De echte bedoelingen van Frankrijk in Mali

18/01/13 om 14:45 - Bijgewerkt om 14:45

Waarom Frankrijk actie onderneemt in Mali heeft verschillende redenen. Maar niet iedereen is overtuigd van de nobele Franse motieven.

De echte bedoelingen van Frankrijk in Mali

© Reuters

In de strijd tegen de oprukkende rebellen in Mali, neemt het Franse leger het voortouw. Waarom precies Frankrijk actie onderneemt in Mali heeft verschillende redenen. Naast het feit dat Mali een oude kolonie is van Frankrijk, is er ook angst voor moslimterrorisme. Ongeveer 6.000 Fransen verblijven in Mali en een grote Malinese gemeenschap woont in Parijs.

"We hebben een doel. We willen ervoor zorgen dat wanneer we vertrekken, Mali veilig is. Het moet een verkiezingsproces en legitieme autoriteiten hebben en geen terroristen die de integriteit van het land bedreigen", aldus de Franse president François Hollande.

Bemachtigen van natuurlijke rijkdommen

Maar niet iedereen is overtuigd van de nobele Franse motieven. Global Research zegt dat het doel van deze nieuwe oorlog niets anders is dan het bemachtigen van natuurlijke Malinese rijkdommen zoals uranium, goud en petroleum. En ook vanuit Frankrijk zelf er is er kritiek. De voormalige Franse premier Dominique de Villepin zegt dat de militaire interventie in Mali "slecht doordacht is". Sterker nog, hij vergelijkt het met de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme.

Olivia U. Rutazibwa, Afrikaredacteur bij MO* en onderzoekster aan het Centrum voor EU Studies van de Universiteit Gent, schrijft dat vooral de inname van Bamako door antiwesterse krachten Frankrijk om economische en ideologische redenen nerveus maakt. "De kans is groot dat de decennia oude grieven van de Toearegs in het noorden, de politieke crisis in Bamako en de armoede van álle Malinezen naar de achtergrond zullen verdwijnen tijdens deze militaire operatie" aldus Rutazibwa.

Hoe is het conflict ontstaan?
Het conflict in Mali begint in de jaren 90. Het nomadische Toeareg-volk in het noorden van Mali verzet zich tegen discriminatie. Hun opstand wordt brutaal onderdrukt, maar de Toearegs geven niet op. In 2011 worden ze versterkt door wapens uit de Libische burgeroorlog.

Het ontbreekt Malinese soldaten aan wapens en middelen om weerstand te bieden en dat zorgt voor politieke onrust. In 2012 pleegt het leger een staatsgreep, maar door het machtsvacuüm krijgen de Toearegs nu de kans om hun opmars verder te zetten. Samen met islamitische rebellen veroveren ze het noorden, waar radicaalislamitische milities een strikte islamitische wet opleggen. Duizenden inwoners vluchten naar buurlanden of het Zuiden van Mali.

Intussen roept president Traoré de hulp in van de Franse autoriteiten. Frankrijk wacht niet en onderneemt actie. Ook andere Europese landen zeggen steun toe, al dan niet militair. Samen met Malinese regeringstroepen en landen uit de ECOWAS (de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) voeren ze nu strijd tegen de rebellen.

De rebellen bestaan uit Malinese Toearegs enerzijds en islamitische groeperingen anderzijds. De Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA) vecht vooral voor de rechten van de Toeareg-gemeenschap. De islamitische groeperingen bestaan uit Ansar Dine, Beweging voor Eenheid en AQIM. AQIM, volgens sommigen de Noord-Afrikaanse vleugel van Al-Qaeda, heeft zijn wortels in de burgeroorlog van de jaren 90. AQIM zegt dat het zijn doel is om de islamitische wet te verspreiden, maar ook om Malinezen van de Franse koloniale erfenis te bevrijden.

Gijzeling in Algerije De recente gijzeling op het aardgascomplex in het oosten van Algerije doet de spanningen nog hoger oplaaien in Noord-Afrika. Het offensief zou door AQIM of door de beruchte, schatrijke Algerijnse militant Mokhtar Belmokhtar georganiseerd zijn.

Maar er is nog veel onduidelijkheid over de identiteit en motieven van de gijzelaars. Reuters zegt dat nieuw onderzoek aangeeft dat het offensief heel geavanceerd is. Het zou niet in de nasleep van de Franse activiteiten in Mali georganiseerd kunnen zijn.

'Reële bedreiging voor iedereen'
Eerst Mali, nu ook Algerije. Hoe zullen de conflicten in deze landen nu de rest van (Oost-)Afrika beïnvloeden? Zijn ze druppels op een gloeiende plaat? Christophe Châtelot, Afrikajournalist voor Le Monde, stelt zich alvast vragen. "Is het ingrijpen in Mali geen trap in een mierenhoop? Kleine groepen kunnen vluchten naar de buurlanden, waar ze opnieuw geweld kunnen plegen."

Ook Leon Panetta, de Amerikaanse minister van Defensie, verklaarde dat hij zich zorgen maakt over de aanwezigheid van Al-Qaeda. Islamitische strijders in Algerije, Marokko, Libië, Mali, Niger, Tsjaad en Mauritanië zouden "een reële bedreiging vormen voor iedereen." (CV)

Lees meer over:

Onze partners