Herman Matthijs (UGent, VUB)
Herman Matthijs (UGent, VUB)
Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën
Opinie

20/09/17 om 05:00 - Bijgewerkt op 19/09/17 om 17:13

'Welke regering gaat nu eindelijk de pensioenen betaalbaar maken?'

De politieke discussie rond de pensioenhervorming bereikte de afgelopen dagen een hoogtepunt. In feite had dit dossier al decennia geleden al structureel opgelost moeten zijn, maar de diverse regeringen hebben de hete brei steeds doorgegeven aan de volgende ploeg.

'Welke regering gaat nu eindelijk de pensioenen betaalbaar maken?'

Daniel Bacqueline © Belga

De feiten

De budgettaire factuur van de pensioenen stijgt bijzonder snel. In 2017 gaat het al om meer dan 42 miljard euro: 11 miljard voor de overheidspensioenen en 31 miljard voor de werknemers en zelfstandigen. Dat bedrag is nu al de grootste uitgavenpost op federaal vlak en zal blijven stijgen. Vele van de genomen maatregelen brengen de eerste jaren immers niets op: de meeste maatregelen hebben betrekking op de huidige werkenden en hun pensioenen gaan minder voordelig zijn.

Delen

Welke regering gaat nu eindelijk de pensioenen betaalbaar maken?

Opmerkelijk is dat de huidige omvangrijke groep gepensioneerden amper wordt aangesproken om in te leveren. Ongetwijfeld heeft dit laatste te maken met het feit dat de groep gepensioneerden een uiterst belangrijke electorale groep vormt met ruim 2,3 miljoen gerechtigden. Daarvan zijn er ongeveer 500.000 ambtenarenpensioenen , waarvan er zowat 250.000 volledige overheidspensioenen zijn en evenveel gemengde systemen. Daardoor gaat het om ruim 1,9 miljoen gepensioneerden ten laste van de sociale zekerheid. Welke politieke partij zou daar tegen in willen gaan - zeker nu in de pre-electorale campagne ?

Fouten

De fout van het verleden is de massale toepassing van het systeem van de vervroegde pensioenen. Het was erg populair om mensen vanaf hun 50ste en zelfs daarvoor op pensioen te zetten. Het overgrote deel van de overheidssector - met uitzondering van voornamelijk het leger, de spoorwegen en de politie - konden en kunnen daar niet van genieten omdat daar de grens steeds minimaal 60 jaar is geweest. Maar we kennen vandaag dus veel gepensioneerden die al veel langer een pensioen trekken dan ze ooit jaren hebben gewerkt en bijgedragen hebben aan het systeem.

Delen

De fout van het verleden is de massale toepassing van het systeem van de vervroegde pensioenen.

De ontsporing van het pensioensysteem heeft ook te maken met de langere levensduur en de latere intreding op de arbeidsmarkt van de jongeren . Dat laatste is meestal te verklaren door de langere studieduur.

Ook het 'Zilverfonds' uit het begin van deze eeuw is een dure budgettaire mislukking geweest om iets te doen aan het ontspoorde systeem.

Het wettelijk pensioen is gebaseerd op het repartitiestelsel en de sociale zekerheidsbijdragen volstaan al lang niet meer om dat te betalen, maar geen enkele regering heeft ooit de beslissing genomen om dat verouderd stelsel te vervangen door een spaar-kapitalisatiestelsel. Desalniettemin mag men niet vergeten dat de invoering van een spaar-kapitalisatiestelsel tijd gaat vergen om het nieuwe stelsel financierbaar te maken. De Zweedse ervaring uit de jaren negentig leert ons dat dit toch wel minimaal 15 jaar duurt en dan moet men ook rekening houden met bestaande economische groeicijfers en beursevoluties. Bovendien dreigt de oudere werkende generatie twee keer te moeten betalen, namelijk éénmaal voor zichzelf en nog een tweede keer voor de bestaande gepensioneerden.

Nogal wat niet-ambtelijke pensioenen genieten van een tweede pijler. De rijkere sectoren bieden dat aan. Het is opvallend dat de intersectorale solidariteit hier vrijwel onbestaande is. Als de overheden hiervoor blijven opteren dan zal ook daar meer en meer de vraag worden gesteld om een tweede pijler in te richten voor de contractuelen. Alleen, hoe gaat men dat financieren?

Oplossing

Delen

Als mensen op hun zestigste op pensioen willen gaan, wel: laat ze gaan. Maar dan met de afspraak dat ze minder pensioen krijgen.

Het is absoluut noodzakelijk dat de budgettaire omvang van de pensioenen onder controle wordt gehouden. Het wettelijk pensioen is een basisvereiste in onze maatschappij en daarin moet voorzien worden. Maar een omschakeling naar een spaar-kapitalisatiestelsel is meer dan nodig. Men kan de federale factuur verlichten door af te spreken dat de deelstaten zelf vanaf een bepaalde datum moeten instaan voor de nieuwe pensioenen van hun ambtenaren. De zesde staatshervorming heeft het pensioensysteem nationaal gehouden en dat gelinkt aan een compleet ondoorzichtige bijdrage van de deelstaten in het kader van de Bijzondere Financieringswet. Een stuk logischer zou zijn om bijvoorbeeld de pensioenen van de lokale politie, het onderwijs, de lokale administraties e.a. te laten betalen vanuit de bevoegde deelstaten.

De bestaande tweede pijler is een bijkomend pensioen voor de overwegend lage werknemers- en zelfstandigen pensioenen. Maar de overheid moet er dan wel mee stoppen om deze tweede pijler continu meer te belasten.

Op korte termijn is alleen de derde pijler, het pensioensparen, een oplossing. Door het te sparen bedrag aanzienlijk te verhogen en fiscaal aantrekkelijk te maken kan een en ander in gang gezet worden. Vooreerst zullen de mensen hun spaargeld in dit systeem steken, waardoor er meer geld op langere termijn beschikbaar is op de binnenlandse kapitaalmarkt. Bovendien zullen burgers zelf hun pensioenspaarpot kunnen verhogen.

Als mensen op hun zestigste op pensioen willen gaan, wel: laat ze gaan. Maar dan met de afspraak dat ze minder pensioen krijgen. Het is een vrije keuze om te blijven werken tot hun 67ste. Bovendien laat men beter alle gepensioneerde toe om verder ongelimiteerd bij te werken. Dat laatste kan alleen maar geld op brengen voor de schatkist.

Conclusie

Met het gehakketak van de laatste dagen hebben de regeringspartijen zeker geen punten gescoord in deze pre-electorale periode. Men kan zich troosten met het feit dat de oppositiepartijen ook geen realistische betaalbare oplossingen hebben. Daardoor is de financiering van de pensioenen nog maar eens doorgestuurd naar de volgende regering. Die volgende federale regering zal dan toch iets structureels moeten oplossen, want anders ontploft dit dossier financieel volledig. Een zekerheid is er al: het zal voor Michel II zijn.

Lees meer over:

Onze partners