Week van de Verboden Boeken in de VS

30/09/10 om 20:48 - Bijgewerkt om 20:48

Zelfs J.K. Rowling met 'Harry Potter', maar ook J.D. Salinger en Harper Lee hebben last van Amerikaanse censuur.

Tijdens de Week van de Verboden Boeken gonsden Amerikaanse internetfora van de drukte en werd er gekibbeld over de betekenis van het Eerste Amendement.

Banned Books Week, of de Week van de Verboden Boeken, is een initiatief van de American Library Association (ALA), die sinds 1982 elk jaar in de laatste week van september aankaart dat het lezen van boeken nog steeds aan banden wordt gelegd. En dat is in strijd met het Eerste Amendement van de Amerikaanse Grondwet. Meestal gaat het om adolescentenliteratuur en spelen de boekverbanningen zich af in de besloten ruimte van een schoolraad waarin Amerikaanse ouders actief zetelen.

In 2009 noteerde de ALA 460 'challenges' tegen boeken. Dat zijn formele vragen van bijvoorbeeld ouders om een boek uit de school- of openbare bibliotheek te halen of van een lectuurlijst te schrappen. De boeken die het meest werden belaagd zijn niet van de minste. Naast veel recentere adolescentenromans gaat het ook om klassiekers als 'To kill a mockingbird' van Harper Lee en 'The Catcher in the Rye' van J.D. Salinger.

De belangrijkste reden om boeken te bannen is wanneer ze te openlijk met seksualiteit omgaan of schunnige taal bevatten. Dat zijn natuurlijk rekbare begrippen en het zijn meestal conservatief-christelijke ouders die bezwaar aantekenen. Al hebben ze daar geen patent op. 'To kill a mockingbird' wordt tot op vandaag belaagd vanuit Afro-Amerikaanse hoek, omwille van het overvloedige gebruik van het woord 'nigger'.

Geen reden is trouwens te gek om het lezen van een boek te verbieden. Harry Potter bezet ondertussen een vaste plek in de top-10 van de vaakst in de ban geslagen boeken. En dat omdat J.K. Rowling hekserij zou promoten.

Het toppunt van ironie was een discussie in 2006 in het stadje Conroe, over het boek 'Fahrenheit 451' van Ray Bradbury, een dystopische sciencefictionroman over een totalitaire maatschappij waarin boeken aan de lopende band worden verbrand. De toen 15-jarige Diana Verm moest het boek voor school lezen en voelde zich gechoqueerd door de expliciete taal, maar vooral omdat in het verhaal de Bijbel wordt verbrand. Ze ging klagen bij haar vader en die klaagde daarop de school aan. Hij eiste dat het boek uit de schoolbibliotheek zou verdwijnen.

Hoe vermakelijk zo'n situatie ook mag klinken in onze Europese oren, ze is in de VS bittere ernst. De Week van de Verboden Boeken legt immers de kloof bloot tussen het liberale Amerika en het conservatief-christelijke of conservatief-rechtse Amerika. Beide kanten spreken zich voor of tegen boeken uit met het Eerste Amendement van de Amerikanse Grondwet in de hand. Dat zegt vrij vertaald dat het Congres geen wet zal goedkeuren die de godsdienstvrijheid op de een of andere manier stuurt of beperkt, die de vrijheid van meningsuiting en van de pers aan banden legt, of die het recht aantast op samenkomst en om een klacht tegen de overheden te uiten.

De kern van de discussie is de invulling van het begrip vrijheid van meningsuiting en pers, waarbij meer liberale lezers het recht opeisen voor lezers om te mogen lezen wat ze willen (en voor schrijvers om te mogen schrijven wat ze willen) en conservatief-rechts de vrijheid wil vrijwaren om te beslissen welk boek hun kind te lezen krijgt. Er is deze week ongetwijfeld veel animo in schoolraden.

Jeroen Bert

Onze partners