21/03/11 om 16:06 - Bijgewerkt om 16:06

Op goede weg?

Met de overheidsfinanciën gaat het de goede kant op. Voorlopig toch, want het moeilijkste deel van de begrotingsinspanningen moet nog komen.

Het tekort van alle overheden samen (federaal, regionaal, lokaal) zal volgens de nieuwe begrotingsramingen van de ontslagnemende federale regering uitkomen op 3,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), of bijna 13 miljard euro. De sanering van de overheidsfinanciën ligt daarmee een half procent (of 1,75 miljard) vóór op het zogenaamde stabiliteitsprogramma dat ons land twee jaar geleden met Europa is overeengekomen en dat binnenkort aan de inmiddels strengere Europese begrotingsregels moet worden aangepast.

Of dat resultaat ook op het einde van 2011 wordt gehaald, zal moeten blijken wanneer de rekening wordt gemaakt. Alle economen, begrotingsspecialisten en ook de Hoge Raad voor Financiën (HRF) zijn het erover eens dat de gunstige evolutie, die ook de schuldgraad en dus de rentelasten voor de overheid in toom houdt, alleen toe te schrijven is aan de economische heropleving. Die drijft de inkomsten automatisch op en doet de uitgaven voor werkloosheid dalen.

De budgettaire verdienste van de regering-Leterme II voor dit jaar is met andere woorden klein. Onder het regime van lopende zaken moeten de federale departementen van Begrotingsminister Guy Vanhengel (Open VLD) weliswaar op de rem blijven staan en voorts komt er extra geld van Belgacom, bpost en de banken binnen. Maar in de sociale zekerheid zijn vooral boekhoudkundige ingrepen gepland en voor de belastingen zou het niet voor het eerst zijn dat de meerinkomsten waarop minister van Financiën Didier Reynders (MR) in zijn kenmerkende stijl rekent, niet blijken te kloppen.

Om de oplopende kosten van de vergrijzing (pensioenen en gezondheidszorg) te kunnen betalen, dringt de HRF aan dat het begrotingstekort tegen 2015 wordt omgezet in een 'structureel evenwicht' (met inbegrip van een aanzienlijk positief primair saldo: dat is het verschil tussen inkomsten en uitgaven, zonder rentelasten). Duidelijk daarbij is dat het lastigste nog moet komen. Economische groei alleen volstaat niet meer om de overheidsfinanciën uit de rode cijfers te halen. Er zal ook stevig in de uitgaven moeten worden gesnoeid. Dat laatste staat alleszins haaks op de juichberichten van PS en CDH vorig weekend over de vele honderden miljoenen die op tafel worden gelegd voor allerlei werkgelegenheidsmaatregelen en voor een verhoging van de pensioenen en andere sociale uitkeringen.

De indruk van pijnloze ingrepen die nu gewekt wordt, kan snel verdwijnen als de economische motor weer zou sputteren en als de inflatie niet in de hand wordt gehouden. Internationale speculatie kan eveneens roet in het eten gooien, zeker als de Europese Commissie vraagtekens plaatst bij het Belgische begrotingshuiswerk. De HRF voegt daar een vierde factor aan toe: het uitblijven van een staatshervorming en een herziening van de financieringwet om ook de deelstaten meer financieel verantwoordelijk te maken. De scenario's van de HRF relativeren zodoende heel sterk het politieke discours over 'we zijn op goede weg'. De daarin geschetste zwakheden van de overheidsfinanciën tonen integendeel dat the worst is yet to come.

Patrick Martens

Onze partners