Bart Caron (Groen)
Bart Caron (Groen)
Vlaams Volksvertegenwoordiger voor Groen
Opinie

06/12/15 om 16:05 - Bijgewerkt op 04/12/15 om 14:48

'Vlaanderen bouwt monumentenzorg beetje bij beetje af'

'Iedereen vindt een historische stadskern wel mooi en aantrekkelijk, maar blijkbaar ervaren veel eigenaars de bescherming als een last in plaats van een lust', schrijft Bart Caron (Groen). 'Elk jaar worden er minder monumenten en landschappen beschermd.'

'Vlaanderen bouwt monumentenzorg beetje bij beetje af'

© iStockphoto

Geert Bourgeois, bevoegd voor Onroerend Erfgoed is niet de grote verdediger van onze monumenten, landschappen en archeologie. Je zou dat kunnen verwachten en hij laat dat graag uitschijnen. Immers, in het verleden hebben vooral Volksunie-ministers hun stempel gezet op de Vlaamse Monumentenzorg. Ingegeven door een oprechte interesse in de culturele kwaliteit en het inzicht dat het onroerend erfgoed van groot belang is voor de identiteit van de Vlaamse Gemeenschap.

Helaas, stap na stap wordt het instrumentarium afgebouwd. Onlogisch, want de minister en zijn administratie zijn volop bezig met de implementatie van het recente Onroerenderfgoeddecreet. En toch, er zijn vele signalen.

Delen

'Vlaanderen bouwt monumentenzorg beetje bij beetje af'

Het eerste is het 'Kerntakenplan' van de Vlaamse administratie. Minder Vlaamse overheid, minder ambtenaren is het adagio. Een rits opdrachten van het agentschap Onroerend Erfgoed wordt geschrapt. Een deel verdwijnt, een deel wordt doorgeschoven naar de steden en gemeenten.

Dat is in een aantal gevallen terecht. Zo schrapt het agentschap opdrachten voor derden bij ontwerp en coördinatie van werken aan beschermd onroerend erfgoed of het in eigen beheer uitgeven van wetenschappelijke publicaties.

Niet elke gemeente heeft een Monumentendienst

Maar daarnaast schuift de Vlaamse regering ook het inventariseren van gebouwen en landschapselementen naar de steden en gemeenten door. Ook het verlenen van advies over erfgoed dat is opgenomen in de inventaris krijgen de gemeenten op hun bord.

Zo zullen gemeenten sloopvergunningen kunnen toekennen voor panden die waardevol zijn en daarom in de inventaris zijn opgenomen, zonder dat ze vooraf enig advies moeten vragen. Maar hoeveel gemeenten hebben voldoende expertise in huis? Brugge of Gent, die hebben schitterende Monumentendiensten, maar ook Erps-Kwerps of Bevergem, die niet 'ontvoogd' zijn? Daarenboven, de gemeenten zijn niet gepolst.

In gemeenten die expertise hebben in hun diensten is dat te begrijpen, maar voor de meeste helemaal niet. De resultaten op lange termijn laten zich raden: er zal heel wat waardevol erfgoed verdwijnen, zonder iemand dat zal opmerken.

Minder premies voor restauratie

Veel drastischer is de verlaging van premies. Bourgeois wil de premiepercentages voor restauratie van erfgoed van lokale besturen, kerkfabrieken en andere eigenaars aanpakken. Zo denkt hij voor steden en gemeenten aan een verlaging van de premie van 80 naar 50% van de restauratiekost, voor kerken van 80% naar 60%. Ook private eigenaars zullen veel minder krijgen.

Duidelijkheid wil Bourgeois niet scheppen. Er is immers stevige onenigheid tussen de coalitiepartners. De wachtlijst van Bourgeois zal smelten als sneeuw voor de zon, veel onroerend erfgoed zal verloederen. Eerder schafte hij al de onderhoudspremies voor erfgoed van lokale besturen af.

Minder en minder monumenten en landschappen worden beschermd

De tendens om minder te beschermen zet ook door. Elk jaar worden er minder monumenten en landschappen beschermd. Dat leidt op lange termijn tot minder restauratiepremies. Ook de inventaris zal wel niet meer aangroeien, integendeel, er is sprake van een herziening, lees inkrimping. Het blijft ook wachten op de inwerkingtreding van het hoofdstuk archeologie uit het decreet. De afbakening van archeologische zones loopt vertraging op.

Daarnaast blijkt ook de erkenning van gemeenten als onroerenderfgoedgemeente niet echt een succes. Er is er één erkend, er zijn amper drie aanvragen. Dit label moet aantrekkelijker worden. Maar ja, de gemeenten krijgen er een pak extra-werk bij zonder dat er iets tegenover staat. En, gemeenten moeten dezer dagen ook ernstig de broeksriem aanhalen.

En tenslotte, er blijft oneindig veel werk aan de versterking van het draagvlak voor Onroerend Erfgoed. Iedereen vindt een historische stadskern wel mooi en aantrekkelijk, maar blijkbaar ervaren veel eigenaars de bescherming als een last in plaats van een lust. Samen met partnerorganisaties, verenigingen, vrijwilligers en het eigen agentschap moet hier dringend op ingezet worden. Maar ja, als het beleid niet ondersteunt en aanmoedigt...

Onze partners