Hendrik Vuye & Veerle Wouters
Hendrik Vuye & Veerle Wouters
Onafhankelijke Kamerleden
Opinie

08/01/18 om 07:01 - Bijgewerkt om 13:03

'Wetgeving om fake news te bestrijden, ondermijnt essentieel element van de rechtsstaat'

Fake news bestrijden, het staat op de politieke agenda in Berlijn en Parijs. Wanneer het daar regent, zal het hier wel snel druppelen. Maar wat is de rol van de (sociale) media in een moderne democratie, vragen Kamerleden Veerle Wouters en Hendrik Vuye.

'Wetgeving om fake news te bestrijden, ondermijnt essentieel element van de rechtsstaat'

© iStock

De Franse president Emmanuel Macron kondigt in zijn nieuwjaar-speech voor de verzamelde pers een wet aan die fake news bestrijdt. Benjamin Griveaux, woordvoerder van de regering-Macron, kondigt zware sancties aan, waaronder het sluiten van websites. Ook Waals PS-minister Jean-Claude Marcourt ziet het wel zitten om fake news te bestrijden. Kort geleden waren we allemaal nog #jesuischarlie, plots moeten meningen aan banden gelegd worden.

In Duitsland is het al zover. Sinds 1 januari is een wet van kracht die de sociale media aan banden legt. Geestelijke vader van de wet is socialistisch minister van Justitie Heiko Maas. Sociale media moeten zelf op zoek naar ontoelaatbare meningen en deze offline halen. Gebeurt dit niet, dan volgt een boete die hoog kan oplopen. Heiko Maas heeft de censuur uitbesteed. Het zijn de sociale media zelf die oordelen wat toelaatbaar is en wat niet. Een van de eerste slachtoffers is AFD-politica Beatrix von Storch. Als reactie op een bericht in het Arabisch van de Duitse politie twittert ze 'wat is er in ons land aan de hand'. Ze voegt er aan toe 'Denkt u die barbaarse, islamitische, groepsverkrachtende mannenhorde zo tot bedaren te brengen'. Haar tweet wordt geschrapt.

Delen

Wetgeving om fake news te bestrijden, ondermijnt essentieel element van de rechtsstaat

Sommigen zullen deze tweet smaakloos vinden. Anderen juichen hem toe. Maar dat is niet de kern van het debat. Veel problematischer is dat de censuur wordt uitbesteed aan commerciële spelers als Twitter en Facebook. Zij veroordelen zonder enige voorafgaande rechterlijke toets en zonder verweer. Van een contradictoir debat is al helemaal geen sprake. En toch, de tweet van von Storch zal waarschijnlijk de rechterlijke toets doorstaan. Ze roept niet op tot geweld. Ze is een politica die zich tot haar kiezers richt aangaande een aangelegenheid waar een maatschappelijk debat over bezig is. Net in die omstandigheid is er volgens het Mensenrechtenhof geen plaats voor beperkingen van de vrije mening. Maar in Duitsland worden deze meningen nu wel gecensureerd.

Heiko Maas en Emmanuel Macron argumenteren dat dergelijke wetgeving de rechtsstaat moet beschermen. Maar beiden ondermijnen wel een essentieel element van de rechtsstaat, namelijk de vrije meningsuiting. Deze geldt immers niet alleen voor meningen die algemeen worden geaccepteerd maar ook voor meningen die beledigen, aanstoot geven en verontrusten. En het Mensenrechtenhof voegt er altijd aan toe dat dit zo moet zijn omwille van het pluralisme, want zonder pluralisme is er geen democratie.

Zegen en pest

Sociale media zijn een zegen en een pest. Ze zijn een zegen omdat er ook meningen aan bod komen die niet in de klassieke media komen. Ze vullen die klassieke media aan en vullen een leemte. Ze zijn ook een pest, omdat er nergens meer fake news circuleert dan op sociale media. Wie denkt dat bijvoorbeeld politieke partijen er objectieve informatie verspreiden, die tuimelt in de val. Op sociale media wordt het politiek debat ook vrij snel inhoudsloos. Wanneer het debat over het al dan niet asiel verlenen aan Soedanezen uiteindelijk wordt beslecht op Facebook met een foto van een geeuwende dromedaris (Bart De Wever), een tegel met de spreuk 'De trots is niet blind voor eigen gebreken, maar de hoogmoed is dat wel' (Gwendolyn Rutten) en een filmpje van Michelle Obama (Wouter Beke), dan is het echt armoede troef bij deze drie partijvoorzitters. Maar, zoals Het Laatste Nieuws dit weekend terecht schrijft: eerst de likes, de stemmen volgen wel. De stemmen volgen op de likes, niet op de inhoud van een politieke boodschap. Dat is wel heel erg in een democratie. Maar als de kiezer liever geeuwende dromedarissen, tegeltjes en filmpjes heeft dan inhoud, dan is dat de keuze van de kiezer. Want ook dat blijft een waarheid in de democratie: de kiezer krijgt de politici die hij verdient.

Waar de sociale media de klassieke media aanvullen, is het de rol van de klassieke media om meningen die circuleren op het net te duiden. En dit gebeurt te weinig, ook al omdat de klassieke media steeds meer op de sociale media lijken. Kranten en tijdschriften hebben een website en zitten op Facebook en Twitter. Ze ondergaan dan ook de wetten van de sociale media. Dit weekend schrijft Kamerlid Eric Van Rompuy (CD&V) een inhoudelijke blog over de rol van het parlement, de media en de sociale media in een democratie. Van Rompuy slaat nagels met koppen waar hij het heeft over het failliet van het parlementair debat. Zijn inhoudelijke blog wordt door een kwaliteitskrant getweet als: 'Van Rompuy: premier is handpop van de N-VA'. Dit is pas fake news. Maar ere wie ere toekomt, in De Zevende Dag zal journalist Ivan De Vadder de boodschap van Van Rompuy wel juist weergeven als een waarschuwing voor het failliet van het parlement. Alles is dus niet altijd fout, wel integendeel.

Wat is dan de rol van de klassieke media in een democratie? De persvrijheid is een variante van de vrijheid van meningsuiting. Maar het is wel een variante die functioneel is. Persvrijheid is niet zomaar een privilege van de journalist. Ze dient een maatschappelijk doel. De pers is de 'waakhond' van de democratie, de controleur van de staatsmachten. Dit is een bijzonder goede zaak. Maar het stoort, want sommige machthebbers hebben liever geen waakhond. Vandaar ook dat politieke partijen de sociale media hebben ontdekt waar ze zonder de analyse van de journalist vrij hun propaganda kunnen verkopen. De rol van waakhond van de democratie is bijzonder belangrijk, maar de media moeten deze taak ook opnemen. En dat gebeurt niet altijd.

Waakhond

Er is nu al maanden een maatschappelijk debat bezig over migratie in ons land. Hoeveel kranten hebben de cijfers van de regering-Michel al vergeleken met deze van de regering-Di Rupo? Gaat het hier echt wel over het rechttrekken van dertig jaar socialistisch wanbeleid? Bart Brinckman geeft in De Standaard een aanzet waar hij schrijft dat de influx van vreemdelingen onder de regering-Michel 7% hoger ligt dan onder de regering-Di Rupo. Hij spreekt hier het beeld tegen dat op sociale media gretig wordt gedeeld. Terecht, want de migratiestroom is echt niet onder controle. We zeggen niet dat andere media die niet hebben gedaan, maar van een waakhond mag men toch iets meer verwachten nu het over een belangrijk maatschappelijk debat gaat.

De klassieke media hebben ook een tweede rol. Naast het recht van de pers om informatie te verspreiden, is er ook het recht van de burgers om informatie te ontvangen. Ook dit kan men lezen in de rechtspraak van het Mensenrechtenhof. Maar gebeurt dit echt? Sommige meningen komen in de klassieke media nauwelijks aan bod. Vandaar dat ze in extreme bewoordingen zo welig tieren op Twitter en Facebook. Hier is er nog een heel lange weg te gaan. Sommigen hebben dit al ingezien. Journalist Joël De Ceulaer verdient hier een pluim. Hij laat wel eens meningen aan bod komen die echt niet stroken met zijn visie die hij op sociale media laat horen aan al wie hem wil volgen. Ook dat is de rol van de media in een moderne democratie. Kranten dienen niet alleen om opiniestukken van journalisten af te drukken, maar ook om te voldoen aan het recht van de burger om informatie te ontvangen.

De eenvoudige en eenzijdige boodschappen die sociale media verspreiden, verdienen duiding. Net daarom moet journalistiek meer zijn dan passief standpunten weergeven. In tijden van sociale media is er nood aan meer analyse in de klassieke media, zeker niet aan minder. Maar gebeurt dit altijd? Journalisten zouden wat kritischer mogen zijn ten opzichte van informatie die ze van partijwoordvoerders krijgen. Onze media zijn zeker geen slapende hond, maar van een waakhond mogen we toch iets meer verwachten? Ook voor journalisten geldt: wie zich voor hond verhuurt, moet botten kluiven.

Onze partners