7 landen waar meisjesonderwijs ernstig bedreigd is

01/06/14 om 08:17 - Bijgewerkt om 08:17

Na de aanslag op het Pakistaanse meisje Malala Yousafzai legde de ontvoering van meer dan 200 Nigeriaanse schoolmeisjes door Boko Haram nog maar eens het probleem van onderwijs voor meisjes in de wereld bloot.

7 landen waar meisjesonderwijs ernstig bedreigd is

© Reuters

Het onderwijs is in talloze ontwikkelingslanden een erg groot probleem. Het gebrek aan kwalitatief onderwijs, voldoende gebouwen en schoolmateriaal, liggen daarbij aan de basis. Er is ook een enorme kloof tussen jongens en meisjes, waarbij meisjes vaak minder onderwijskansen krijgen. De plaatselijke culturen laten het namelijk niet toe dat meisjes op de schoolbanken zitten: zij trouwen, krijgen kinderen en richten zich beter op het huishouden. Wereldwijd kunnen volgens de ontwikkelingsorganisatie Plan België ruim 65 miljoen meisjes niet naar school. De organisatie heeft daarom verschillende onderwijsprojecten opgestart in landen als Niger, Ethiopië en Liberia. Maar ook in deze landen staat meisjesonderwijs onder druk.

1.Nigeria

"De ontvoering in Chibok verdient niet enkel aandacht omwille van de gruweldaad op zich, ook omdat het zeldzaam was dat deze meisjes in hun laatste jaar van de middelbare school zaten", schrijft Mausi Segun van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in een blog. Ze herinnerde de wereld eraan dat de echte strijd in Nigeria die van het onderwijs is. "Hun ouders braken daarmee de tradities en namen een risico, een erg groot risico, zo blijkt. De boodschap van Boko Haram is duidelijk: stuur jullie kinderen niet naar school want we vermoorden de jongens en ontvoeren de meisjes om ze uit te huwelijken of te verkopen als slaaf", aldus Segun.

Volgens Segun gaat de helft van de kinderen in Nigeria niet naar school. Vooral de meisjes hebben het er erg moeilijk, zij worden uitgehuwelijkt en raken zwanger, waarna ze de rest van hun leven hun gezin onderhouden. Ook het dagelijkse geweld tegen meisjes en vrouwen moet ophouden, vindt Segun.

2. Pakistan

Wellicht de bekendste strijdster voor meisjesonderwijs is de Malala Yousafzai (16). De Pakistaanse activiste overleefde in 2012 een aanslag van de taliban toen ze in het hoofd werd geschoten.

In Pakistan wordt de geboorte van een meisje minder toegejuicht dan die van een jongen en in plaats van naar school te gaan, trouwen meisjes er erg jong en worden ze moeder. Malala en haar vader wilden daar verandering in brengen en moest daar een harde prijs voor betalen. De taliban schoot een kogel door haar hoofd, een aanslag die ze op miraculeuze wijze overleefde. Toch wordt het meisje nu nog steeds met de dood bedreigd. Vanuit het Verenigd Koninkrijk strijdt ze verder voor de onderwijsrechten van meisjes wereldwijd. Malala ontving al tal van internationale vredesprijzen, was kanshebber voor de Nobelprijs voor de Vrede in 2013 en is een internationaal symbool voor onderwijs en vrouwenrechten.

3. Ivoorkust

In Ivoorkust gaan volgens Unicef 6 op de 11 kinderen niet naar school. Dat komt door een gebrek aan schoolgebouwen en leerkrachten. De kwaliteit van het onderwijs ligt bijgevolg erg laag, waardoor kinderen minder kans hebben om hun schoolcarrière tot een goed einde te brengen.

Er is ook een verschil tussen jongens en meisjes, jongens zitten met 59 procent namelijk meer op de schoolbanken dan meisjes (51 procent). In het noorden krijgt slechts 27 procent van de meisjes de kans om onderwijs te volgen. De redenen voor die kloof zijn min of meer dezelfde als bij andere ontwikkelingslanden: financiële beperkingen, het minderwaardigheidsbeeld van meisjes ten opzichte van jongens, een beperkt aantal scholen en het feit dat meisjes in de meeste gevallen worden uitgehuwelijkt, vroeg kinderen krijgen en zich vervolgens op het huishouden moeten richten in plaats van te studeren. Ook het seksuele geweld tegenover vrouwen zorgt in Ivoorkust voor een enorme kloof tussen jongens een meisjes.

Ook de stedelijke of landelijke omgeving speelt een belangrijke rol volgens Unicef: mensen uit stedelijke omgevingen gaan sneller naar school (66 procent) dan kinderen die op het platteland wonen (48 procent)

4. Jemen

70 procent van de meisjes in Jemen gaat naar de lagere school, 600.000 anderen krijgen daar de kans niet toe. Slechts de helft van de meisjes die wel naar school kunnen, maakt de lagere school ook effectief af, aldus de statistieken van Unesco.

Het Arab Human Development Report (AHDR) toont aan dat de ongelijkheid tussen jongens en meisjes in Jemen bij de grootste is ter wereld. De genderdiscriminatie binnen het onderwijs is er een erg gevoelig discussiepunt. Het is in Jemen onaanvaardbaar dat meisjes naar gemixte scholen worden gestuurd. In plaats van te studeren, trouwen ze erg jong en krijgen ze kinderen. Het aantal scholen is eveneens erg beperkt en dan zijn het de jongens die voorrang krijgen om school te lopen. Unicef verklaart dat er ook bitter weinig vrouwelijke leerkrachten zijn, wat de aantrek van meisjes naar de schoolbanken nog meer vermindert. De scholen zijn daarnaast niet zo hygiënisch, hebben vaak geen toiletten en maken de leefomstandigheden voor meisjes het er erg moeilijk.

5. Niger

Gemiddeld gaan kinderen in Niger maar 5 jaar naar school, zo blijkt uit een onderzoek van de ngo Save The Children. Volgens de Unesco gaat slechts 60 procent van de meisjes in Niger naar de lagere school en maakt slechts 44 procent van die meisjes de lagere school ook effectief af. Armoede is volgens de ontwikkelingsorganisatie Plan België de voornaamste factor waarom meisjes geen school lopen in Niger. "Het onderwijs is gratis, maar het schoolmateriaal is erg duur en daarom is iedereen onderwijs aanbieden financieel onhaalbaar. Veel ouders sturen hun zonen dan maar naar school, ook al omdat de waarden die meisjes op school leren in strijd kunnen zijn met hun tradities", aldus Hans De Greve, beleidsmedewerker bij Plan België. "In Niger trouwen meisjes erg jong in plaats van naar school te gaan, de helft stapt in het huwelijk voor haar vijftiende. Tot slot is de kwaliteit van het onderwijs in Niger erbarmelijk, waardoor de motivatie nog eens extra zoek is."

6. Ethiopië

Plan houdt zich naast Niger ook heel intensief bezig met Ethiopië, een land waar volgens de Unesco-statistieken 84 procent van de meisjes naar de lagere school gaat, maar slechts 55 procent van die meisjes het lager onderwijs ook effectief afmaakt.

"Meer dan 1 miljoen meisjes in Ethiopië gaan niet naar school, ook hier is het gebrek aan geld of kwalitatieve onderwijsvoorzieningen een groot struikelblok. Zoals in veel landen waar de onderwijskansen voor meisjes erg gering zijn, spelen ook de tradities hier een grote rol: de meesten stoppen met school om hun leven te wijden aan huishoudelijke taken", legt De Greve uit. "Vooral de overstap van de lagere naar de middelbare school is een groot probleem in het land. In 2009 ging amper 30 procent van de meisjes naar het secundair onderwijs."

7. Liberia

De republiek Liberia, een buurland van Ivoorkust, is het derde land waar Plan projecten heeft. Amper 40% van de meisjes in Liberia gaat naar de lagere school, wat wil zeggen dat 200.000 meisjes niet van het lager onderwijs kunnen genieten, blijkt uit de statistieken van de Unesco. 60 procent haalt het einde van de lagere school, maar niet iedereen zet de stap naar het secundair. "De jarenlange burgeroorlogen hebben geleid tot duizenden vluchtelingen en een gebrek aan sociale voorzieningen. Vrouwen en meisjes zijn kwetsbaarder dan ooit en krijgen te maken met ziekte, hongersnood en armoede", zegt De Greve.

"Het onderwijssysteem is compleet in elkaar gestort omdat de rebellentroepen die het land doorkruisten vaak gebruik maakten van scholen om volk te rekruteren. De kinderen hebben jaren aan onderwijs gemist en proberen de draad nu wanhopig weer op te pikken. Het gevolg is dat alle klassen stampvol zitten, er niet genoeg materiaal is voorzien en de leerkrachten hun handen meer dan vol hebben. Meisjes krijgen ook hier weer minder kansen dan jongens." (KVW)

Onze partners