Te veel vitamine C draagt bij tot nierstenen

07/03/13 om 16:24 - Bijgewerkt om 16:24

Sommige mensen zweren bij extra vitaminesupplementen om hun gezondheid te versterken. Maar teveel vitamine C verdubbelt het risico op nierstenen.

Te veel vitamine C draagt bij tot nierstenen

© ThinkStock

Sommige mensen zweren bij extra vitaminesupplementen om hun gezondheid te versterken. Maar teveel vitamine C verdubbelt het risico op nierstenen. Er waren al langer goede aanwijzingen dat teveel vitamine C of ascorbinezuur een oorzaak kon zijn van nierstenen. Er is ook een logische verklaring voor.

Het lichaam zet ascorbinezuur gedeeltelijk om in oxalaat, een stof die via de nieren in de urine uitgescheiden wordt. Dat oxalaat kan bij verbinding met calcium uitkristalliseren tot calciumoxalaat, de belangrijkste stof in de meeste nierstenen.

Een grote Zweedse studie met 23.355 mannelijke deelnemers bevestigt de vroegere vaststellingen. Mannen die dagelijks ongeveer 1 gram vitamine C extra innamen als supplement, hadden ongeveer 2 maal meer last van nierstenen.

De studie werd recent gepubliceerd door JAMA Internal Medicine, een vakblad van de Vereniging van Amerikaanse artsen.

James Lind

Het belang van vitamine C voor de gezondheid werd al in 1753 voor de eerste maal proefondervindelijk aangetoond door de Britse legerarts, James Lind. Hij behandelde 12 matrozen met ernstige scheurbuik met limoenen of andere behandelingen.

De 2 matrozen die limoenen kregen, waren na enkele dagen al voldoende hersteld om hun onfortuinlijke lotgenoten die nog geen enkele beterschap vertoonden, te behandelen.

Je zou denken dat een ontdekking als die van Lind razendsnel zou overgenomen worden in een grote zeevarende natie als Groot-Brittannië, maar niets bleek minder waar. Het zou nog tientallen jaren aanslepen voor het zover was.

Scheurbuik was overigens niet alleen voor zeelui een ernstig probleem. De aandoening kwam ook zeer veel voor bij de eerste immigranten die in het onontgonnen en onvertrouwde Noord-Amerikaanse continent een bestaan trachtten op te bouwen. Ze kampten met mislukte oogsten en konden vaak slechts overleven dank zij de hulp van de inheemse bevolking.

Verloren oude glorie Publiciteit en media prijzen bronnen van vitamine C letterlijk de hemel in. Een hapje kiwi of welke andere "bijzonder rijk aan vitamine C-vrucht" ook doet vrouwen en kinderen schijnbaar stralen van gezondheid.

De man die de mythe omtrent vitamine C pas echt in gang zette, was Linus Pauling, een van de belangrijkste wetenschappers van de voorbije eeuw. Paulus ontving twee Nobelprijzen (naast vele andere), één voor de scheikunde en een tweede voor de Vrede.

Paulus raakte overtuigd dat vitamine C ons beschermt tegen verkoudheden en zijn prestige als topwetenschapper, bezorgde deze overtuiging een geloofwaardigheid die ook tot nu nog altijd verder uitdeint.

De laatste jaren komen er echter steeds meer bewijzen dat vitamine C ons niet extra beschermt. Niet tegen verkoudheden, niet tegen een vroegtijdig overlijden door hart- en vaatziekten of van kanker (als gevolg van de veronderstelde nadelige gevolgen van zuurstofradicalen).

Kortom, van de oude glorie van vitamine C schiet in wetenschappelijke kringen alvast weinig meer over. Het komt er nu alleen op aan dat besef te doen doordringen bij het grotere publiek.

Een sinaasappel, citroen of welk ander fruit ook, is ongetwijfeld een bonus voor de gezondheid.

Maar op vitamine C-tabletten stel je beter niet je hoop in. Tenzij je graag last hebt van nierstenen natuurlijk.

www.bodytalk.be

Onze partners