22/08/12 om 08:18 - Bijgewerkt om 08:18

Etienne Mangé en 'Het waanzinnige avontuur van De Morgen'

Wellicht was er bij de SP nooit sprake geweest van het aanvaarden van Agusta-smeergeld mocht de partij zich niet hebben gestort in wat Karel van Miert ooit beschreef als 'het waanzinnige avontuur van De Morgen'.

In 1984 was Etienne Mangé, man van de SP-studiedienst, door Karel Van Miert en Louis Tobback gevraagd klaarheid te scheppen in de wirwar van constructies die door de partij waren opgezet om de krant De Morgen drijvende te houden. Want de krant, volle eigendom van de partij, was in die dagen virtueel failliet. Eerder dat jaar had de Gemeenschappelijke Actie - het geheel van de socialistische beweging - nog eens 124 miljoen frank in de noodlijdende krant gepompt.

Na het faillissement van de krant in oktober 1986 bleek dat de socialistische beweging meer dan 450 miljoen frank - ruim 11 miljoen euro - in die schier bodemloze put had gegooid. Daarvoor waren leningen afgesloten, grote stukken vastgoed verkocht en de rekeningen van socialistische organisaties als de VZW Verlof voor Jonge Arbeiders, uitbater van een recreatieterrein, geplunderd.

Eind van de jaren 1980, nadat de krant door de Persgroep was overgenomen, waren de meeste SP-leiders overtuigd dat het ergste leed ten gevolge van het faillissement van De Morgen achter de rug was. Mangé wist wel beter. Hij was elke dag druk in de weer om nieuwe financiële oplossingen te vinden. Zo stichtte hij enkele studiebureaus die tegen forse betaling nepstudies uitvoerden voor bedrijven. Samen met Generale-dochter Tractebel richtte hij het studiebureau Cotecno op dat marktstudies ging uitvoeren voor Belgische bedrijven die in het Oostblok en in China contracten wilden binnenhalen. Door de val van De Muur werd Cotecno een mislukking en Tractebel kocht de aandelen in.

Toen de socialisten begin 1988, na jaren van oppositie, in de regering van Wilfried Martens stapten, vreesde Mangé, als vele anderen, dat de rooms-rode coalitie van korte duur zou zijn. Bijgevolg was het voor hem nu of nooit, wilde hij de partijkas opnieuw gevuld krijgen.

Geconfronteerd met een gapende schuldenput en met afschuwelijk dure verkiezingscampagnes, beging Mangé zijn fatale vergissing. Hij aanvaardde het geld van Agusta en daarna dat van Dassault, weliswaar na samenspraak met gewezen adjunct-nationaal secretaris Luc Wallyn en met Johan Delanghe, kabinetschef van toenmalig minister Willy Claes van Economische Zaken.

De aanwezigheid van Delanghe in het overleg met Mangé zou Claes duur te staan komen. Hoewel in het mediocre onderzoek van Cassatie niet één element zat dat erop wees dat Claes op de hoogte was van het Agusta-smeergeld. Want Mangé heeft op geen enkel moment zijn verantwoordelijkheid afgewenteld op Claes die pas veel later, samen met andere SP-kopstukken, de ware toedracht had vernomen.

Maar omdat de volksvertegenwoordigers weigerden het dossier grondig in te kijken en snel de opheffing van Claes' onschendbaarheid goedkeurden en Cassatie het vermoeden van onschuld omplooide tot vermoeden van schuld, werd Claes wellicht ten onrechte tot drie jaar voorwaardelijk veroordeeld.

Lees meer hierover van Rik Van Cauwelaert in Knack

Neem hier een abonnement op Knack

Onze partners