Opinie

28/11/10 om 12:36 - Bijgewerkt om 12:36

THEATER Frans Woyzeck, NTGent, Ceremonia i.s.m. LOD

Woyzeck is geen ready-made, maar plaatst een regisseur voor moeilijke keuzes.

THEATER Frans Woyzeck, NTGent, Ceremonia i.s.m. LOD

© Tania Desmet

Woyzeck, Büchners onvoltooide, is een verrassingsmand zonder weergaande. De regisseur die de strik eromheen losmaakt, opent een doos van Pandora. Of een bompakket. You get what you don't see.

Een versneld van-wieg-tot-graf verhaal, zo leest het korte maar bewogen leven van Georg Büchner. De man is net geen vierentwintig als hij aan tyfus sterft. Tegen dan heeft hij zijn onuitwisbare sporen nagelaten als politiek agitator, wetenschapper, subversief schrijver en literator. Zijn toneelteksten Leonce en Lena, Danton's Dood en Woyzeck behoren tot de canon van de theaterliteratuur.

Bestemming bereikt?

Woyzeck is om diverse redenen een labyrint, waar exegeten hun weg in verliezen. De auteur zelf zorgde alvast niet voor een gps.
Het manuscript op zich is zo moeilijk leesbaar dat er gaandeweg verschillende tekstinterpretaties zijn ontstaan. Bovendien werd de tekst in niet minder dan vier tekstfragmenten overgeleverd, zonder dat de auteur een speelklare volgorde vastgelegde.

Op de koop toe zijn de dertig scènes kort en lapidair. Bevreemdende om niet te zeggen absurde dialogen zijn schering en inslag.

Dergelijke partituur omwerken tot een homogeen geheel bezorgt elke regisseur keuzestress. Het blijft een uitdaging om de strijd met deze onvoltooide symfonie aan te gaan. Wie er zonder visie aan begint, loopt zich vast in een mijnenveld.

Van Woyzeck naar Frans Woyzeck

De subtiele toevoeging van de voornaam in de titel van het stuk is een vingerwijzing dat De Volder met zijn Frans Woyzeck ( * * * * ) meer in de zin had dan een toneelmatig interessante opeenvolging van de overgeleverde sequenties af te leveren.

De Volder baseerde zich niet enkel op de tekstfragmenten, maar liet zich ook inspireren door Büchners brieven.

Hij behoudt Büchners centrale thema's als de zinloosheid van het bestaan, een schrijnend mensbeeld en zedelijk verval veroorzaakt door uitzichtloze sociale ellende.

Büchner legt een verband tussen moraliteit en sociale afkomst. De Unterklasse is meer beest dan geest en blijft van moreel besef verstoken omdat ze alleen met overleven bezig kan zijn.

Woyzeck verwoordt het treffend: "Als wij in de hemel kwamen, dan moesten we helpen donderen. (...) Wij gewone mensen, dat heeft geen deugd, dat volgt maar zo'n beetje zijn natuur."

Brecht doelde later op hetzelfde toen hij Macheath en Jenny in de ballade Denn wovon lebt der Mensch (Dreigroschenoper) liet zingen: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.

Qua status verschilt het personage Frans Woyzeck niet van het miserabilistische archetype. Hij is en blijft ook hier een straatarme drommel die door bij te klussen in het leger en zich te verhuren voor medische experimenten, zijn gezin in leven probeert te houden. Hij wordt voor de gek gehouden, vernederd, letterlijk opgevoerd als een fooraap in een rood pakje. In zijn bijzijn wordt over hem in de hij-vorm gesproken. Geen wonder dat hij om te ontkomen aan de wereld rondom hem af en aan naar het toilet rent of schlemielig op een kamerpot zit.

Als zijn geliefde Marie van bil gaat met zijn legeroverste, slaan bij hem de stoppen helemaal door. Hij verliest zijn verstand en maakt zijn vrouw af met een mes. Each man kills the thing he loves.

De dood en het meisje

Speelt Christian, het kind van Marie en Woyzeck, bij Büchner een ondergeschikte rol, De Volder maakt er een jong meisje van dat door de handelingen van de volwassenen heen loopt. Het stuk opent en sluit met deze Nina. Ze heeft geen tekst maar is overal aanwezig . Zodra de eerste woorden gesproken worden, "Er was eens...", loopt ze weg. Je zou voor minder, sprookjes zijn aan haar niet besteed.

Nadat het noodlot heeft toegeslagen, staat ze wezenloos op de voorscène en debiteert een brabbeltaaltje, dat door de moedermoordenaar wordt opgepikt. Een krachtig en ingetogen einde, een beeldmetafoor als statement om duidelijk te maken wie bij huishoudelijk geweld het kind van de rekening is.

Regisseurstheater

Het kan niet anders of de enscenering van een Woyzeck vraagt een trefzekere regisseurshand. De Volders originele benadering geeft de muziek een prominente plaats. Dominique Pauwels (LOD) schreef de partituur.

Acteurs zingen solo of gezamenlijk over de vooraf opgenomen stemmen en het strijkkwartet heen. Het muziekdrama is hier nooit veraf.

Soms wervelt de voorstelling als de orchestratie strak is en ritmisch en aan de exercities van een drilsergeant doet denken.

Hetzelfde effect heeft de verhakkelde taal met de korte, abrupte dialogen, vol interjecties die knallen als jachtzwepen, echo van zichzelf zijn, twistziek tegen de ander opbieden.

Sommige scènes zoals het doktersonderzoek en de foor vallen dan weer gewoon te lang uit en zorgen voor oprek. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.

Eigenlijk wekt het alleen maar verwondering dat De Volder al niet veel eerder bij Woyzeck is uitgekomen. De huisstijl van Ceremonia leent zich uitstekend tot een expressionistische dramaturgie die geknipt is voor dit soort ideologisch beladen theater. De tot maskers verschilderde gezichten, de uitvergrote speelstijl met de zelfoverdrijving die aan de innerlijke chaos gestalte geeft, de distorsie en abstrahering van de werkelijkheid... allemaal gesneden brood om te komen tot een consequente en tot het einde volgehouden regiekeuze.

Wie het intussen al een beetje gehad heeft met de stereotiepen waarvan Ceremonia zich blijft bedienen, zal echter niet ontsnappen aan een déjà vu.

Frans Woyzeck is geen soepele voorstelling en mag dat ook niet zijn. Ze schuurt en wringt, slaat zonder te zalven. De Volder en zijn equipe hebben er geen muziektheater van gemaakt met stemmige en melodieuze koorzangen. Deze Woyzeck doet wat de ongeschreven bijsluiter zegt: tegen de haren in strijken, jennen, ongemakkelijk maken, tot nadenken stemmen, regiekeuzes in vraag stellen.

Feit is dat de optie Frans Woyzeck overeind blijft. Dat is mede te danken aan het sterke ensemblespel, de individuele acteerprestaties en de uitgekiende, fauvistische lichtregie.

Jan de Smet

Info en reservatie op www.ntgent.be / www.toneelgroep ceremonia.be / www.lod.be

Inleiding op de voorstelling op zaterdag 11 december 2010, 19.00u, Schouwburg (inschrijven via publiekswerking@ntgent.be)

Onze partners