Nazikopstuk Hermann Göring én zijn psychiater kozen voor cyaankali

08/05/15 om 09:40 - Bijgewerkt om 09:39

Tussen Göring en diens psychiater in Neurenberg, Douglas Kelley, ontstond een relatie die veel verder ging dan die tussen arts en patiënt, aldus de Amerikaanse journalist Jack El-Hai. Beiden namen cyaankali om een einde aan hun leven te maken.

Nazikopstuk Hermann Göring én zijn psychiater kozen voor cyaankali

Adolf Hitler en Hermann Göring in Berlijn in maart 1938. © WikiCommons

Legerpsychiater Douglas Kelley was 33 toen hij in 1945 opdracht kreeg zich naar het Luxemburgse Mondorf-les-Bains te begeven om er een reeks nazimisdadigers te onderzoeken. Het was zijn taak te kijken of ze mentaal fit genoeg waren en ze gezond te houden om zich te kunnen verantwoorden voor het Internationaal Militair Tribunaal. Hermann Göring, een topnazi en tot voor kort aangeduid als opvolger van Hitler, was een van de eerste verdachten die Kelley onderzocht. In totaal waren er 22, allen beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Ze verhuisden wat later van Luxemburg naar Neurenberg, een zwaar gebombardeerde stad waar vaak grote nazipartijcongressen werden gehouden.

Goochelaar

Kelley vond zijn opdracht om de beklaagden te onderzoeken een grote eer. Ze werden de grootste misdadigers van de eeuw genoemd en hij begreep snel dat zo een opdracht veel mogelijkheden bood. Kelley had in de Verenigde Staten al enige bekendheid gekregen door zijn bezorgdheid om de vele dienstplichtigen die om mentale redenen werden afgekeurd en de de trauma's van veteranen uit WOI. Ook zijn behandelingen vielen op. Kelley, zelf een amateurgoochelaar, gebruikte goochelen soms als therapie. Hij was ook een groot verdediger van de rorschachtest: een psychologische test met inktvlekken die moesten geïnterpreteerd worden.

Nazikopstuk Hermann Göring én zijn psychiater kozen voor cyaankali

© GF

Bij zijn onderzoek van de beschuldigden in Neurenberg ging Kelley veel verder dan zijn oorspronkelijke opdracht. Hij vroeg zich af waarom ze misdadigers waren geworden. Waren ze als slechte mensen geboren? Bestond er iets als een 'nazigeest', een gemeenschappelijke stoornis die hun gedrag veroorzaakte? Zijn immense professionele nieuwsgierigheid kon in Neurenberg bevredigd worden. En zou hem allicht beroemd maken. Overigens twijfelden vrienden in het leger er wel eens aan of Kelley een arts was dan wel 'een slimmerd die veel trucs kende'.

Affiniteiten

Hermann Göring (held in WOI, onder Hitler ooit baas van de luchtmacht, zijn mogelijke opvolger, verslaafd aan medicatie, medeverantwoordelijk voor genocide, bedenker van een wet tegen vivisectie voor dieren, beschermer van straatkatten en zwerfhonden, verzamelaar van gestolen kunstwerken...) werd voor Kelley de meest fascinerende beschuldigde. Hij leek sociaal en praatte graag met de psychiater. Hij onderwierp zich aan de leiding van Kelley. Waarbij Jack El-Hai, auteur van 'De nazi en de psychiater', zich terecht afvraagt wie wie eigenlijk leidde. Hoe dan ook, met Göring had Kelley heel wat affiniteiten. Dat belette hem niet ook met de andere beschuldigden veel contact te hebben. Naar eigen zeggen had hij met elk van de tweeëntwintig minstens tachtig uren doorgebracht. Maar het meest was hij bij Göring, van wie hij zelfs brieven naar zijn vrouw Emmy buitensmokkelde.

Nazimentaliteit

Bij zijn werk kwam Kelly tot de conclusie dat niets wees op een gemeenschappelijke 'nazitrek'. Het waren geen abnormale mensen. Wel met tekens van narcisme, weinig last van empathie, veel ambitie, extreem patriottisme. Als ze al iets gemeen hadden was het dat ze allen superworkaholics waren en dat ze zich vooral richtten op hun doelstellingen en minder op de manier om die te bereiken. Die relatieve normaliteit was angstwekkend: een immens groot aantal mensen waren potentiële oorlogsmisdadigers. Barbaarse gruwel was overal mogelijk. Die gedachte verspreidde Kelley ook toen hij in 1946 terugkeerde naar de Verenigde Staten, weg van het leger. Met succes publiceerde hij het boek 'Twenty-two Cells in Neurenberg' dat snel een tweede druk kende maar vlug in de vergetelheid raakte. Er was de Koude Oorlog. Kelley specialiseerde zich in criminologie, doceerde aan diverse universiteiten, had televisieoptredens, waarschuwde de Amerikanen voor ideologische demagogen. De anticommunistische hysterie en het verzet tegen de algemene burgerrechten zorgden immers voor heel wat fanatici.

Workaholic

Het familieleven van Kelley was complex. Soms was hij heel vriendelijk voor zijn kinderen en zijn vrouw, andere keren waren er gloeiende ruzies en bleken zijn reacties compleet onvoorspelbaar. Zijn oudste zoon ging zo onder zijn strengheid gebukt, dat hij er als kind nog aan dacht zijn vader te vermoorden. Net als veel van de nazi's die Douglas Kelley had bestudeerd, was hij zelf een extreme workaholic. Hij pleegde zelfmoord op 1 januari 1958. In het bijzijn van zijn kinderen en zijn vrouw nam hij een cyaankalicapsule in. Journalisten die toen over de zelfmoord schreven, meldden dat hij het vergif misschien wel van Göring had gekregen.

Jack El-Hai, 'De nazi en de psychiater', De Arbeiderspers, 319p., 21,99 euro

Meer recente boeken over WOII:


Antony Beevor, 'Het Ardennenoffensief', Ambo|Anthos, 415p., 24,99 euro

Prachtig relaas van de Britse historicus over de Slag om de Ardennen. Hitlers laatste poging om WOII in zijn voordeel te keren. Beevor luistert niet alleen naar officieren, ook naar de gewone soldaat en de burger.


Jakob Lothe, 'Getuiges van de tijd', Spectrum, 239p., 19,99 euro

Tien Joodse vrouwen die de nazi-kampen overleefden vertellen hun levensverhaal. Pakkende getuigenissen met veel empathie verwoord door de Noor Jakob Lothe.


Marie Moutier, 'Brieven van de Wehrmacht', Arbeiderspers, 330p., 24,99 euro

Duitse soldaten over hun oorlog in brieven over hoe ze hun familie en geliefden missen, eten, slapen, overleven... Over hoe ze het kwaad dat ze aanrichten rationaliseren. Marie Moutier spreekt over 'het kwaad van de banaliteit'.

Fred Braeckman

Lees meer over:

Onze partners