"Nederlandse uitgevers zijn veel professioneler dan Vlaamse"

26/05/11 om 22:29 - Bijgewerkt om 22:29

Met 'De leerschool van het lijden', de wondermooie vertaling van Carlo Emilio Gadda's' La cognizione del dolore', sluit Frans Denissen zijn carrière als literair vertaler af.

"Nederlandse uitgevers zijn veel professioneler dan Vlaamse"

Gadda schrijft geen 'realistisch' proza. Als lezer word je overrompeld door de stilistische virtuositeit, de wijdlopige zinnen en uitweidingen, het spel met woorden en taalregisters. Het moet soms toch een haast onmogelijke klus geweest zijn om dat naar het Nederlands over te brengen? Frans Denissen: Er zijn twee dingen waar ik, denk ik, een noodzakelijk verlies heb geleden bij de vertaling van 'De leerschool van het lijden'. Ten eerste, de literaire allusies. Die gaan bij Gadda in de richting van pastiche of parodie, maar vooral op auteurs die bij ons niet of nauwelijks bekend zijn. En dan heb je de neologismen die Gadda gebruikt. Die zijn heel vaak van Latijnse oorsprong, hij was een fanatieke lezer van de Latijnse klassieken. Hij maakte dus een hoop neologismen op basis van Latijnse stammen. In het Nederlands kun je daar weinig of niks mee.
Verder heb ik de lange, kronkelige zinnen zo veel mogelijk gerespecteerd.

U schrijft in de 'verantwoording' het jammer te vinden dat u zich 'vanwege de huidige mainstream vertaalopvatting' geen grotere vrijheid bij deze vertaling hebt kunnen veroorloven. Denissen: Die mainstream vertaalopvatting luidt in een volgens mij volstrekt onzinnige slogan: je moet vertalen wat er staat. De bekende literair vertaler Dolf Verspoor heeft daar indertijd al parodiërend op gezegd: "Zet eens een vaas met bloemen op de tafel en zeg tegen de fotograaf van dienst: je moet fotograferen wat er staat. Dan zal die meteen vragen: met welke lens, welke belichting, enzovoort." Je moet als vertaler een tekst altijd in zijn geheel zien. Ik vertaal niet voor italianisten die met geheven vingertje zeggen dat je dat ene woord op pagina zoveel zus of zo had moeten vertalen, maar voor een lezer die Gadda niet kan lezen in het origineel en hopelijk toch negentig procent van het tekstplezier in de vertaling kan terugvinden.

Vlaamse vertalers klagen dat ze in Nederland niet aan de bak komen omdat uitgeverijen daar alleen het Nederlands van de Randstad accepteren. Ook in academische kringen hoor je steeds vaker pleidooien voor een grotere tolerantie tegenover de Zuid-Nederlandse taalvariant. Hoe denkt u daarover? Denissen: Elk taalgebied heeft een 'spraakmakende gemeente', waar de taalnorm groeit en evolueert. Voor het Nederlands is dat nu eenmaal de Randstad. Dat is geen kwestie van een waardeoordeel. Dat is gewoon een vaststelling. Ik vind dat Vlaamse vertalers vaak nogal makkelijk klagen. Ik heb mezelf al vrij vroeg rekenschap gegeven van het feit dat ik aan mijn Nederlands moest werken om als literair vertaler aan de slag te kunnen. Als je je vertaalactiviteit tot Vlaanderen beperkt, dan weet je dat je vertalingen nauwelijks de grens over komen. Vlaamse boeken worden niet verkocht in Nederland. En driekwart van het lezerspubliek zit wel degelijk in Nederland. Ze hebben niet alleen een veel grotere bevolking, ze lezen ook nog eens veel meer. Dat is statistisch bewezen. Bovendien heb ik toch altijd moeten vaststellen dat je veel professioneler begeleid wordt bij Nederlandse uitgevers dan bij Vlaamse. De Nederlanders hebben al sinds 1973 een modelcontract voor literaire vertalingen. We zijn nu 2011 en de Vlaamse uitgevers zijn er nog altijd niet uit of ze zo'n modelcontract zullen invoeren. Sorry, dan is de keus gauw gemaakt.

Joost Albers

Onze partners