Jan Vantoortelboom en het verlies van de kinderlijke onschuld

03/03/15 om 10:07 - Bijgewerkt om 10:07

'De man die haast had' is Jan Vantoortelbooms derde vertelling en doet Lukas De Vos in al haar lucide fatalisme denken aan Lode 'Moeder waarom leven wij?' Zielens: een verteller om in ere te houden dus.

Jan Vantoortelboom en het verlies van de kinderlijke onschuld

© YouTube

Mentale progeria, vroegtijdige veroudering, dat is de obsessie van Leon, een man met eigenschappen die helaas haastig begraven worden onder de bescheidenheid van een schoolbewaarder. Want Leon gaat gebukt onder de verdrongen vroegtijdige dood van zijn moeder, hij was maar twaalf. En dat heeft zijn ambities onderuit gehaald, hij beseft dat hij maar één tegenstander heeft: de tijd. En tijd is een ongenadige beul, die sneller uithaalt dan de mens kan bevroeden.

Weerbarstig zwart

Leon lijdt aan meer. Aan een onwrikbaar schuldgevoel omdat bij een kinderspel zin oppas Elsie, op wie hij stiekem verliefd is, door een valluik valt, en voorgoed in een soort katatonische toestand vervalt, hoewel haar uiterlijk tijdsverloop de aftakeling van haar geestesvermogens blijft tegenspreken. "In het begin verouderde Elsie amper: haar haren bleven weerbarstig zwart, haar huid bleef gaaf en licht". De val die haar bewustzijn afsneed, betekent meteen bevriezing van de tijd, en dus bevriezing van de verantwoordelijkheid (die een kind niet kan hebben, maar dat hij mettertijd uit schuldgevoel steeds hoger opbouwt).

Het gevolg is dat Leon mensenschuw wordt, zichzelf uitveegt, vereenzelvigd wordt met zijn onderdanige taak als huisbewaarder. Hoe meer Leon zichzelf vernedert en wegcijfert, hoe pijnlijker de echte gevoelens ontwikkelen. Als de jonge lerares Liliane zich aandient in de muffe school waar Leon deuren opent en sluit, wordt de tijd op zijn kop gezet. Want Leon beseft door zijn eigen inhibities dat openheid en liefde niet voor hem kunnen weggelegd zijn. Hij trekt aan en stoot af, vooral dat. En steeds meer beseft hij dat de eigenlijke motor van zijn bestaan de ultieme zorg is voor Elsie. "Het beeld dat Elsie de slinger van zijn klok was schoot plotsklaps door zijn gedachten en bleef daar in weerwil van zijn streven om het te doen verdwijnen nog een hele poos rondwaren".

Jan Vantoortelboom en het verlies van de kinderlijke onschuld

© GF

Onafwendbare ondergang

Zelfbeschuldiging is de onvermijdelijke ondergang van alle menselijke verhoudingen. Net daarom trekt Leon zich terug in een afgelegen huis aan de dijk, in het Zeeland waar de schrijver zelf vandaan komt (uit Ossenisse om precies te zijn). De kracht van deze gebalde lange novelle van Vantoortelboom ligt juist in de onafwendbare ondergang: het stoppen van de tijd gaat zijn leven beheksen. Het is de helletocht uit de obsessieve waarschuwing die de klok onafgebroken voorzegt: "Altijd, altijd, altijd". Er zijn maar twee manieren om de letargie als verlossing te bereiken. Ofwel totale afstomping, ofwel (zelf)moord.

Vantoortelboom kiest voor het bruusk afbreken van de tijd. Hij laat Leon breken met Liliane, breken met zijn boezemvreind Bertrand, breken met al zijn gedisciplineerde geplogenheden, om Elise en haar noodlot terwille te zijn. Moord kan een aandoenlijke, omfloerste en bijna romantische vorm zijn van ultieme liefde. Maar daar staat iets onomkeerbaars tegenover: communikatie, ordentelijk functioneren in de samenleving. Wie adem rooft, wordt stemloos. Dat is wat Leon zal overkomen.

Vergeten drienden

De "haast" die de titel in de verf zet, heeft uitsluitend te maken met een subjectieve, en steeds snellere veroudering, die moet gestopt worden. Want in zijn gedragingen is Leon nooit wispelturig of opgejaagd. Hij blijft weifelend, afstandelijk, vertragend. Maar hij weet wanneer the point of no return overschreden wordt. En die bestrijdt hij met een absoluut gebaar. De onzekerheid over de eigen lotsbestemming en de angst voor geluk schragen dit polderdrama - een tragiek die alleen kan in de vergeten drienden, het achterland waar de natuur sterker is dan de mens, de onstelpbaarheid van de zee.

Vantoortelboom heeft op pijnlijk genuanceerde wijze de zelf opgelegde ondergang getekend, die wellicht het gevolg is van de strakke maatschappelijke vereisten. Zowel in het gezin als in de school wordt getracht elk individu te formatteren, en de ontgoocheling die daaruit voortvloeit voor gevoelige personen heit de palen voor zelfopheffing. Het christelijke waanidee van onoverkomelijke schuld draagt dit fait divers. Dat een veel ruimere dimensie krijgt omdat net door zijn anecdotiek de tragedie geladen wordt met mensoverschrijdende illusieloosheid. De simpelste gebaren, het zetten van koffie, het staren in de knoestgaten van een planken vloer, de ontmaagding, en vooral de vergeefse ontsnappingpoging aan het noodlot door de bouw van een eigen boot die alle krachten wegzuigt uit de sociale rol die Leon wil spelen, ze zetten in de verf hoe elk levenstraject tot zelfnegatie gedoemd is.

Ondergangsfatalisme

Want "een mens sterft altijd in zijn eigen armen". Als hij of zij het nog beseffen kan tenminste. De mens is alleen geboren, verliest snel elk kontact met de ouders, slaagt er niet in zingevende verbintenissen aan te gaan. Uiteindelijk klapt elke mens in en op zichzelf terug. En geen maatschappij die echt echt kan oordelen of schuldgevoel terecht was of niet. De man die haast had is een somber, uitzichtloos verhaal. Maar van een grote menselijke diepte. Hoe moet een kind ooit verwerken dat door zijn toedoen ongeneeslijke wonden woden toegebracht ?"Hij was een kind toen hij haar leven ruïneerde. Ze schonk de volwassen man moed". Een Grieks mythologisch drama wordt bij Vantortelboom hertaald in een bijna vulgair plattelands, maar niet minder determinerend ondergangsfatalisme. Alleen een offer kan de zijsprongen van de onverbiddelijke tijd tot evenwicht brengen. Leon offert zijn spraak op, om de liefdevolle vernietiging van een vermeende intieme band te verheffen tot uitvlakking van verdoemenis. Leven bestaat uit stuipen, niet uit milde evolutie. En die stuipen eisen hun slachtoffers. Bij wie het ondergaat, bij wie het veroorzaakt, gewild of ongewild.

Collage van de eerste twee titels van Vantoortelboom.

Collage van de eerste twee titels van Vantoortelboom. © Website Jan Vantoortelboom

De man die haast had overstijgt in treurige diepgang zijn eerstelingen, De verzonken jongen en Meester mitraillette, het grimmige relaas van een fataal aflopende warmte tussen een leraar en een kind en hun ontzag voor de natuur. Fataal omdat de meester uitgespuwd wordt door de besloten, nukkige gemeenschap met haar eigen traditionele regels. Hij zal boeten voor wat hooguit een complot van vooroordelen wordt. Vantoortelboom gebruikt diezelfde obsessies (wellicht autobiografische contraintes) in zijn debuutroman. Schuld, onafwendbare en te vroege dood, wrange tot onmogelijke menselijke relaties, springerig noodlot, en het canvas van een vlak, verraderlijk landschap, ze zijn het desem van de kleine drama's die mensen voor het leven tekenen.

Rancuneuze dorpsgemeenschap

Eigenlijk heeft Vantoortelboom maar één echte drijfveer: het verlies van kinderlijke onschuld. Dat (onbewust) is ingegeven door vernauwde, kromme duiding van rancuneuze dorpsgemeenschappen. En de mens tot een speelbal maakt van zijn eigen onhebbelijkheden, zijn tekort om zichzelf correct te ontleden, en zijn onhandigheid om bruggen van waarachtige gevoelens te leggen. Vantoortelboom is de psychologische Lode Zielens van vandaag. Zonder het cynisme van Kurt Köhler, maar met de uitzichtloosheid van Jan Walravens. Een verteller om in ere te houden.

Jan Vantoortelboom, De man die haast had. Amsterdam/Antwerpen, Atlas Contact, 144 blz.

Lukas De Vos

Onze partners