Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

05/11/15 om 09:26 - Bijgewerkt om 09:21

'Wie zijn wij om in de plaats van deze vrouwen te bepalen of hun boerkini discriminerend is?'

'Het is ontzettend denigrerend voor moslimvrouwen dat een praktijk waar ze zelf geen graten in zien 'voor hun eigen bestwil' verboden wordt', schrijft student filosofie Natan De Coster. 'Als moslimvrouwen ooit massaal zouden besluiten om de hoofddoek voortaan links te laten liggen zal dat zijn uit eigen overtuiging, niet omdat een bange blanke man het hen opgelegd heeft.'

'Wie zijn wij om in de plaats van deze vrouwen te bepalen of hun boerkini discriminerend is?'

© istock

Delen

'Wie zijn wij om in de plaats van deze vrouwen te bepalen of hun hoofddoek of boerkini discriminerend is?'

"Laten we ernstig blijven. Een boerkini is discriminerend en in strijd met de gelijkheid man vrouw."N-VA-parlementsleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters uitten in Knack ernstige kritiek op de klacht van het Gelijkekansencentrum tegen het Antwerpse boerkiniverbod. Achter hun feministisch discours schuilt echter een houding die veel denigrerender is voor de moslimvrouwen dan eender welk religieus kledingvoorschrift.

Boerkini discriminerend?

Laten we ernstig blijven, of de boerkini (en bij uitbereiding de hoofddoek) echt wel zo discriminerend is, is alles behalve een uitgemaakte zaak. Wanneer we kijken naar landen zoals Saoedi-Arabië en Iran waar het voor vrouwen wettelijk verplicht is het lichaam te bedekken en waar overtredingen streng bestraft worden, is er duidelijk sprake van een inbreuk op de gelijkheid tussen man en vrouw. Er is immers geen vergelijkbare kledingnorm voor het mannelijke deel van de bevolking. In België echter, is de situatie anders. Niet alleen is er hier geen dergelijke geïnstitutionaliseerde discriminatie die flagrant ingaat tegen het gelijkheidsprincipe, ook is er onder de moslimvrouwen van ons land een brede waaier aan motieven om het hoofd en lichaam de bedekken.

Delen

'Persoonlijke keuze kan religieus geïnspireerd zijn, maar kan even goed een kwestie van traditie zijn.'

Het valt niet uit te sluiten dat een minderheid van de vrouwen zich inderdaad tegen hun zin, onder druk van familie of religieuze gemeenschap, neerleggen bij het voorschrift. Voor vele anderen daarentegen is het meer dan ooit een vrijwillige keuze, zo bewijzen initiatieven als 'Baas over eigen hoofd'. Die persoonlijke keuze kan in de eerste plaats religieus geïnspireerd zijn, maar is evengoed voor veel vrouwen een kwestie van traditie die geheel niet met discriminatie geassocieerd wordt. Tekenend is dat wanneer bijvoorbeeld de hoofddoek weer eens in opspraak komt, het steevast de vrouwen zelf zijn die opkomen voor hun recht zich te sluieren. Dan toch niet zo'n schoolvoorbeeld van discriminatie?

Ongelijkheid

Dat veel vrouwen zelf de hoofddoek of boerkini niet ervaren als een vorm van onderdrukking bewijst natuurlijk niet dat er - op theoretisch vlak tenminste - geen sprake is van ongelijkheid tussen man en vrouw binnen de moslimcultuur. Feitelijke ongelijkheid en de perceptie van die ongelijkheid binnen de bewuste groep gaan immers niet noodzakelijk gepaard. Wel plaatst het ernstige vraag-tekens bij de pertinentie en zelfs de legi-timiteit van de aanklachten tegen de hoofddoek en boerkini vanuit de dominante (Vlaamse) cultuur.

Verbod voor eigen bestwil?

Stel nu dat we toch besluiten dat hoofddoeken en boerkini's, al was het maar op zuiver theoretisch niveau, in strijd zijn met het fundamentele gelijkheidsbeginsel. Dan is de vraag wat we hier verder mee doen. De aanpak vanuit conservatieve hoek lijkt tot nu toe te zijn geweest: zo luid mogelijk veroordelen en waar het kan de hoofddoek (of boerkini) door middel van repressie weren. "Ik zal niet accepteren dat vrouwen zich als minderwaardige wezens moeten wegsteken onder een boerkini." - aldus Antwerps schepen van sociale zaken Fons Duchateau(N-VA). Wat die moslimvrouwen daar zelf over denken schijnt van weinig belang te zijn. Maar welk signaal geven we eigenlijk door de boerkini of hoofddoek, tegen de ervaring van vele moslimvrouwen in, te veroordelen als symbool van onderdrukking?

In feite zegt de Antwerpse schepen niets minder dan 'Dames, jullie mogen het dan zelf niet beseffen, maar jullie worden onderdrukt, en dat kan ik niet dulden.' Deze houding -het idee dat wij, als verlichte geesten, wel zullen bepalen wat het beste is voor anderen- getuigt van een werkelijk stuitende arrogantie en een paternalisme dat samen met het kolonialisme al lang begraven had moeten worden.

Het is ontzettend denigrerend voor moslimvrouwen dat een praktijk waar ze zelf geen graten in zien 'voor hun eigen bestwil' verboden wordt. Net alsof het kinderen zijn. Wie zijn wij, als niet-moslims, om in de plaats van deze vrouwen te bepalen of de hoofd-doek of boerkini discriminerend is?

Geen 'vernietigend cultuurrelativisme'

Dit is geen vernietigend cultuurrelativisme, zoals Vuye en Wouters menen, enkel een noodzakelijke dosis respect voor elkaars cultuurbeleving. De vrouwen die protesteren tegen de Antwerpse maatregel hebben geen verborgen agenda, ze ijveren niet voor een algemene invoering van een formeel hoofddoeken- en boerkinigebod, enkel voor het recht er zelf, uit eigen overtuiging, één te mogen dragen. Indien we de hoofddoek of boerkini 'toestaan' luidt dit met andere woorden niet noodzakelijk het einde in voor het gelijkheidsprincipe als fundamentele waarde. Integendeel, door niet te kiezen voor repressie en in combinatie met toegankelijk onderwijs kunnen we Belgische moslimvrouwen de ruimte geven om voor zich-zelf uit te maken of een emancipatiestrijd nodig is. Het is, nogmaals, niet onze white man's burden om dat voor hen te doen.

Nefast voor integratie

Ook uit pragmatische overwegingen valt er veel aan te merken op een paternalistische houding zoals die van Vuye, Wouters en Duchateau. Realistisch gezien zullen maar zeer weinig moslimvrouwen, louter omwille van de maatregel, in een 'regulier' badpak de publieke zwembaden bezoeken. De kans is veel groter dat velen zich er juist helemaal niet meer zullen vertonen. Daarnaast zullen ook de jongste kinderen, zonder hun moeders, geen toegang meer hebben tot de zwembaden.

Op die manier is het enige resultaat van een 'welgemeende' en 'vrouwvriendelijke' maatregel een ondergraving van de vele inspanningen die gedaan zijn om juist deze groep meer te integreren in de stedelijke publieke ruimtes. Een verdere vervreemding en wederzijds onbegrip is het enige wat we van dit soort verboden kunnen verwachten. Als moslimvrouwen ooit massaal zouden besluiten om de hoofddoek voortaan links te laten liggen zal dat zijn uit eigen overtuiging, niet omdat een bange blanke man het hen opgelegd heeft.

(Natan De Coster zit in de derde Bachelor Wijsbegeerte aan de UGent)

Onze partners