Mohamed Ridouani
Mohamed Ridouani
Leuvens Schepen van Onderwijs, Personeelszaken, Leefmilieu en Diversiteit (sp.a)
Opinie

12/04/14 om 09:33 - Bijgewerkt om 09:33

Verplicht Nederlands op de speelplaats: de droom én illusie van de Vlaamse identiteit en vooruitgang

Leuvens Schepen van Onderwijs Mohamed Ridouani (sp.a) reageert op de N-VA-politici die respect voor de thuistaal van kinderen omschrijven als 'onderdrukking en bewust klein houden van mensen'. "Schoenmaker, blijf bij je leest". Jarenlange onderzoeken verdienen het niet om onder populistische zolen vertrappeld te worden."

'Kinderen leren beter en makkelijker Nederlands als ze minder Nederlands spreken.' Zo luidt de samenvatting die de heer Bracke maakte van Elke Decruyenaeres pleidooi gisteren in de pers waar ze als Gentse schepen van onderwijs de nieuwe richtlijn van het beleidsplan toelichtte. Op basis waarvan deze conclusie wordt gemaakt, is voor mij onduidelijk. Daarnaast zoek ik nog steeds naar het rechtstreekse verband van Demir en De Roover tussen thuistalen toelaten op de speelplaats en in de klas versus het creëren van apartheid.

Zoals we allemaal weten, houden interpretaties en samenvattingen een sluimerend gevaar in. Ze gaan complexe situaties reduceren tot onwaarheden. Ja, onwaarheden. De reacties op het Gentse voorstel getuigen van een gebrek aan kennis. Inderdaad, kinderen leren de eerste zes jaar het snelst een nieuw taal. Hun hersenen zijn als sponsen. Maar daarom is het net zo belangrijk dat er een eerste degelijk fundament wordt gelegd. En dat fundament bieden, of je het nu graag hebt of niet, de ouders. En het beste fundament wordt gelegd door ouders die de taal spreken die zij zelf het best kunnen. Zo niet, leer je je kind als ouder een 'gebrekkige' taal. Mocht ik als ouder mijn kind als Nederlandstalige Engels aangeleerd hebben, zou zijn woordenschat en taalkapitaal stukken minder zijn geweest dan nu. Ik sprak met hem de taal die ik zelf best onder de knie had, al van bij de geboorte. Want dit is nu net het cruciale bij het leren van een taal: dat het kind een goed taalaanbod krijgt, dat er veel gepraat wordt met het kind, samen gespeeld wordt, vragen gesteld worden... Tips over hoe je je kind als ouder kan ondersteunen bij een nieuwe taal, vind je trouwens heel mooi samen gevat op de website van Kind en Gezin.

En eens deze basis er is, kan gelijk welke taal bijkomend aangeleerd worden. De basis is echter cruciaal. En dan is het nonsens om te zeggen dat kinderen die thuis geen Nederlands geleerd hebben van de ouders systematisch starten met een achterstand. Nee, het zijn kinderen uit taalarme milieus die starten met een achterstand. Het gaat hierbij dus even goed over autochtone kinderen die thuis een minder rijk taalaanbod krijgen.

De thuistalen toelaten op de speelplaats en in de klas zou apartheid creëren. Alsof de taal van kinderen zich beperkt tot de gesproken taal... Mensen met jonge kinderen kunnen getuigen dat de meeste kinderen spontaan contact maken met elkaar, ongeacht de taal die zij spreken. Zij gaan ook zelf op zoek gaan naar een contacttaal. De thuistaal toelaten betekent niet dat zij zelf nooit meer een woord Nederlands gaan praten. Integendeel. Kinderen die zich gerespecteerd voelen in hun thuistaal, en daarmee samenhangend hun achtergrond, voelen zich beter op school. Maar dit aspect is blijkbaar onbelangrijk. Moet er dan enkel gekeken worden naar de leerprestaties? Nee. Zijn leerprestaties dan niet belangrijk? Uiteraard wel. Maar het is zo gevaarlijk en zelfs op het randje van discriminerend om een van thuis uit anderstalig kind onmiddellijk te gaan linken met achterstand, en dit voor de rest van zijn leven.

Want hoe moeten we dan verklaren dat kinderen van expats die ook van jongsaf aan geconfronteerd worden met een andere schooltaal dan hun thuistaal, meestal goed presteren? En alom geprezen worden, want zij spreken twee tot zelfs drie talen perfect. Wat een toekomstmogelijkheden in onze meertalige samenleving!

Wel, opnieuw ligt het cruciale antwoord in het belang van een goede basis in één (of meerdere) talen. Er zijn ook ouders die hun kind van bij de geboorte tweetalig opvoeden, waarbij de partners elk hun eigen moedertaal spreken met het kind. Als het aanbod van de twee talen goed is, zal dat meestal probleemloos verlopen. Uiteraard speelt ook de intelligentie van kinderen een rol in hoe sterk zij talig zijn. Net zoals bij veel leerprocessen, spelen zowel de aanleg als de omgeving een grote rol.

Waar vooral in geïnvesteerd dient te worden is in een goede beheersing van het Nederlands als instructietaal. De nadruk moet dus niet liggen op Nederlands als omgangstaal maar als instructietaal. De lessen zelf blijven in Gent dan ook in het Nederlands. Daarnaast is het investeren in het regelmatig naar school gaan op zeer jonge leeftijd (vanaf 2,5 jaar) uiterst belangrijk. Als hierop ingezet wordt, merk je dat anderstalige kinderen zelfs een talent voor taal ontwikkelen doordat ze vaak switchen tussen verschillende talen.

Wat ook te betreuren valt in het ganse discours is de afschildering van academici als waren het geleerden die wetenschappelijke inzichten zouden misbruiken ten koste van de samenleving. Als het geloof in onze academische wereld zo pover is, kunnen we ons al inbeelden hoe de toekomstige financiering van wetenschappelijk onderzoek zal evolueren als bepaalde politici het voor het zeggen zullen hebben.

De wetenschappelijke inzichten van Van Avermaet en Blommaert (UGent), het Centrum voor Taal en Onderwijs ( KULeuven) en internationale experts als Cummins (University of Toronto), kunnen niet zomaar met een sneer van tafel worden geveegd. Ouders spreken met hun kinderen best de taal die zij zelf meest onder de knie hebben. Punt. Het welbevinden en het zelfvertrouwen van kinderen is groter als zij zich gerespecteerd voelen in hun eigenheid, thuistaal incluis. Punt. Niet de thuistaal van kinderen bepaalt hun leerprestaties, wel of zij al dan niet uit een taalrijk gezin komen. Punt. Goede politici nemen goede academici au sérieux en werken aan een onderbouwd beleid op basis van hun jarenlange expertise.

Vandaar mijn advies: Schoenmaker, blijf bij je leest. Jarenlange onderzoeken verdienen het niet om onder populistische zolen vertrappeld te worden.

Lees meer over:

Onze partners