Acht mythes over winterweer

07/02/12 om 15:41 - Bijgewerkt om 15:41

Over winterkwaaltjes en -bescherming doen veel misverstanden de ronde, met de hardnekkigheid van onkruid in een berm. Wat zegt de nuchtere wetenschap over elektrische dekens, waterbakjes op de verwarming, extra vitamine C en andere wintermythes?

Acht mythes over winterweer

© Thinkstock

1. Warmte verdwijnt vooral langs je hoofd

"In de winter draag je best een muts of een hoed," zo zegt de volksmond "want langs je hoofd verlies je veel meer warmte." Vooral kale(nde) mensen zouden zonder hoofddeksel sneller onderkoeld raken. Maar dat klopt niet. Het warmteverlies wordt evenredig verdeeld over het onbedekte huidoppervlak. Het gaat niet om welke oppervlakte er wordt blootgesteld, maar om het aantal vierkante centimeters dat onbeschermd blijft. Gelaat, hoofd en bovenlichaam blijven anderzijds wel gevoeliger voor koude dan armen en benen. Dat creëert de illusie dat het zo warm mogelijk houden van deze delen ook meer warmte binnenhoudt.

Het hoofd maakt ongeveer 10 procent uit van de totale lichaamsoppervlakte. Een hoofddeksel blijft dus wel een goed idee: hoe meer huid je bedekt, hoe meer warmte je bewaart, en dat komt zelfs koude voeten ten goede. Kalende mannen verliezen niet meer warmte langs hun hoofd dan wie gezegend is met een flinke haardos of een baard.

2. Een stevige borrel beschermt je tegen de kou

Heel wat mensen denken dat alcohol helpt tegen de koude. Sterke drank geeft inderdaad even een gevoel van gloed, maar je warmt er niet van op. Alcohol verwijdt de bloedvaten, waardoor lichaamswarmte verloren gaat. Je koelt dus veeleer af. Je kan je wel verwarmen aan warme dranken zonder alcohol, zoals een kop dampende soep. Dat is zelfs efficiënter tegen de koude dan tegen de verwarming of dicht bij een vuur gaan staan.

3. Snot slikken is ongezond

Ongezond is neusvocht zeker niet, zelfs niet als je verkouden bent. Inslikken is de natuurlijke weg waarlangs het lichaam slijmen uit neus, keel en longen afvoert. En dat inslikken doen we zowat de hele dag en nacht. Alleen zijn we ons er niet van bewust. Na het inslikken komen de slijmen, met alle stofjes en de verkoudheidsvirussen die er eventueel in vastkleven, in een zeer vijandig milieu terecht: het extreem zure maagsap. Wat ze niet overleven.

De neus ophalen zou volgens sommige artsen zelfs beter zijn dan snuiten. Want snuiten, zelfs door 1 neusgat, zou snot de sinussen injagen en kan zo voor problemen zorgen.

4. Extra vitamine C helpt tegen winterkwalen

Een meta-analyse van 30 placebogecontroleerde studies over de impact van vitamine C bij verkoudheden toont een zeker gunstig effect bij mensen die blootstaan aan fysieke stress. Marathonlopers, kinderen op skikamp en soldaten op manoeuvre worden bijvoorbeeld minder verkouden dankzij vitamine C-supplementen. Bij doorsneemensen brengen de supplementen echter weinig zoden aan de dijk: in het dagelijkse leven helpt vitamine C niet om verkoudheden te voorkomen.

Waarom groepen onder fysieke stress er wel bij gebaat zijn, is nog niet verklaard en wordt verder onderzocht. Bij volwassenen die extra vitamine C slikken, vermindert de duur van een verkoudheid met 8 procent, wat in de praktijk amper iets voorstelt. Kinderen zijn wat beter af: vitamine C verkort de duur van het gesnotter met 13,6 procent. Dat verschil ligt wellicht aan de dosis: in de studies die dit effect aantoonden, kregen de kinderen dezelfde dosis als de volwassen deelnemers, namelijk 1 gram per dag.

Wanneer die dosis vitamine C gegeven wordt nadat de verkoudheid begonnen is, is het effect nihil. Dat wil zeggen dat je de hele winter vitamine C moet slikken om ietsje sneller verlost te zijn van verkoudheden die je hoe dan ook toch oploopt.

5. In de winter hebben we meer vet nodig Het klopt dat een vetlaagje isolerend werkt en ons beschermt tegen de koude. Maar dat onze energiereserve wordt opgeslagen onder de vorm van vet, wil nog niet zeggen dat we in de winter meer vettig voedsel moeten eten. Ons lichaam heeft niet veel vet nodig om te kunnen functioneren. Te veel werkt bovendien hart- en vaatziekten in de hand. De gemiddelde Belg heeft ruim voldoende energiereserves.

6. Skiën is een ramp voor de knieën

Skiërs zijn de ideale kandidaten voor letsels als gescheurde kruisbanden. Maar het aantal wintersportongevallen is de laatste jaren flink gedaald. In eerste instantie is het materiaal, zoals de skibindingen die bij een val losschieten, een pak veiliger geworden. Niet alleen de kwaliteit van die bindingen is verbeterd maar ook de afstelling. De recreatieve skiër laat de skibindingen best checken in de winkel. Het is vooral belangrijk om na te kijken of de skischoen perfect op de binding past.

Het moeilijkste is het bepalen van de ideale spanning van de veren. Daarbij moet rekening gehouden worden met gewicht, geslacht, leeftijd, schoenmaat en het niveau van de skiër. Te strak afstellen is gevaarlijk. Zeker bij relatief lage snelheden kan dat evengoed tot knieblessures leiden.

7. Een bakje water op de radiator is folklore Geenszins! In de winter is de buitenlucht droger. Ook binnenshuis is de luchtvochtigheid laag, soms amper 30 procent, terwijl dat 50 tot 60 procent hoort te zijn. De grote schuldige is de centrale verwarming: als lucht verwarmd wordt, neemt de luchtvochtigheid nog verder af. Dat kan leiden tot lichamelijke ongemakken, zoals een prikkelhoest, geïrriteerde slijmvliezen van neus- en keelholte, droge, branderige ogen en een trekkerige huid. Uiteraard moet je 's winters veelvuldig verluchten, maar dat alleen is niet zaligmakend. Door de ramen open te zetten komt er wel frisse lucht naar binnen, maar die is ook droog. Probeer dus waterdamp aan te voeren.

Waterbakjes aan of op de verwarming zijn daarbij erg efficiënt. Laat de afzuigkap in de keuken gerust eens uitgeschakeld als je kookt, het vocht verspreidt zich dan in huis. Of laat na het douchen de deur van de badkamer op een kier. Planten in huis produceren eveneens waterdamp. Eventueel kan je ook een luchtbevochtiger installeren, maar die verbruikt veel energie.

8. Elektrische dekens en kersenpitkussens zijn gevaarlijk Nogal wat koukleumen verwarmen hun bed met een elektrische deken of een kersenpitkussen. Gevaarlijk, denken sceptici, want beide attributen hebben al dodelijke slachtoffers gemaakt. De lakens of matras kunnen oververhit raken of vuur vatten. Maar als je een aantal voorzorgsmaatregelen in acht neemt en de gebruiksaanwijzing strikt opvolgt, is er geen probleem.

Een kersenpitkussen mag vooral niet te lang in de microgolfoven. De pitjes warmen zeer snel op: al na 6 minuten kan het kussen in brand vliegen. Het gebruik van een gewone oven wordt afgeraden. Een kersenpitkussen mag tijdens het opwarmen ook niet in een hoes of handdoek gestopt worden. En als het beschadigd is, moet je het vervangen. Omdat het heet kan worden, wordt het gebruik afgeraden bij baby's, kinderen, gehandicapte mensen of iedereen die niet doeltreffend kan reageren bij overdreven warmte.

Een elektrische deken is een goede manier om je bed behaaglijk op te verwarmen voor je erin stapt. Schakel hem wel uit als je gaat slapen. Oprollen om op te bergen is beter dan strak opplooien om beschadiging van de bedrading en dus kortsluiting bij hergebruik te voorkomen.

Marleen Finoulst, Bodytalk nr. 40, Winterspecial

Lees meer over:

Onze partners