Aanslagen Parijs: 'Zes gewapende militairen voor Bataclan zijn niet tussengekomen'

05/07/16 om 11:12 - Bijgewerkt om 16:31

De avond van de aanslag op de Parijse Bataclan, 13 november 2015, hielden zes Franse militairen de wacht voor de concertzaal. Zij zijn echter niet tussengekomen omdat dat niet voorzien was in hun 'rules of engagement'. "Die regels schreven voor dat ze enkel zichzelf moesten beschermen."

Aanslagen Parijs: 'Zes gewapende militairen voor Bataclan zijn niet tussengekomen'

© REUTERS

Dat heeft cdH-parlementslid Georges Dallemagne dinsdagochtend gezegd op Bel RTL, op de dag dat het rapport van de Franse onderzoekscommissie wordt voorgesteld.

De werkzaamheden van de Belgische onderzoekscommissie lopen nog. "Zij zijn vier maanden voor ons begonnen", zegt Dallemagne, die van mening is dat "iedereen voor de eigen deur moet vegen omdat er ook in Frankrijk grote problemen waren".

"We weten dat de gendarmerie niet is tussengekomen toen ze ter plaatse was", aldus het parlementslid. "We weten dat er zes gewapende militairen voor de Bataclan stonden die niet zijn tussengekomen op het moment dat het bloedbad in de Bataclan aan het gebeuren was. Ze waren van mening dat ze niet moesten tussenkomen, omdat dat zo niet in hun 'rules of engagement' stond. Die regels schreven voor dat ze enkel zichzelf moesten beschermen. Dat is helemaal ongelooflijk, hallucinant."

De cdH'er betreurde verder nog dat in verschillende terreurdossiers men "een beetje gezond verstand miste". "Men bevraagt de databank, maar doet niet de moeite de telefoon te nemen" om informatie te checken. Daarnaast beklemtoonde Dallemagne dat "Frankrijk en België heel nauw en heel goed samenwerken".

Vandeput: Belgische militairen op straat hebben "alle middelen om adequaat te reageren"

Defensieminister Steven Vandeput (N-VA) houdt de lippen stijf op elkaar over wat de Belgische militairen op straat al dan niet mogen. "Maar zij hebben alle middelen ter beschikking om binnen hun opdracht adequaat te reageren", verzekert men op zijn kabinet, nadat bekendraakte dat de militairen voor de Bataclan niet konden ingrijpen tijdens de aanslagen in Parijs.

Op de avond van 13 november 2015 stonden zes militairen op wacht voor de deuren van concertzaal Bataclan in de Franse hoofdstad. Zij kwamen naar verluidt echter niet tussen toen terroristen er binnendrongen en uiteindelijk negentig doden maakten, omdat dit niet voorzien was in hun 'rules of engagement'.

Ook België zet sinds begin 2015 militairen in op gevoelige plekken in het land. Zij staan daar specifiek vanwege de verhoogde terreurdreiging en werken steeds ter ondersteuning en onder het bevel van de politie.

Mogen zij wel ingrijpen als het fout loopt? Defensieminister Vandeput wil daar niet veel over kwijt. "We communiceren uit veiligheidsoverwegingen niet in detail over de 'rules of engagement' van onze militairen", reageert zijn woordvoerder. "Maar zij hebben alle middelen ter beschikking om binnen hun opdracht adequaat te reageren."

En die opdracht is in elk geval rechtstreeks gelinkt aan de terreurdreiging. "Onze militairen staan op straat binnen een heel specifieke context met daarop aangepaste 'rules of engagement'", aldus nog het kabinet-Vandeput. Over de inzet van de militairen in Frankrijk kan en wil de minister niet oordelen.

Franse commissie pleit voor hervorming inlichtingendiensten

De Franse parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van januari en november vorig jaar in Parijs heeft in haar rapport gepleit voor een hervorming van de Franse inlichtingendiensten. Die diensten zijn nu te versnipperd, en er bestaan te veel "schotten" tussen. De voorzitter en de rapporteur van de commissie dringen aan op het opzetten van een nationale inlichtingendienst onder het rechtstreekse gezag van de Franse eerste minister, naar het model dat de Amerikanen opzetten na de aanslagen van 11 september 2001. Daarnaast worden er vraagtekens geplaatst bij het nut om de noodtoestand te verlengen, en de inzet van militairen in het straatbeeld.

De onderzoekscommissie stelde dinsdag haar bevindingen voor. Een daarvan luidt dat een herschikking van de inlichtingendiensten noodzakelijk is. "Gezien de uitdagingen waar het internationaal terrorisme ons voor stelt, is het belangrijk dat onze ambities op het vlak van de inlichtingendiensten verder reiken dan dat het nu het geval is en we een nationaal agentschap voor de strijd tegen terrorisme creëren", zegt Georges Fenech, voorzitter van de onderzoekscommissie.

Vandaag zijn de Franse inlichtingendiensten versnipperd over zes entiteiten, die onder het gezag vallen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, van Defensie of van Economie, met de betrokkenheid van gespecialiseerde politie, militairen of douaniers.

De parlementariërs, die de voorbije vijf maanden voor bijna 200 uur aan hoorzittingen deden, zeggen dat de entiteiten slecht communiceerden. Nochtans waren de Franse daders van de aanslagen allemaal geregistreerd, gecontroleerd, verhoord of achter de tralies gestoken tijdens hun radicalisering.

Zo verdween één van de broers Kouachi, die op 7 januari 2015 de redactielokalen van het satirische blad Charlie Hebdo aanvielen, uit beeld toen hij van Parijs naar Reims verhuisde. Saïd Kouachi werd een tijdlang afgeluisterd tijdens zijn radicalisering. Een ander voorbeeld is Amédy Coulibaly, de man van de schietpartij en de gijzeling in een joodse supermarkt in Parijs begin vorig jaar. Die was verschillende keren veroordeeld, maar toen hij vrijkwam, werd hij niet meer in het oog gehouden zelfs al bestonden er geen twijfels over dat hij radicaliseerde. Samy Amimour, een van de aanvallers van concertzaal Bataclan op 13 november 2015, kon in 2013 dan weer naar Syrië vertrekken ondanks een verbod om het Franse grondgebied te verlaten.

Daarnaast heeft de onderzoekscommissie bedenkingen bij het nut van de noodtoestand, die vlak na de aanslagen op 13 november werd afgekondigd, en de inzet van militairen in het straatbeeld. "De noodtoestand heeft een effect gehad maar blijkbaar is dat snel verminderd", aldus socialistisch parlementslid Sébastien Pietrasanta, rapporteur van de onderzoekscommissie.

Bij de zogenaamde Operation Sentinelle werden tot 10.000 militairen ingezet om op straat te patrouilleren en belangrijke gebouwen, zoals synagoges en regeringsgebouwen, te bewaken. Pietrasanta vraagt zich af "wat de reële toegevoegde waarde hiervan was voor de beveiliging van het nationale grondgebied."

De elitetroepen krijgen wel een pluim voor hun interventie de avond van 13 november vorig jaar. Die was snel, efficiënt en "toonde dat ze in staat zijn om samen te werken." Maar ook hier worden vragen gesteld bij de "gegrondheid" om verschillende gespecialiseerde interventie-eenheden aan te houden. Die bestaan nu op het niveau van de nationale politie, de gendarmerie en de regionale politie. De onderzoekscommissie is ook hier voorstander om de drie op termijn in mekaar te laten opgaan.

(Belga/NSK)

Onze partners