Opinie

01/03/11 om 12:32 - Bijgewerkt om 12:32

Het onzichtbare wordt zichtbaar (***1/2)

Het Roger Raveelmuseum brengt met de expo "Tussenruimte" een project met steengoede kunst gekruid met veel gedachten tussen de regels. (***1/2)

Het onzichtbare wordt zichtbaar (***1/2)

Het Roger Raveelmuseum brengt met de expo "Tussenruimte" een project met steengoede kunst gekruid met veel gedachten tussen de regels. (***1/2)

Directeur Piet Coessens blijft in het Roger Raveelmuseum fijne tentoonstellingen maken waarin het obligate werk van Raveel zelf thema's blijft aanleveren die op een brede manier worden ontvouwd tot (telkens) een nieuwe en frissere kijk op de hedendaagse kunst.

Het komt erop neer dat Piet Coessens poneert dat witte vlakken en plastisch onaangeroerde stukken "drager" kunnen worden beschouwd als tussenruimtes die even belangrijk kunnen worden "als de voorstelling en/of het motief zelf". Het spreekt vanzelf dat deze algemene gedachten de basis vormen voor het beschouwen van zowat alle culturele productie.

Goede kunst staat synoniem voor het "open" laten en "vrij" laten bewegen van ideeën die nu éénmaal dwarrelen bij het "aanschouwen" van een kunstwerk.

De expo in het Roger Raveelmuseum is interessant omdat de toeschouwer hier wordt geconfronteerd met een patchwork van zeer uiteenlopende werken geplukt uit verschillende periodes en gemaakt met traditionele én zogenaamde "nieuwe" media.

"Tussenruimte" is een deugddoende tentoonstelling omdat hier kan worden ervaren dat ze gemaakt is met generositeit en vanuit een gedrevenheid om het heden in de kunst op een zielsmooie manier te laten aanhaken met de kunst uit een pril verleden. Oude en nieuwe kunstwerken laten "zien" dat hoogstens met het verlopen van de tijd de vorm verandert ...

Regie

De eerste museumzaal is voor de modale bezoeker een harde dobber met veel goede en bekende kunst die in elkaar werd gezet in een regie van Jan De Cock.

Jan De Cock "heeft van deze deelname een nieuwe fase in de ontwikkeling van zijn oeuvre gemaakt". Dat toont hij ook aan met een keuze uit de eigen kunstverzameling met werk van Günther Förg via Lee Friedlander tot Raphaël Buedts te presenteren als een soort "tussentijdse" en onderliggende bronvermelding voor zijn werk.

Het recentere werk van Jan De Cock evolueert naar méér object-gebondenheid en valt visueel terug op een fotografisch-fragmentarische kijk op de eigen kunstproductie.

Zijn nieuwe constellaties bestaan uit ordelijk gedeformeerde/versneden foto's van zijn werk die letterlijk plakken tegen verticale houten sculpturen die niet alleen en langer doen denken aan Constantin Brancusi maar ook aan vb de vroege sculpturen van Didier Vermeiren.

Schilderkunst

Naast Jan De Cock is ook nieuw werk te zien van schilder Jean-Marie Bytebier die in zijn nieuwe schilderijen misschien wel een beetje al te letterlijk via de introductie van brede witte randen en onbeschilderde stukken canvas wilde inspelen op de titel "tussenruimte".

Zijn schilderkunst oogt heel klassiek en doet zelfs denken aan werk van de eerste School van Latem. Zijn schilderkunstige praktijk laat vaststellen dat de context van de plaats waar een kunstenaar leeft en werkt dan toch blijvende sporen kan nalaten in wat je als kunstenaar doet en artistiek aflevert.

Heel mooi in deze ruimte is het sublieme monumentale werk "Vlakte" van Jacob Smits; een werk dat Jan De Cock messcherp tegen de rand monteerde van een muur.

Het werk "Arms & Legs" van John Baldessari wordt ook al "on the edge" gepresenteerd maar illustreert met de "onderbroken" fragmenten van het menselijk lichaam te nadrukkelijk het begrip "tussenruimte".

Magische dialoog

Om de hoek in een klein met licht overgoten zaaltje vonkt een magische dialoog tussen werken van Antoon De Clerck en Roger Raveel.

Van de als "hyperrealist" gedoodverfde Antoon De Clerck hangt een schitterend doek waarin het midden van het beeldvlak een droge schets vertoont van een interieur dat als het ware werd geschoven over een beeld die een publieke ruimte verraadt.

Dit is een schitterend doek van een ten onrechte miskende kunstenaar. Hier tegenover hangt "Het horizontale en verticale van een boom" (1979) van Roger Raveel. Het is een straf en complex werk; woorden schieten tekort om dit werk te beschrijven. Roger Raveel snijdt letterlijk de illusie uit het doek zodat het "bot", het spieraam van het schilderij tevoorschijn komt en "betekenis" genereert tussen het spieraam en het helder geschilderde motief van een boom.

Guy Mees

Er is in het Raveelmuseum heel veel moois te zien dat refereert aan de radicaliteit van kunstenaars zoals Lucio Fontana die het mes zette in het doek of in de studie van Claude Monet voor zijn beroemde "lichtende" waterlelies.

Van wijlen Guy Mees is een "verloren ruimte" te zien. Het werk bestaat uit amper een aantal tegen de muur vastgepinde grillige stukken gekleurd paper. Het is een stille verademing, een minimale geste waarin de fraaie en fragiele suggestie volledig wordt overgelaten aan de blik en de (bij)gedachten van de toeschouwer.

Heel merkwaardig is de interventie van de Brusselse Joëlle Tuerlinckx die naast de "verloren ruimte" van Guy Mees - een kunstenaar die ze sterk bewonderde - een subtiele interventie ondernam door een tl-lamp lichtjes in te kleuren met pigment. Tuerlinckx opende en sloot tegelijk de kelder van het museum af door die merkwaardig in pastel gekleurde kelder van het museum te voorzien van een glazen plaat.

Heel mooi en poëtisch is ook haar recente "Volume-couleur violet 30x30x30 cm"; een plexi-doos met binnenin mauve-pigment die de kleur in het licht doet wemelen.

Schoonheid


"Mistig landschap" (2002) van David Claerbout was nooit eerder zo mooi gepresenteerd. Eerst wordt de bezoeker verblind door een bijzonder sterk licht om vervolgens geconfronteerd te worden met een "landschap" dat "gaandeweg" zichtbaar wordt...

Eindigen doet "Tussenruimte" met de meer dan formidabele film "Je, tu, il, elle" van Chantal Akerman, een innemende film die heel nauw aansluit bij het (onder)zoeken van de filmische "tussenruimte". Een denkbeeldige ruimte zonder inhoudelijke plot maar met het ontembare verlangen om schoonheid te produceren én vast te houden.

Luk Lambrecht

Nog tot 19 juni in het Roger Raveelmuseum



Onze partners