05/07/13 om 09:21 - Bijgewerkt om 09:21

De fairness tax is een botte belastingverhoging

Di Rupo I doet met de fairness tax veel meer dan men aanvankelijk liet uitschijnen. Loopt men met deze nieuwe belasting opnieuw tegen de Europese lamp?

De fairness tax is een botte belastingverhoging

© Thinkstock

De woordkeuze gebeurde heel zorgvuldig. Wie kan er nu iets tegen een fairness tax hebben? Bij nader toezien blijkt dit vehikel in het leven geroepen tijdens de jongste federale begrotingsronde echter over veel meer te gaan dan een instrument om manifeste belastingontduikers tot de orde te roepen, zo kon Trends in samenspraak met diverse fiscalisten en revisoren concluderen op basis van de thans voorliggende teksten inzake de fairness tax.

De regering Di Rupo verkocht de fairness tax als een soort van minimumbelasting die men ging opleggen vooral aan multinationals die via de toepassing van allerhande fiscale handigheidjes geen of nauwelijks belasting betalen in België. Meer bepaald, zo luidde de aanvankelijke toelichting, zou men 5,15% belasting opleggen aan vennootschappen die dividenden uitkeren en geen vennootschapsbelasting betalen, met uitzondering van KMO's. Om al dan niet als KMO te worden aanzien, gelden drie criteria: minder dan 50 werknemers, minder dan 7 miljoen ¤ omzet en minder dan 3,65 miljoen ¤ balanstotaal (dit alles op geconsolideerde basis). Een onderneming die aan twee van deze drie criteria voldoet, wordt beschouwd als een KMO.

De nu voorliggende teksten inzake de fairness tax gaan echter veel verder dan het hierboven geschetste initiële uitgangspunt. Het principe dat er sprake moet zijn van dividenduitkering vooraleer deze taks in werking treedt, blijft overeind. Niet enkel die vennootschappen die geen vennootschapsbelasting betalen, zullen de taks echter aangerekend krijgen. Ook zij die notionele intrestaftrek toepassen en fiscaal overdraagbaar verliezen in rekening brengen, gaan voor de bijl.

Deze uitbreiding van de toepasbaarheid van de fairness tax maakt dat deze nieuwe heffing voor nagenoeg alle niet-KMO's die dividenden uitkeren van toepassing zal zijn. De vennootschappen die niet in minstens één van de beoogde categorieën vallen, zijn, bij wijze van spreken, op één hand te tellen.

Het is dus veel correcter te spreken van een verhoging van de vennootschapsbelasting met 5,15% voor de grotere ondernemingen dan wel van iets als een fairness tax.

Inzake deze nieuwe belasting zitten nog bijkomende addertjes onder het gras. Zo dreigt het administratief complex te worden daar er voor deze taks een andere belastingbasis moet worden vastgelegd dan die welke geldt voor de gewone vennootschapsbelasting. Ook moeten bedrijven de fairness tax op voorhand betalen op straffe van "belastingverhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen". Ondernemingen zullen dus haarfijn moeten kunnen voorspellen wat hun winsten gaan zijn en hoeveel dividend ze gaan uitkeren.

Last but not least is er Europa. Het Europees Hof wierp zonet serieus roet in het eten van de notionele intrestaftrek. Hetzelfde dreigt te gebeuren met de fairness tax en dit op basis van de zogenaamde Europese moeder-dochterrichtlijn. Die richtlijn beperkt de belastingbevoegdheid van individuele lidstaten op dividenden die door een Europese dochtervennootschap aan een moederholding worden uitgekeerd (van zodra de participatie van de moeder in de dochter minstens 10% bedraagt). Deze Europese richtlijn verbiedt aan de lidstaat van de dochtervennootschap een bronheffing te doen op een dergelijk dividend. Ook moet de lidstaat van de moedervennootschap zich onthouden van het belasten van het ontvangen dividend. De fairness tax dreigt in botsing te komen met deze Europese richtlijn.

Enkele belangrijke conclusies dringen zich op. Ten eerste, de regering Di Rupo I zwaait met een verdedigbaar principe als de fairness tax om in de feiten een botte belastingverhoging voor de grotere ondernemingen door te voeren. Ten tweede rijst de vraag of men dit in al zijn consequenties goed doordacht heeft. Zo is er bijvoorbeeld ook de impact die deze nieuwe heffing zou kunnen hebben op de fiscale verplichtingen van financiële instellingen. Ook de noodzaak aan rechtszekerheid voor belastingplichtigen kreeg duidelijk onvoldoende aandacht inzake deze materie. Ten derde, België dreigt opnieuw in moeilijkheden te komen naar Europa toe. Fraai regeringswerk zou er iets anders uit zien.

Onze partners