels moet de markt beter worden georganiseerd. Leveranciers of landen die menen de Europese markt in te moeten palmen door de waardigheid, de vermogens of de leefomstandigheden van mensen op het spel te zetten, moeten eruit. Die basisregel moet gelden zowel voor onze eigen bedrijven als voor bedrijven die naar onze markt exporteren. Productieketens zullen daardoor onvermijdelijk korter worden. Dat is geen protectionisme. De globalisering zal opnieuw gaan om die zaken die samenlevingen uniek maken, veeleer dan om de universalisering van de goedkoopcultus.

Helpt een Googlebril ons echt vooruit als samenleving?

© Fred

Doordat consumenten nauwer betrokken raken bij de productie, zullen zij de werkelijke waarde ook beter kunnen inschatten. Ook in diensten als onderwijs, transport en gezondheidszorg moeten consumenten kunnen uitmaken waar ze het meeste waar voor hun geld krijgen, zodat kwaliteit wordt beloond. Het maakt niet veel uit of je dat binnen de publieke of de private sector nastreeft, zolang je de basisdiensten maar voor iedereen toegankelijk houdt.

Diezelfde consument moet ook beter gevormd worden. Het valt op dat Europese landen die bewuster zijn op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid, ook economisch veel beter presteren, investeringen stimuleren en banen scheppen.

En ja, de overheid zal daarbij een rol moeten spelen. Net zoals ze mee de markt hielp organiseren toen Europa in de middeleeuwen overschakelde naar betere landbouwsystemen, en later naar de industriële samenleving en de diensteneconomie. Het belangrijkste daarbij is dat we de markt zo veel mogelijk vrij spel laten, maar onze producenten meer kansen gunnen door de markt naar een hoger niveau te tillen.

Europa op kop

Het economisch debat moet dus niet gaan over herverdeling, maar over de bestemming van de welvaart. Natuurlijk moeten de balansen in evenwicht, maar de economie moet weer een hoger doel gaan dienen. In een economie waarin de levenskwaliteit centraal staat, zijn de groeikansen ook onbegrensd. Net als de kansen voor welvaartsspreiding én geluk.

Die sprong kunnen we maken we als de overheid haar macht aanwendt om kwaliteit lonend te maken en dus ook de definitie van de macht te veranderen. Net zoals Europa de toon zette met het humanisme, de verlichting, de industriële revolutie en begrippen als sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid, zo denk ik dat Europa opnieuw een beschavingssprong kan maken en ook landen als China of de Verenigde Staten een alternatief kan bieden voor hun problematische ontwikkelingsmodel. Leve de onbeperkte groei!

Lees meer over:

Onze partners