23/07/13 om 09:36 - Bijgewerkt om 09:36

Belgische staatsschuld is niet 104,5 maar 655 procent van het bbp

De officiële statistieken van de overheidsschuld geven een zeer gedeeltelijk beeld van de ware omvang van die schuld. Voor België is de echte staatsschuld ruim zes maal zo groot als de officiële.

Belgische staatsschuld is niet 104,5 maar 655 procent van het bbp

"Zes jaar na de start van de financiële crisis heeft de staatsschuld in de meeste geïndustrialiseerde landen een niveau bereikt nooit eerder gezien in vredestijd... Wat het allemaal nog erger maakt is dat officiële schuldstatistieken een onderschatting geven van de ware omvang van de schuldproblemen waar de meeste economieën voor staan. Vele regeringen maakten immers beloften die neerkomen op aanzienlijke stijgingen in de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg gedurende de komende decennia", zo staat te lezen in de openingsparagraaf van hoofdstuk 4 in het jongste jaarverslag van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB).

Dat hoofdstuk 4 handelt volledig over de houdbaarheid van de publieke financiën in de rijke landen. De BIB is de bank der centrale bankiers en verwierf de voorbije jaren grote autoriteit daar het als enige van de bekende internationale instellingen (IMF, OESO, Europese Commissie, ...) uitgebreid en tijdig waarschuwde voor de grote financiële crisis.

In het citaat hierboven aangehaald wordt duidelijk verwezen naar de overheidsschuld die niet uitgedrukt wordt in de officiële statistieken maar die omwille van de aangegane engagementen vanwege regeringen zeer reëel is en in ieder zeer reëel zal worden in de komende decennia. In het vakjargon noemt men deze toekomstige schuld de impliciete schuld. De tot vandaag aangegane schuld is de expliciete overheidsschuld.

De gisteren door Eurostat vrijgegeven cijfers over de evolutie van de staatsschuld slaan uitsluitend op de expliciete schuld. België klokte volgens Eurostat op het einde van het eerste kwartaal van dit jaar af op een overheidsschuld gelijk aan 104,5% van het bbp. Binnen de EU moeten we vier landen laten voor gaan: Griekenland (160,5%), Italië (130,3%), Portugal (127,2%) en Ierland (125,1%). Vallen op met lage schuldratio's: Estland (10%), Bulgarije (18%) en Zweden (39%).

De officiële statistieke geven echter een hoogst onvolledig beeld van de ware omvang van de overheidsschuld. Een recente berekening omtrent de omvang van de impliciete staatsschuld leert dat die voor België 558% van het BBP bedraagt. Samen met staatsschuld effectief bereikt eind 2012 geeft dat een totale overheidsschuld van 655% van het bbp (zie bovenstaande tabel).

Opmerkelijk is dat de beleidsmaatregelen genomen tot en met 2012 verwerkt zitten in de berekeningen die aan de basis liggen van de cijfers vervat in bijgaande tabel. Het klinkt dus zeer onwezenlijk te vernemen dat we onze publieke financiën op dit ogenblik redelijk onder controle hebben. Dat is manifest niet zo.

De cijfers zoals weergegeven in bijgaande tabel komen van de Stiftung Marktwirtschaft verbonden aan de universiteit van Freiburg. Deze instelling komt regelmatig met deze berekeningen over de omvang van de impliciete overheidsschuld. Binnen de Europese Centrale Bank (ECB) bijvoorbeeld neemt men deze cijfers zeer au sérieux. Overigens liggen de resultaten zoals bekomen door de Stiftung Marktwirtschaft nagenoeg volkomen in de lijn van soortgelijke berekeningen gedaan door de BIB zelf, de OESO, het IMF en onafhankelijke economen als Larry Kottlikoff van Boston University. Het boek De Perfecte Storm van de Gentse economen Gert Peersman en Koen Schoors handelt in essentie over deze cijfers.

België zit met haar cijfers behoorlijk slecht binnen de groep van de 27 EU-landen al doen landen als Ierland, Luxemburg, Griekenland, Spanje, Cyprus en Slovenië het nog slechter. Dit is de groep van de usual suspects, op Luxemburg na. Het groothertogdom zit opgescheept met een pensioensysteem dat in de komende decennia compleet onbetaalbaar zal blijken te zijn. Ook valt op dat Italië zelfs zwaar negatieve impliciete schuld heeft.

Dit heeft alles te maken met de hervormingen van het pensioensysteem in Italië en met het feit dat dit land nu toch al jaren primaire begrotingsoverschotten kan boeken (primair = uitgaven zonder rentelasten). Een belangrijke nuancering van het optimistische plaatje voor Italië is dat zowel een stijging van de rente als de aanhoudende recessie (laat staan een combinatie van de twee) dit optimistische beeld snel en drastisch kunnen doen omslaan. Ook de goede positie qua impliciete staasschuld van Duitsland valt op.

Tot slot mag niet uit het oog verloren worden dat met name in de VS en Japan de echte omvang van de staatsschuld zeker niet beter oogt dan in Europa. Op enkele uitzonderingen na zijn alle rijke landen ziek in hetzelfde bedje. Wat vandaag voortdurend verteld wordt over de evolutie van de staatschuld en de mate waarin men die publieke financiën onder controle heeft, vertoont maar bitter weinig band met de harde realiteit terzake.

Onze partners