Dag van de inheemse volkeren: het trieste lot van geïsoleerde stammen in een moderne wereld

09/08/14 om 10:03 - Bijgewerkt om 10:03

Het recente contact van een geïsoleerde inheemse stam in Brazilië met de buitenwereld is geen heugelijk nieuws, maar eerder reden tot bezorgdheid.

Dag van de inheemse volkeren: het trieste lot van geïsoleerde stammen in een moderne wereld

Een geïsoleerde stam in het Amazonewoud in 2008 © Funai

Met de 'internationale dag van de inheemse volken' op 9 augustus vragen de Verenigde Naties al sinds 1982 aandacht voor het vergeten lot van inheemsen. Maar het is pas wanneer de wereld daadwerkelijk kennis maakt met zo'n exotische, geïsoleerde stam - zoals onlangs gebeurde in Brazilië - de problematiek de voorpagina's haalt om er evenwel weer snel van te verdwijnen.

Eind juni, terwijl de rest van de wereld duchtig op de smartphone zat te tokkelen, gebeurde het ondenkbare: plots kwamen enkele leden van een inheems volk van de linguïstische groep Panoan uit het Amazonewoud in Brazilië tevoorschijn in lendendoeken en met pijl en boog in de hand om contact te maken met de Ashaninka, een volk uit het noorden van Brazilië. Het gaat om afstammelingen van de inheemse bevolking die eeuwen geleden gevlucht waren omdat Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers hen in de slavernij wilden duwen.

De ontmoeting kwam overigens niet geheel onverwacht. Al wekenlang hadden de dorpelingen de stamleden zien rondhangen om voedsel en wapens te stelen. Ze deden het gehuil van apen na om vrouwen en kinderen af te schrikken.

Het was de eerste keer in 18 jaar dat de Braziliaanse autoriteiten contact maakten met een geïsoleerde stam. Het laatste contact was in oktober 1996 met een kleine groep Korubo-indianen.

De opmerkelijke gebeurtenis werd op video vastgelegd en toonde hoe een etnische Ashaninka in korte broek bananen gaf aan twee inheemsen die amper dichterbij durfden te komen, het fruit snel namen en zich weer terugtrokken.

Twee tolken van Brazilië's Nationale Stichting voor Indianen (FUNAI), die in het Panoan met het volk konden communiceren, kwamen te weten dat de inheemsen op zoek waren naar wapens en bondgenoten en dat ze de grens met Peru overgestoken waren, wellicht onder druk van illegale ontbossing en drugshandel in hun woongebied of omdat illegale houtkappers de dieren waarop de stam jaagt, had verjaagd waardoor ze verplicht was te verhuizen.

'Er moet iets vreselijks zijn gebeurd", zegt José Carlos Meirelles, een voormalig lid van FUNAI, aan Survival International, een organisatie die opkomt voor de rechten van geïsoleerde stammen. "Het is niet normaal dat zo'n groep indianen anderen op deze manier benadert. Dit is een compleet nieuwe en verontrustende situatie.'

Vreemde ziektes

De beelden van de stam gingen de wereld rond, maar in tegenstelling tot de enthousiaste berichtgeving, zijn eerste contacten tussen inheemsen en de buitenwereld geen heugelijke gebeurtenissen. Ze gaan immers vaak gepaard met dood en ziektes. Omdat deze volkeren geen immuniteit hebben tegen bepaalde westerse virussen en bacteriën, zoals griep, verkoudheid en de mazelen, zijn ze er veel gevoeliger voor. Zo zouden griepepidemieën volgens Survival International in het verleden al hele stammen hebben weggeveegd omdat missionarissen samen met hun bijbels ook virussen en bacteriën meebrachten die op hun kleren en werktuigen zaten.

In 1987 besliste het toenmalige hoofd van de FUNAI, Sydney Possuelo, dat deze manier van werken onaanvaardbaar was en dat de geïsoleerde volkeren niet meer gecontacteerd mochten worden. In de plaats daarvan werden rondom hen natuurreservaten opgetrokken waarin ze konden leven en werd het initiatief om contact te zoeken aan hen overgelaten.

Maar ook dat blijkt geen goede manier te zijn om met deze stammen om te gaan. Zo kregen in het recente voorbeeld van het Amazonewoud de zeven stamleden - 5 mannen en 2 vrouwen - na hun eerste contact met de buitenwereld griep. Ze werden behandeld en gevaccineerd, maar gevreesd wordt dat ze de ziekte zullen meenemen naar hun dorp en daar onder de andere stamleden zullen verspreiden.

Langeafstandsrelatie opbouwen

Voor de Europeanen in de 15e eeuw aankwamen, leefden in het Amazonegebied naar schatting zes tot negen miljoen inheemsen. Een eeuw later, na massale epidemieën, waren er dat nog maar een miljoen. Vandaag zijn er nog maar zo'n 100 geïsoleerde stammen in de hele wereld. De Braziliaanse Amazone kent het grootste aantal. Andere zijn te vinden in Colombia, Ecuador, Peru en het noorden van Paraguay, alsook in Papoea Nieuw Guinea en Noord Sentinel Eiland, een klein eiland van de Andamanen in de Baai van Bengalen, waar volgens experts de meest geïsoleerde stam ter wereld woont, de Sentinelezen. Over hun taal en aantal is niets bekend.

Vreemd genoeg blijkt er geen internationaal protocol te bestaan over hoe men met geïsoleerde stammen moet omgaan. Elke regering en mensenrechtenorganisatie doet het op zijn manier op basis van eigen ervaringen en middelen. Sommigen vrezen dat de 'laat hen met rust'-filosofie geen zoden aan de dijk zet aangezien de externe bedreigingen zoals de illegale boskap, drugssmokkel en de ontginning van olie en gas steeds groter worden. Experts pleiten er daarom voor om de inheemsen zelf te gaan opzoeken en een langeafstandsrelatie op te bouwen om vervolgens een gecontroleerde ontmoeting te organiseren in het bijzijn van medisch personeel. Daarna kunnen antropologen met de stam terugkeren naar het woud en er enkele maanden blijven om hen te observeren en een vertrouwensrelatie op te bouwen. Op die manier kan in het geval van een epidemie tijd hulp worden ingeschakeld.

Niet zo geïsoleerd als gedacht

Niet alleen over de manier waarop we met deze stammen moeten omgaan, bestaat twijfel, ook het beeld dat we van hen hebben is grotendeels fout. 'Het geromantiseerde idee van stammen die ervoor kiezen om de moderne, 'slechte' wereld te ontlopen, klopt niet', zegt Kim Hill, antropologe aan de Arizona State University aan de BBC. 'Meestal zijn ze wel geïnteresseerd om contact te maken, maar hebben ze te veel schrik. Van het moment dat de Europeanen in Amerika arriveerden, hebben de indianen immers geleerd om ze te vrezen en gaven ze die boodschap via mondelinge verhalen door aan de volgende generaties.'

De inheemsen weten bovendien meer over de buitenwereld dan de meesten onder ons aannemen. 'Ze zijn experts in het leven in het woud en zijn zich best wel bewust van de aanwezigheid van anderen, alleen al door overvliegende vliegtuigen', aldus Fiona Watson van Survival International. 'Het contact met de buitenwereld is dan ook meestal geen toeval omdat inheemsen ons wel weten te vinden.'

Lees meer over:

Onze partners