Bruno De Lille (Groen)
Bruno De Lille (Groen)
Brussels fractieleider van Groen
Opinie

12/01/16 om 08:09 - Bijgewerkt op 08/01/16 om 13:19

'Waarom het onzichtbaar maken van elke verwijzing naar religie niet wenselijk is'

'Als het over religie gaat, houden heel wat politici er een verkrampte houding op na', schrijft Bruno De Lille (Groen). 'Nochtans kan je met religieuze werknemers perfect een neutrale dienstverlening garanderen.'

'Waarom het onzichtbaar maken van elke verwijzing naar religie niet wenselijk is'

© istock

Ook in Brussel leeft de discussie over het invoeren van de "laïciteit" volop. Als er een plaats is waar we elke dag geconfronteerd worden met een veelheid aan religies, dan is het in onze hoofdstad. En ook in Brussel houden heel wat politici en instellingen er een verkrampte houding op na. Zo werd Actiris, de Brusselse VDAB, onlangs nog veroordeeld omwille van het hoofddoekenverbod voor zijn werkneemsters.

Vanwaar toch die angst voor symbolen? Voor alle duidelijkheid: ik ben ongelovig én ik vind dat religie een privé-zaak is. Toch zie ik er geen graten in om me aan een loket te laten helpen door mensen met een hoofddoek, keppeltje of zelfs een pastavergiet op het hoofd. Onze grondwet garandeert zowel 'de scheiding van kerk en staat' als 'godsdienstvrijheid' en dat zijn twee principes die me heel dierbaar zijn. Ze zijn dan ook - in tegenstelling tot wat veel mensen vandaag denken - goed te combineren: zelfs met gelovige werknemers kan je een perfect neutrale dienstverlening garanderen.

Delen

'Waarom het onzichtbaar maken van elke verwijzing naar religie niet wenselijk is'

Want daar gaat het om: hoe gedraagt je werknemer of medewerker zich. Als de vrouw met een hoofddoek de formulieren van het homokoppel correct verwerkt, als de katholieke dokter zijn terminale patiënt helpt sterven, als de joodse medewerker ook op zaterdag wil komen werken ... dan is er toch geen probleem? De overgrote meerderheid van de gelovigen in ons land heeft daar trouwens geen enkele moeite mee.

Gedachtenpolitie

Alleen krijgen die mensen vandaag de kans niet meer om dat te bewijzen. Als een 'gedachtenpolitie' denken we in hun plaats. De collega die vast tijdens de ramadan, wil ons dan eigenlijk "verplichten volgens sharia-regels te leven". Vrouwen die een hoofddoek dragen worden daar "vanzelfsprekend" toe verplicht. Het is echter onmogelijk om je te verdedigen tegen dingen die je niet gedaan hebt maar waarvan onze 'gedachtenpolitie' denkt dat je ze wel zou willen doen.

Het blijkt in de praktijk trouwens zo goed als onmogelijk om van mensen een "neutraal" uiterlijk te eisen. Een hoofddoek kan je inderdaad zien als een symbool voor de islam. Maar laat je die hoofddoek dan wel toe voor een niet-moslim-vrouw die door chemotherapie haar haren is verloren? Een grote volle baard vind je tegenwoordig zowel bij strenge moslims als bij ongelovige hipsters. Wie van de twee moet zich scheren? En mag ik als lid van Groen geen groen hemd dragen en mijn sp.a-collega wel? Het gaat dan niet meer om wat neutraal 'is' maar wel om wat de chef, de collega of de klant neutraal 'vindt'. Een 'gedachtenpolitie' die op basis van intentie-processen bepaalt wie wat mag dragen. Willen we in zo'n maatschappij leven?

Delen

'Als we - terecht - van gelovigen eisen dat ze de 'scheiding van kerk en staat' respecteren, dan moeten we dat ook met de 'godsdienstvrijheid' doen.'

Veel eenvoudiger is het als we het gedrag van mensen bekijken. Wat behoort tot het takenpakket? Ben je een ambtenaar die van 9 tot 5 aan een loket moet zitten, dan neem je geen 5 pauzes om te bidden. Is de winkel waar je werkt de hele week open, dan ben je er af en toe ook op zaterdag of zondag. Wil je dat niet, dan vertrek je maar. Die regels mogen natuurlijk niet discrimineren maar daar hebben we duidelijke wetten over en een Interfederaal Gelijkekansencentrum of rechtbank bij twijfel.

Als we - terecht - van gelovigen eisen dat ze de 'scheiding van kerk en staat' respecteren, dan moeten we dat ook met de 'godsdienstvrijheid' doen. De "laïciteit" invoeren, het onzichtbaar maken van elke verwijzing naar religie is dus niet wenselijk en maakt het samenleven in onze superdiverse maatschappij niet gemakkelijker. Geen gedachtenpolitie dus maar samen zoeken naar een manier waarop we de lat voor iedereen gelijk leggen.

Onze partners