'Boekhouder van Auschwitz' voor de rechter voor moord op 300.000 Joden

21/04/15 om 11:18 - Bijgewerkt om 11:18

Zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog begint in het Noord-Duitse Lüneburg één van de laatste rechtszaken tegen een voormalige nazi. De 93-jarige Oskar Gröning moet zich verantwoorden voor medeplichtigheid aan ruim 300.000 moorden in Auschwitz in 1944.

Bankbediende Oskar Gröning treedt toe tot de nazipartij NSDAP wanneer hij 18 is. Een jaar later sluit hij zich aan bij de Waffen-SS, de militaire tak van de SS. Maar omdat Gröning een kei is in boekhouden stellen de nazi's hem in 1942 tewerk in het vernietigingskamp van Auschwitz-Birkenau. Twee jaar lang verzamelt hij er de persoonlijke bezittingen van de gedeporteerden, telt het geld en verzendt het naar Berlijn. Het Duitse weekblad Der Spiegel zal hem later de bijnaam 'boekhouder van Auschwitz' geven.

De procureur van Hannover beperkt zijn aanklacht tot de periode van 16 mei tot 11 juli 1944. Tijdens die twee maanden komen 137 konvooien uit Hongarije in het kamp aan. Van de 425.000 mensen die de nazi's dan opsluiten, worden minstens 300.000 mensen meteen vergast.

Volgens de procureur moet onderofficier Gröning daarvan op de hoogte geweest zijn. Hij zou het naziregime 'economische voordelen' hebben opgeleverd en de 'systematische fabriek des doods' hebben gesteund. Ruim 60 mensen hebben zich burgerlijke partij gesteld. Het gaat zowel om nakomelingen van de slachtoffers als om mensen die als kind samen met hun ouders gedeporteerd werden zonder te worden vergast.

Oskar Gröning.

Oskar Gröning. © Reuters

Gröning ontstnapt in 1985 aan veroordeling

Gröning had dertig jaar geleden al op de bank van de beschuldigden kunnen zitten. Maar hij werd toen slechts als getuige opgeroepen en de procedure tegen hem werd stopgezet. Het is pas in 2011 met de veroordeling tot vijf jaar opsluiting van de ondertussen overlededen kampbewaker John Demjanjuk dat alles verandert.

Het Duitse gerecht vindt het sindsdien niet langer noodzakelijk om te bewijzen dat iemand zelf een strafbaar feit pleegt vooraleer die veroordeeld kan worden. 'Deelname aan de doodsfabriek' volstaat. Dat is wellicht ook het hoofdargument dat Thomas Walther, advocaat van een aantal burgerlijke partijen, zal gebruiken. Hij onderzocht als magistraat de zaak tegen Demjanjuk en veroorzaakte mee een wijziging van de rechtspraak.

Delen

Ik wil dat u weet dat deze wreedheden wel degelijk hebben plaatsgevonden.

Oskar Gröning

In tegenstelling tot John Demjanjuk ontkent Oskar Gröning niets. Hij ontkende in 2004 tijdens interviews zelfs de beweringen van negationisten. Hij zei toen dat het zijn taak was om de dingen die hij beleefd had te vertellen. 'Ik heb de verbrandingsovens gezien en de putten waarin men lichamen verbrandde. Ik wil dat u weet dat deze wreedheden wel degelijk hebben plaatsgevonden. Ik was daar.'

Oskar Gröning.

Oskar Gröning. © Reuters

Vergiffenis vragen en nazilied neuriën

Maar toch was Gröning naar eigen zeggen juridisch niet schuldig. Hij vroeg zich af of hij 'zichzelf moest kastijden en wortels eten' tot het einde van zijn dagen wegens zijn SS-lidmaatschap. Zelf denkt hij van niet, omdat 'wat ook de situatie is waarin men zich bevindt, iedereen vrij is om al het mogelijke te doen om eruit te geraken.'

In 2005 vraagt Gröning aan een journalist van Der Spiegel 'vergiffenis aan het Joodse volk', maar de journalist betrapt hem tijdens de twee dagen die ze samen doorbrengen ook op het neuriën van een nazilied: 'Wanneer Joods bloed van onze messen vloeit, zal alles opnieuw goed zijn.'

Van de 6.656 veroordelingen voor misdaden tijdens het naziregime die het Duitse gerecht tussen 1945 en 2005 velde, ging het in 91 procent van de gevallen om een straf van minder dan vijf jaar. Momenteel zijn twaalf onderzoeken aan de gang tegen vroegere nazi's, maar daarbij ligt geen rechtszaak in het vooruitzicht. Het proces van Oskar Gröning zou tot 29 juli duren.

(NC)

Lees meer over:

Onze partners