Impact ongevallen op adolescenten zwaar onderschat

09/03/12 om 11:23 - Bijgewerkt om 11:23

Posttraumatisch stressyndroom bij adolescenten na een verkeerongeval is een fenomeen dat zwaar onderschat wordt.

Impact ongevallen op adolescenten zwaar onderschat

© Belga

De officiële statistieken geven aan dat jaarlijks 1.200 tot 1.700 kinderen per 100.000 tussen 0 en 19 jaar gewond raken in het verkeer. Recent Gents onderzoek bij 3.000 adolescenten komt met niet minder dan 6.250 adolescenten per 100.000 voor het laatste jaar tot een veel hoger cijfer. Daarin zijn ook de niet-lichamelijk verwonde kinderen begrepen want zij kunnen een posttraumatisch stresssyndroom ontwikkelen. Dat staat in de specialistenkrant Psychiatrie.

Het blad verwijst naar recent onderzoek van de dienst kinder- en jeugdpyschiatrie van het UZ Gent. Uit de literatuur blijkt dat er geen verwondingen moeten zijn om een posttraumatische stresssyndroom (PTSS) te ontwikkelen. En ook getuigen van een ongeval lopen een aanzienlijke kans op PTSS.

Van posttraumatische stress is sprake als er zich vier weken na het ongeval nog symptomen voordoen zoals een herbeleving van de feiten, vermijding en verhoogde prikkelbaarheid. Onderzoekster Sarah Bal (UZ Gent) legt in Psychiatrie uit dat niet de objectieve factoren -soort en ernst van de verwonding...- maar de mate waarin iemand zich bedreigd voelt en de steun verleend na het ongeval belangrijke factoren zijn in het ontstaan van PTSS. Hoe beter de steun, hoe beter de verwerking, dixit Sarah Bal.

Ongeacht of ze fysiek letsel opliepen, heeft volgens dit onderzoek 10 à 11% van de adolescenten professionele begeleiding nodig omdat ze zes maand tot een jaar na het ongeval significante PTSS hadden. Vaak kijkt men hier echter naast. Daarom zouden kinderen en jongeren die geen fysiek letsel hebben in de toekomst gescreend moeten worden om ze te kunnen identificeren. Daarna is voor adolescenten met PTSS trajectbegeleiding nodig via politie, ziekenhuizen, huisarts, psycholoog... Gecoördineerde steun is nodig.

Het Gentse onderzoek benadrukt nog dat ouders na een verkeersongeval onterecht schrik hebben om hun kinderen opnieuw aan de gevaren van het verkeer bloot te stellen. Dergelijke vermijdende copingstrategieën zijn vlak na het ongeval een normale reactie maar nefast op lange termijn, zo luidt het in Psychiatrie.

Onze partners