Erik Faucompret
Erik Faucompret
Hoogleraar emeritus Universiteit Antwerpen en onderzoeksfellow Vives
Opinie

30/06/14 om 08:47 - Bijgewerkt om 08:47

Een fluwelen scheiding: België in het spoor van Tsjecho-Slowakije

Kan de politieke situatie in België vandaag vergeleken worden met de toestand in Tsjecho-Slovakije 22 jaar geleden? Volgens Erik Faucompret, Hoogleraar emeritus aan de UA, wel.

Een fluwelen scheiding: België in het spoor van Tsjecho-Slowakije

Tsjecho-Slowakije © Reuters

Kan de politieke situatie in België vandaag vergeleken worden met de toestand in Tsjecho-Slowakije 22 jaar geleden? Ik denk het wel. Eerst even het geheugen opfrissen.

Om te beginnen speelden economische verschillen een cruciale rol in de Tsjecho-Slowaakse crisis begin jaren negentig. Na de val van het communisme vonden overal in Oost-Europa economische hervormingen plaats. Maar Tsjecho-Slowakije hinkte achterop. De Tsjechen waren voor privatisering en een strikt monetaristisch beleid. Zij wilden ook financiële en fiscale autonomie voor de deelstaten: hun bijdrage tot het federaal budget was tien keer groter dan dat van Slowakije.

Delen

Een fluwelen scheiding: België in het spoor van Tsjecho-Slowakije

Van hun kant vonden de Slowaken dat de Tsjechen niets wilden doen aan hun economische problemen. De federale regering had de subsidies voor de wapenindustrie drastisch teruggeschroefd en Slowakije had zwaar geleden onder het verlies van de Russische afzetmarkt. De werkloosheid lag er meer dan twee keer zo hoog.

Tweede factor in de Tsjecho-Slowaakse crisis was de institutionele blokkering. De federale regering had belangrijke bevoegdheden op het vlak van buitenlandse zaken, landsverdediging, justitie, financiën en sociale zekerheid. Maar een coherent federaal beleid voeren werd steeds moeilijker. Elke belangrijke beslissing moest immers in het parlement worden goedgekeurd met consensus, wat de minderheid de mogelijkheid bood om alles te blokkeren. De Slowaken remden sociaaleconomische hervormingen af die de Tsjechen nodig vonden om uit de crisis te geraken en om toe te kunnen toetreden tot de Europese Unie.

Tijdens de periode 1990-1992 zullen deze spanningen culmineren en uiteindelijk leiden tot de ontbinding van de staat. In juni 1990 werden de eerste vrije parlementsverkiezingen gehouden. Met Vladimir Meciar stond er in Slowakije een populaire en mediagenieke nationalistische leider op. Hij vond dat de deelstaten moesten bepalen wat voor taken het federaal gezag nog op zich mocht nemen. Meciar won de verkiezingen en hij vormde een coalitieregering met de christendemocratische KDH en de Democratische Partij. Maar nog geen jaar later verliet hij zijn partij omdat hij die te gematigd vond. Hij richtte de 'Beweging voor een Democratisch Slowakije' (HZDS) op. Het programma van die nieuwe partij was confederalistisch: het Slowaaks parlement diende zo snel mogelijk een verklaring van soevereiniteit uit te vaardigen en Slowakije moest een eigen grondwet krijgen. De federale grondwet zou worden vervangen door een samenwerkingsverdrag tussen de twee deelstaten waarin werd beslist op welke terreinen zij nog wilden samenwerken. Een ministerraad zou met consensus beslissen over de aangelegenheden die confederaal werden geregeld.

Vaclac Klaus, leider van de Burgerlijke Democraten, de grootste Tsjechische partij, noemde het programma van de HZDS, dwaas en het confederalisme een vaag hersenspinsel. De polarisatie nam toe. Interne tegenstellingen verlamden de federale regering. In het Tsjechisch parlement waren de centrumrechtse partijen in de meerderheid. In het Slowaaks parlement regeerde links. De federale regering ontbrak het aan moed om maatregelen te treffen die de economische crisis konden indijken. Ook over de staatshervorming kon ze geen akkoord bereiken. Onder invloed van de HZDS raakten nog andere grote Slowaakse partijen gewonnen voor een confederalistische herstructurering van het land. Maar hun definities van het begrip confederalisme liepen uiteen. Waar de Christendemocraten pleitten voor een zwakke centrale regering en een staatsverdrag tussen de twee republieken wilde de Nationale Partij volledige soevereiniteit voor Slowakije. Samen beschikten de confederalistisch geïnspireerde partijen over 75 van de 150 zetels in het Slowaakse parlement en Vladimir Meciar was de onbetwiste oppositieleider.

Verkiezingen worden referendum

De Tsjechen die eerst nog gewonnen leken voor een nieuwe staatshervorming, gooiden het roer drastisch om. Waar ze voorheen nog hadden ingestemd met een nieuwe grondwet die zowel federale als confederale elementen zou bevatten - zo zou elke republiek het recht hebben uit de federatie te treden - wezen nu elk confederaal project resoluut af. Zij stelden Meciar voor een duidelijke keuze. Of er kwam een federaal economisch herstelbeleid waarbij de sociaaleconomische hefbomen in handen zouden blijven van de federale regering, inclusief de fiscale en financiële verantwoordelijkheid. Of Slowakije moest maar eenzijdig zijn onafhankelijkheid uitroepen. Geconfronteerd met die onverzettelijke houding opteerde Meciar voor de tweede optie.

Maar meer gematigde politici wezen erop dat men daarmee de Tsjechen in de kaart speelde. In geval van eenzijdige afscheiding kon Tsjechië de rechtsopvolger worden van Tsjecho-Slowakije. Dan moest alleen Slowakije diplomatieke erkenning en lidmaatschap van internationale organisaties zoeken. Beter was het de federatie na onderhandelingen te ontbinden: dan dienden beide nieuwe staten erkenning en lidmaatschap van internationale organisaties te verwerven. Om de institutionele knoop te ontwarren werd beslist op 5 en 6 juni 1992 nieuwe federale en regionale verkiezingen te organiseren. Tijdens de campagne legde de partij van Meciar de klemtoon op de noodzakelijke confederale hervormingen. Maar alle Tsjechische partijen kantten zich deze voorstellen: hun campagne focuste op het sociaaleconomisch herstelbeleid. Als Slowakije de centrale regering alle bevoegdheden wilde ontnemen, dan had het voortbestaan van de federatie geen zin meer.

De facto waren de verkiezingen dus een referendum over de splitsing van het land. De verkiezingsresultaten lagen in de lijn van de verwachtingen. In het federale parlement behaalden de partijen van Klaus en Meciar elk 33 procent van de stemmen. In de regionale parlementen respectievelijk 30 en 37 procent van de stemmen. Het was voor die partijen onmogelijk om in één coalitie te zetelen. Daarom beslisten ze een tijdelijke regering te vormen met vertegenwoordigers van de twee grote partijen. De onderhandelingen over de boedelscheiding gebeurden achter de schermen tussen de twee regionale regeringen geleid door respectievelijk Klaus en Meciar.

Eigenaardig is wel dat - waar een groot deel van de Slowaakse kiezers had gestemd voor partijen die openlijk streefden naar onafhankelijkheid - slechts een minderheid van de publieke opinie dat ook wilde. Volgens een opiniepeiling was slechts 8 procent van de Slowaken voor splitsing van het land terwijl 71 procent pleitte voor een confederale oplossing. In de herfst 1992 werd er in de twee landsdelen een massieve campagne gehouden voor het organiseren van een referendum. Dat leverde een miljoen handtekeningen op maar het federale parlement verwierp het voorstel. Zowel Meciar als Klaus vonden dat de resultaten van een referendum de verkiezingsresultaten niet ongedaan konden maken. Naarmate de tijd vorderde, waren meer en meer Slowaken en Tsjechen gewonnen voor onafhankelijkheid.

Waar in juli 1992 slechts 16 procent van de Tsjechen en 16 procent van de Slowaken zich uitsprak voor splitsing van het land, is dat twee maanden later al 46 procent van de Tsjechen en 41 procent van de Slowaken. Tijdens de onderhandelingen over de boedelscheiding werden alle confederale voorstellen door Klaus naar de prullenmand verwezen: geen gemeenschappelijke economische ruimte, geen gemeenschappelijke munt, geen gemeenschappelijk burgerschap, geen gemeenschappelijk leger. Waarnemers zijn het erover eens dat Slowakije de meeste concessies deed. Zo werd bij de verdeling van de staatsschuld enkel rekening gehouden met het bevolkingscijfer van beide landsdelen.

N-VA versus PS

Ik denk dat de lezer heel wat gelijkenissen zal hebben ontdekt tussen België nu en Tsjecho-Slowakije toen. De twee grootste partijen - N-VA en PS - staan diametraal tegenover elkaar. Tijdens de verkiezingscampagne hebben ze elkaar gediaboliseerd. Maar elke federale regering zonder die twee partijen is noodzakelijkerwijze onstabiel en geen lang leven beschoren. De N-VA zal - zoals eertijds de HZDS - niet (volledig) kunnen afwijken van haar confederale logica. Zij heeft te maken met een militant partijcongres (met leden van de Vlaamse Volksbeweging) dat eventuele regeringsdeelname moet goedkeuren. Bovendien realiseert zij zich dat deelname aan een federale regering meestal wordt bestraft met een nederlaag bij de volgende verkiezingen.

Delen

Willen de Vlamingen een sterk onafhankelijk Vlaanderen dat erkend wordt door de internationale gemeenschap, dan zullen ze - zoals Slowakije - toch met het andere landsdeel een eerbaar compromis moeten sluiten

Van hun kant verwerpen alle Franstalige partijen - ook de MR - eensgezind het confederalisme en - met uitzondering van de MR - zijn ze ook gekant tegen het sociaaleconomisch programma van de N-VA. Zoals de Tsjechen in 1992 zijn zij geen vragende partij voor splitsing van het land en ze weten dat ze het volkenrecht aan hun kant hebben. Staten die eenzijdig afscheiden worden niet gemakkelijk door de internationale gemeenschap erkend. De kans is dus groot dat er geen stabiele federale regering zal kunnen worden gevormd. Zoals het Slowaaks parlement, zal het Vlaams parlement dan ook noodgedwongen een verklaring van soevereiniteit moeten afkondigen. Na goedkeuring van een Vlaamse grondwet moet dan worden onderhandeld met de Franstaligen over de definitieve boedelscheiding. Die onderhandelingen zullen moeilijker verlopen dan in het geval van Tsjecho-Slowakije omdat er geen eensgezindheid bestaat over een aantal gevoelige onderwerpen, zoals de verdeling van de staatsschuld, het statuut van minderheden, en vooral niet over de grenzen tussen de staten en over het statuut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Maar willen de Vlamingen een sterk onafhankelijk Vlaanderen dat erkend wordt door de internationale gemeenschap, dan zullen ze - zoals Slowakije - toch met het andere landsdeel een eerbaar compromis moeten sluiten.

Onze partners