Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

21/12/11 om 13:42 - Bijgewerkt om 13:42

Na de pest kreeg Congo de cholera

Joseph Kabila is zijn tweede ambtstermijn als 'democratisch verkozen' president van Congo begonnen. Vele Congolezen zijn razend.

In navolging van de oproep van oppositiekandidaat Etienne Thisekedi aanvaarden ze de verkiezingsresultaten niet. De lont brandt, niet alleen in Congo, maar ook in landen als het onze waar heel wat (Belgische) Congolezen 'in diaspora' - vaak gevlucht voor het regime - leven. De vraag is wanneer het kruitvat zal ontploffen. Als dit gebeurt, moeten we vooral niet de Congolezen in Matongé met de vinger wijzen. Ook wij, België, de EU en de ganse internationale gemeenschap zijn schuldig door verzuim.

Joseph Kabila. Voor veel Congolezen nam hij in 2001 al een slechte start, of had hij helemaal niet moeten starten. 's Lands eerste man, vermeend 'taximan' uit Tanzania, met Rwandese roots, geboren in Fizi, Zuid-Kivu. Liegt over zijn herkomst, liegt over zijn diploma's, liegt over zowat alles. Maar wie zal het zeggen? Alle berichten hierover bereiken ons als via een Chinees fluisterspel. Niemand weet nog wat waar is en wat niet.

Joseph Kabila, ook - en met zekerheid - gewezen commandant van de 'kadogo's', kindsoldaten die zich in 1996-1997 al plunderend en moordend een weg baanden van Bukavu in Zuid-Kivu naar Kinshasa, om toenmalig president Mobutu uit te wuiven. Tien dagen na de moord op zijn (stief-?) vader, Laurent-Desirée Kabila, nam hij op 26 januari 2001 de macht over. Na het Mobutisme, werd het Kabilisme een feit. Na de pest, kreeg Congo de cholera.

Toen in december 2005 een nieuwe Congolese Grondwet werd aangenomen, lag de weg open voor de eerste democratische presidents- en parlementsverkiezingen. Op 30 juli 2006 trokken voor het eerst in ruim veertig jaar ongeveer 25 miljoen Congolezen naar de stembus. Om de verkiezingen in goede banen te leiden, betaalden de VN de kosten en zetten ze ruim 17.000 militairen in. Geruchten over stembusfraude waren er toen ook. Stembureaus werden vernield en stembrieven verbrand. Niettemin werd Joseph Kabila, met 45 procent van de stemmen tegen 20 procent voor vice-president en vroeger rebellenleider Jean-Pierre Bemba, als overwinnaar van de eerste verkiezingsronde uitgeroepen. Omdat hij geen meerderheid behaalde, werd op 29 oktober 2006 een tweede stembusgang georganiseerd. Het hooggerechtshof bevestigde de overwinning van Kabila met 58 procent tegen 42 procent van de stemmen. Dagenlang was het onrustig.

Kort na de verkiezingen van 2006 leek het er even op dat de nieuw verkozen regering werk zou maken van goed bestuur en dat ze corruptie, criminaliteit en straffeloosheid aan banden zou leggen. Maar dat proces viel al snel stil en president Joseph Kabila vleide zich aan dezelfde tafel als die waaraan president Mobutu Sese Seko zich vol vrat. Hij beknotte het parlement, de rechtsmacht en de elementaire burgerrechten. Hij trok de macht op alle staatsdomeinen naar zich toe en creëerde parallelle machtsnetwerken. Op het vlak van justitie en veiligheid werd nauwelijks enige noemenswaardige vooruitgang gemaakt. Rechters zijn omkoopbaar en afhankelijk van de presidentiële macht. Het budget voor Justitie maakte vorig jaar amper 1,27 procent uit van de totale begroting. De officiële uitgaven van het presidentschap lagen driemaal hoger (rapport International Crisis Group, 2010). Het democratiseringsproces viel stil, de zo lang beloofde regionale en lokale verkiezingen kwamen er niet. Chaos regeerde het land.

Als klap op de vuurpijl werd Oost-Congo in 2007 zwaar getekend door de Kivu-crisis: Rwanda vecht zijn broederstrijd uit over de Congolese grens, op de rug van de Congolezen. Rebellen en milities van allerhande pluimage terroriseren de al zo moe getergde bevolking, Kabila laat oogluikend betijen. Want bij die chaos hadden - en hebben - velen belang. De oostelijke provincies van Congo beschikken immers over een onmetelijke hoeveelheid bodemrijkdommen. Die bodemschatten worden op verschillende manieren en vanuit verschillende hoeken en kanten geroofd. Daarbij laten de buurlanden - Rwanda op kop - maar ook de internationale gemeenschap zich niet onbetuigd.

Zo heeft Canada zeer grote belangen in de grondstoffenontginning in Congo. Diverse Canadese multinationals zijn actief in de mijnbouw. Ook China heeft een neus voor zaken in de DRC. Als dank voor een aantal zeer lucratieve projecten, voeren de Chinezen infrastructuurwerken uit en leggen ze wegen aan. Zoals de helft van de 5 kilometer lange Boulevard du 30 Juin asfalteren, net ver genoeg om bij de onafhankelijkheidsverjaardag vorig jaar de hoofdtribune met de genodigden uit het stof te houden. Net ver genoeg om alle handelaars en straatventers de cités in te jagen en zo de informele economie, voor vele Congolezen de enige bron van inkomsten, aan banden te leggen.

In Congo heerst de wet van de straffeloosheid. Bodemrijkdommen voeden het geweld en de onveiligheid: het geld van illegale handel houdt de gewapende groeperingen en de aankoop van wapens in stand.

Belgische bedrijven kopen nog steeds mineralen van Congolese conflictpartijen aan. Al meer dan tien jaar wijzen internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en Global Witness deze Belgische ondernemingen er systematisch op dat zij door hun handel met de oorlogspartijen het bloedige conflict in Oost- Congo in stand houden. Global Witness nam in het verleden ook de Belgische regering onder vuur omdat ze naliet concrete stappen te ondernemen tegen de onethische handel van de Belgische bedrijven in kwestie.

Maar als het over Congo gaat, blaast de Belgische regering warm en koud. Ze slaat zachtjes, en ze zalft. De 'discrete normalisering' van de bilaterale contacten, na de megafoonpolitiek van minister de Gucht, doet ons over eieren lopen.

Congo is het belangrijkste partnerland van België op gebied van ontwikkelingssamenwerking. Niet alleen de Belgische staat maar ook heel wat Belgische NGO's en universiteiten trachten bij te dragen tot het verbeteren van de levensomstandigheden van miljoenen Congolezen. Onlangs schold ons land Congo een klein half miljard euro schulden kwijt. Met 16,5 miljoen euro in een totale Europese steun van 47,5 miljoen waren we trouwens de tweede belangrijkste bilaterale donor voor de verkiezingen.

Maar baat het, geld te steken in een bodemloos vat?! Er is dringend nood aan visie, aan een masterplan voor ons buitenlandbeleid voor Congo; duurzaam en ingebed in een groter internationaal geheel. We hebben zo veel mogelijkheden, maar laten liever betijen, comfortabel in onze positie van klein radertje in het geheel van een internationale gemeenschap die vooral en met 'stabiliteit' als toverwoord, de eigen belangen veilig stelt.

Op 28 november trokken meer dan 30 miljoen Congolezen naar de stembus. In Matadi, waar ikzelf de stembusgang observeerde en in enkele bureaus het tellen bijwoonde, haalde Etienne Tshisekedi gemakkelijk 85 procent van de stemmen. Dat stemt tot nadenken. Het Amerikaanse Carter Centrum, dat met 26 waarnemingsteams aanwezig was in stem- en telbureaus in het hele land, noemde het resultaat van de verkiezingen ongeloofwaardig. In Kinshasa, waar overwegend Tshisekedi-aanhangers wonen, verdwenen alle stembiljetten bij ongeveer 2.000 van de 10.000 stembureaus. In pro-Kabilagebieden zou 100 procent van de kiezers komen opdagen zijn, terwijl in gebieden waar Tshisekedi veel aanhangers heeft, de opkomst verrassend laag was.

'Raïs Kabila ... 100% sûr'. 'Koning Kabila, 100 procent zeker', blokletterden de metershoge verkiezingsaffiches naast het zelfvoldane gezicht van Joseph Kabila. 100 procent zeker kan hij zijn, president Kabila, dat hem 'ondanks' en 'dankzij' zijn geknoei een tweede ambtstermijn wacht. En 100 procent zeker van het feit dat de internationale gemeenschap - zij het morrend en in weerwil van de vaststellingen van het Cartercentrum - hem weinig in de weg zal leggen.

Dit weet ik alvast 100 procent zeker: zonder internationale druk op het regime, zal er ook de komende vijf jaar niks veranderen in Congo. De hele wereld houdt van Congo, maar niet van de Congolezen.

Je zou voor minder protesteren.

Els Schelfhout

Onze partners